4 april 2022

Zakelijk Almelo ontving maandag 4 april Rob Leus (ondernemer in de mobiliteitsbranche) en Bob Mols (algemeen directeur Asito). Martin Steenbeeke ging met elk van hen in gesprek. Tussen de twee vraaggesprekken door gaf Ger Vermeulen (voormalig rechter en vice-president van de rechtbank) als columnist zijn visie op de actualiteit in de stad.

In De Twentsche Courant Tubantia werd hij geafficheerd als de Almelose ‘benzinekoning’. Rob Leus is gepokt en gemazeld in de mobiliteitsbranche. Bij zijn vier tankstations in Almelo kunt u terecht voor brandstof, een autowasbeurt en voor de huur van een aanhanger. Mocht u er iets willen versnaperen, dan wacht u een ruim assortiment spijzen en dranken.

Martin Steenbeeke in gesprek met Rob Leus (rechts)

Eén ding werd snel duidelijk: de afgelopen maanden waren ‘gekkenwerk’. Aanvankelijk bleven de adviesprijzen van benzine achter bij de inkoopprijzen, maar de omzet in liters is redelijk gelijk gebleven. ‘Het was voor ons geen pretje, maar de zakelijk rijders blijven wel rijden, Onze marge is ook per liter en niet als percentage.’ Al met al is hij de coronatijd goed doorgekomen. ‘Je moet gewoon doorgaan, je hebt geen keuze en we konden als essentiële winkel open blijven.’

Met vier stations is Rob Leus in alle vier hoeken van Almelo (plus een wasstraat in Zutphen) vertegenwoordigd. Blijft het bij dat kwartet? ‘Ik denk het wel, Met de groei in elektrische auto’s zijn er niet veel meer tankstations nodig.’


Rob Leus: ‘Bij het hele CO2-verhaal kun je je twijfels hebben.’

Over het kabinetsbeleid inzake fossiele grondstoffen en de energietransitie heeft hij zijn twijfels. Reductie van de CO2-uitstoot kan echt niet alleen met elektrisch rijden. Voor laadpalen heb je stroom nodig en in waterstof gelooft hij niet zo. Waterstof wordt immers gemaakt met behulp van elektriciteit en voor toepassing in voertuigen kost de bewerking veel energie. Bij het hele koolstofdioxideverhaal van de overheid heeft hij trouwens zo zijn twijfels.

‘Het verschil in merken benzine zit ‘m vooral in de additieven.’

Ooit kocht hij in bij Shell. Daar weggaan was ‘een moeilijke beslissing, maar wel een wijs besluit’. Weliswaar is de omzet erna gedaald, maar de marge steeg. Nu koopt hij in bij Fieten Olie, die op een andere manier werkt: met prijzen per dag in plaats van adviesprijzen.

De benzinebranche is mettertijd veel gecompliceerder geworden. En de afgelopen jaren heeft hij zeven keer te maken gehad met een overval, Het station aan de Plesmanweg breschikt inmiddels over een inpandige automaat. De klant dient er zelf geld in te stoppen en krijgt hier zijn wisselgeld. De ene medewerker gaat ook anders met een overval om dan de ander.

Ooit nam hij het bedrijf over van zijn vader. Mogelijk neemt zijn zoon of dochter straks het bedrijf van hem over. Toekomst is er voor hen zeker. ‘Ook elektrische auto’s hebben een wasstraat nodig, dat is een belangrijke pijler onder het bedrijf. Dat kun je niet in omzet uitdrukken.’

Ger Vermeulen verzorgde dit keer de column.

Bob Mols (rechts) is sinds een jaar algemeen directeur van schoonmaakorganisatie Asito, onderdeel van de ADG Dienstengroep. Het bedrijf (met in totaal 9.000 medewerkers van 100 nationaliteiten) betrok het pand aan het Van Riemsdijkplein vorig jaar op 1 juli, de geboortedag van oprichter Joop van Riemsdijk. Na 45 jaar Plesmanweg hebben de medewerkers nu de beschikking over een modernere, net iets ruimere werkplek die beter is toegesneden op flexibiliteit, hybride werk en de laatste technologie.

Ook de schoonmaakbranche is ‘keihard’ geraakt. Immers, ‘de handjes moeten het doen. Corona was een duw in de goede richting, want hoe schoon is schoon tegenwoordig?’ Laat onverlet dat Asito in een aantal sectoren het jasje heeft uitgedaan. ‘Omdat we ook voor Schiphol, de terminals, KLM en Delta werken en er minder gereisd werd, hebben we daar flink moeten inleveren. Ook in ziekenhuizen waren we hard nodig, fabrieken gingen door. Doordat de maatschappij in 2021 weer meer ruimte kreeg, hebben we inhaalstapjes kunnen maken. Daardoor hadden we minder overheidssteun nodig. Steun die we kregen hebben we gedeeld met klanten. Ook hebben we geïnvesteerd in mobiliteit voor medewerkers. We zijn een sterk bedrijf met een goede balans. We doen geen gekke dingen.’

Inmiddels zijn universiteiten en scholen weer open, net als de horeca en recreatieparken. Alleen… door ziekte en de naijleffecten van corona heeft het bedrijf wel personeelsproblemen. Daar komt de krapte op de arbeidsmarkt nog bij – en het imagoprobleem van de schoonmaakbranche plus de concurrentie met andere bedrijven. ‘Overal zijn mensen tekort.’

Bob Mols: ‘We zijn een sterk bedrijf met een goede balans. We doen geen gekke dingen.’

Arbeidsmarktcommunicatie is dus belangrijk, evenals de kanalen waarlangs je de mensen bereikt. Samen met de branchevereniging – en met een betere CAO – wordt gewerkt aan een campagne voor schoonmaakwerk in de vakantie. Schoonmaakwerk is nu eenmaal meer dan ‘ergens een doekje over halen en een toiletgroep schoonmaken. ‘Schoonmaken is een vak. Dat kun je leren en moet je vooral eenvoudig houden. Wendbaarheid en flexibiliteit zijn daarin essentieel. Net als ketenintegratie.’ Een opdrachtgever wil meer kwaliteit tegen langere kosten. De weg erheen is ‘met elkaar gaan praten’. Dat kan  bijvoorbeeldook resulteren in eerstelijnsonderhoud aan koffiemachines.

Asito is in haar branche nummer 4 van Nederland. Bob Mols streeft naar een positie in de top-drie, te bereiken door bijvoorbeeld meer omzet, organische groei, meer klanten, meer diensten af te nemen of overnames te doen. En: door een andere aansturing van de organisatie. Om het ‘gevoel bij de markt te verbeteren en de klant beter te leren kennen vindt u een indeling plaats in klantsegmenten. Daarnaast is er nu centrale aansturing in plaats van regionale ondersteuning, wat voordelen biedt qua inzetbaarheid. ‘Je ziet de efficiencyeffecten ontstaan.’

Daar blijft het niet bij. Asito is een familiebedrijf.  ‘Wij zijn oprecht bezig het bedrijf geschikt te maken voor volgende generatie. Wij zijn niet beursgenoteerd, dus we worden niet opgejaagd door de beurskoers. We hebben de rust van de langetermijnfocus.
Om de organisatie nog platter te maken is Bob Mols veel in het land om met de mensen op de werkvloer te praten. Elke maandagochtend gaat hij een uur in gesprek met een groep schoonmakers. En ook een grote uitdaging: het tegengaan van ongelijkheid en van verspilling, en het reduceren van de hoeveelheid plastic afval. ‘In 2030 willen wij volledig circulair werken.’

 

Misschien vind je dit ook interessant