5 november 2018

in gesprek met Claudia Beumer

75e Editie Zakelijk Almelo: hightech-dienstverlening en volkshuisvesting

Zakelijk Almelo beleefde maandag 5 november haar 75e editie. Ten overstaan van circa 120 bezoekers in de Ravelzaal ging Martin Steenbeeke in gesprek met Mark Ent (directeur Spit Elektromechanica) en Claudia Beumer (directeur-bestuurder van woningstichting Sint Joseph).

Tussen de vraaggesprekken door deed Linda Hilberink (chef stadsredactie De Twentse Courant Tubantia) in haar column een oproep voor ondernemerschap en creativiteit voor invulling van de lege plekken in de Grotestraat.

Anne-Lynn ten Hove

Staand op de zeepkist vroeg Anne-Lynn ten Hove (studente communicatie & marketing aan het ROC van Twente) aandacht voor het in verbinding brengen van studenten met bedrijfsleven.

Mark Ent - Spit

Mark Ent, managing director van Spit Elektromechanica, is net bekomen van een ‘redelijke chaos’. In het kader van de Week van de Techniek ontving ook zijn bedrijf enthousiaste jongeren om ‘vrij te knutselen’. In totaal doen hier 9.000 studenten aan mee, onder meer afkomstig van ROC, UT en Saxion. Almelo heeft liefst 361 technologiegerelateerde bedrijven

Spit houdt zich bezig met onderhoud, revisie en reparatie van machines. Klanten zijn actief in onder andere energie, chemie, olie & gas, water & afvalwater en voedsel- en melkfabrieken.

Specialistisch werk, waarvoor ook gebruik wordt gemaakt van data en sensoren. Twintig procent 20% van de omzet gaat naar R&D. De ontwikkelingen gaan heel snel. Bedrijven kunnen niet meer zonder IT. ‘We zijn meer een softwarebedrijf geworden. Niemand heeft zo’n geïntegreerd platform als wij.’

Sinds 2015 is het bedrijf 69% gegroeid. De orderportefeuille is goed gevuld, maar er is een personeelstekort. Goede werknemers zijn moeilijk te krijgen. ‘Het is elke dag strijden om opdrachten de deur uit te krijgen.’ Hij wil dus meer vakkundig personeel dan de huidige 100 medewerkers. ‘Er is plotseling dit jaar veel druk op onze mensen. En aan onze mensen, zoals software-engineers, wordt hard getrokken.’

Mark Ent zoekt ook daarom samenwerking met andere Almelose bedrijven. ‘We moeten ouders proberen ervan te overtuigen dat een technische studie goed is voor kinderen.’ Men richt gezamenlijk een HRM-platform in, zodat de kosten beheersbaar blijven. In 2019 start een HBO-opleiding, die jongeren kunnen volgen terwijl ze al werken. Bedrijven die aansluiten, moeten wel een strategische fit met Spit hebben.

Almelo is een innovatieve maakstad, stelt hij. Er is een DNA-verschil met bijvoorbeeld Enschede. Hij acteert daarom bewust op Almelose schaal om het beheersbaar en laagdrempelig te houden. ‘Dan kunnen we snel schakelen.’

Heeft zich al een overnamekandidaat gemeld? ‘We waren onlangs in onderhandeling met een wereldwijd opererend bedrijf, maar hun strategie vond ik niet helder. Maar ik sluit niet uit dat we ooit door een groter bedrijf worden overgenomen – of er zelf een overnemen.’

Claudia Beumer - Sint Joseph Almelo

Eerder dit jaar volgde zij Jan Kamst op als directeur-bestuurder van woningstichting Sint Joseph. Claudia Beumer is ‘wars van dikdoenerij’, zo afficheerde de Tubantia haar in een interview. ‘Ik ben gewoon Claudia.’

Van huis uit kreeg ze te horen: als je voor een dubbeltje geboren bent, word je nooit een kwartje. Daar dacht zij anders over. Ze werd bijvoorbeeld de eerste vrouwelijke autoverkoper van het land. Haar mentaliteit: handen uit de mouwen, luisteren naar mensen en bruggen slaan.

Wat haar aantrok in huizen en stenen? ‘Ik ging voor de functie. Ik heb een achtergrond in HRM, organisatieontwikkeling. Van de wereld die er achter zit, was ik me niet bewust.’ Het is meer dan huizen verhuren en er onderhoud aan plegen, weet ze. ‘Het is de mooiste sector die er is: zorgen voor een dak voor mensen die daar zelf niet in kunnen voorzien.’

Sint Joseph is een van de twee woningstichtingen in de stad. De relatie met woningstichting Beter Wonen bestaat er onder meer in wat de behoefte aan sociale volkshuisvesting is en hoe daarop in te zetten. Door voorvallen elders – megalomane plannen, zelfverrijking – staat woningcorporaties in een kwaad daglicht. Daar is zij niet trots op. ‘We liggen nu als sector extra onder de loep. We hebben met maatschappelijk geld te maken, dus dat is vervelend. De hele sector moet daarvoor de rekening betalen. Een stad als Almelo heeft beperkte financiele middelen, daarom moeten we maximaal inzetten.’

Eerst wil Claudia Beumer overigens haar organisatie op orde brengen. Dan kan er worden gepraat over een eventuele fusie. Aan de andere kant: twee corporaties kan ook voordelen hebben.

In Nederland is een schreeuwend tekort aan sociale huurwoningen. Wat je in porteuille hebt, moet je goed houden voor de toekomst. ‘We zijn nu bezig met het opstellen van een portefeuillestrategie: wat gaan we slopen en wat nieuw bouwen? De huizenvooraad zal licht afnemen, van 5.200 woningen nu naar 4.800. Er is vervangende nieuwbouw nodig, zoals in Bornerbroek, Rumerslanden en de Krikkenstraat. Daar willen we graag samen op ontwikkelen. Met een aantal wijken moeten we de handen ineenslaan om het niet af te laten glijden.’

De corporaties zitten trouwens niet helemaal op één lijn met de gemeente. De laatste wil meer huisvesting voor middeninkomens en ‘onze doelgroep zijn de laagste inkomens. De markt pakt dat niet op’.

Voor 2019 verwacht zij een gematigde stijging van de huren. De bouwkosten stijgen sneller. En dan nog ‘de duurzaamheidsopgave die op ons afkomt… Die brengt veel kosten met zich mee. Dat moet wel ergens vandaan komen, dus ook de huren zullen omhoog moeten. We proberen ook de woonlasten van huurders in toom te houden’.

De duurzaamheidsambitie bij Sint Joseph is vooralsnog CO2-neutraal zijn in 2050, dat is het streven met het totale bezit. Ons bezit moet kwalitatief op orde zijn’.

De recente ontwikkelingen inzake het Sint-Elisabethziekenhuis noemt ze ‘dieptriest. Het is een heel vervelende situatie. Mensen die er geboren zijn moet je vertellen dat het wonen hier ophoudt. Vocht, schimmel, brandveiligheid, daar moet je veel in investeren. Huren geven niet die opbrengst. Een huis is meer dan dak met stenen’.

Inmiddels is een calculatie gemaakt: wat gaat het kosten? Het is een monumentaal pand: wat zijn de subsidiemogelijkheden? De eerste kopers hebben zich overigens al via e-mail gemeld.

‘Ik vind Almelo een prachtige stad’, besluit Claudia Beumer. ‘Er is hier veel meer bedrijvigheid dan in andere steden, er is groen en saamhorigheid. Dit is een stad om trots op te zijn.’

 

Continue Reading

3 september 2018

Zakelijk Almelo ontving maandag 3 september Gerard Keupink (manager Werkgeversservicepunt) en Barry Seelen (Boers & Lem Vastgoedconsultants). Martin Steenbeeke ging met hen in gesprek. Columnist was Wim van der Elst, directeur van raad- en taalgevend bureau WordPower. Op de zeepkist stond Gerard Cornelisse (Van Katoen en Nu, Het Verzet Kraakt, Stork!), die aandacht vroeg voor een charitatief eindejaarsgebeuren in Almelo.

Gerard KeupinkWerkgeversservicepunt is een onderdeel van Werkplein Twente. Naast de adviesfunctie probeert men bedrijven beter, en sneller en goedkoper aan personeel (‘klanten’) te helpen die nu nog bijstand of WW ontvangen. ‘Dat is geen makkie’, aldus manager Gerard Keupink. ‘Er zijn veel vacatures en de klanten – de werkzoekenden – zijn niet altijd zo welwillend. Niet iedereen is bereidwillig.’

Hij illustreert zijn verhaal met cijfers. In Almelo genieten 2.679 een uitkering, onder hen zijn 1.100 zorgklanten: ‘Die kunnen we onmogelijk aan het werk helpen, die zijn verslaafd of anderszins. Ook kennen we 500 statushouders. De rest moet in principe aan het werk kunnen.’ Statushouders worden bijvoorbeeld ook via Soweco dagelijks aan het werk gezet.

In onze stad zijn er 33 werkgevers die volgens hem grootschalig werkenden zoeken. Er is nog steeds meer instroom dan uitstroom van werkzoekenden – ook moeilijke doelgroepen, die veel investeringen vergen. Reden voor de stijging ten onzent van het aantal bijstandsgerechtigden kan het opleidingsniveau zijn en mogelijk de goedkopere huurwoningen. Er zijn veel klanten met de nodige problemen, die bijvoorbeeld subsidies mislopen als ze geen bijstand meer ontvangen. Er gaat 39 miljoen euro naar de bijstand; ‘daarvan moet de gemeente alles doen, zoals uitkeringen en scholing’.

Werkgevers melden een vacature aan, waarvoor een geschikte kandidaat moet worden gevonden. ‘De grootste mismatch is dat mensen niet opgeleid zijn voor wat we zoeken.’Men probeert wel mensen kort op te leiden, er lopen projecten samen met het UWV. Het gaat vooral om de bouw (‘die is heel lastig’) , zorg, het groen, de horeca en callcenters (‘die worden flexibeler in de werktijden’). Voor ieder moet er een ‘panklaar traject’ komen om binnen enkele weken aan de slag te kunnen. ‘Mijn hart gaat altijd uit naar de klant.’

Gerard Keupink ziet graag dat werkgevers bij het servicepunt aankloppen. Niet alleen dient de naam Werkplein meer te worden uitgedragen, ‘samen met de nieuwe wethouder kunnen we strenger zijn richting de klanten in verband met een uitkering. De bijstand moet een tijdelijke regeling zijn.’ Maandelijks verstuurt men een nieuwsbrief naar werkgevers, er is een meet & greet, een speeddate en er kan een rondleiding in een bedrijf worden verzorgd.

Ook logistiek is in Almelo een mooie uitdaging. Daarvoor organiseert men in oktober een Week van de Logistiek mét een Huis van de Logistiek. Daar concentreert men veel activiteiten en opleidingen. Het is ontmoetingsplek met ondernemers, plus een coach van de gemeente.

Gevraagd naar het perspectief voor zo’n grote groep om aan de slag te komen, zegt Gerard Keupink: ‘Er is genoeg werk dat met de handen moet gebeuren, zoals in de infra grondwerkers en stratenmakers. Er lopen veel initiatieven, we hebben onze adviseurs bij bereidwillige bedrijven voor eenvoudige werkzaamheden: job carving’. Hierbij verdeelt men de taken en werkzaamheden in gespecialiseerd en ongeschoold werk, worden relatief eenvoudige taken dus afgesplitst en samengevoegd tot nieuwe banen. Ook het bedrijf heeft hier baat bij. Het draagt immers bij aan een hogere efficiëntie en een duurzame bedrijfsvoering.

Barry Seelen

Barry Seelen is vennoot bij Boers & Lem Vastgoedconsultants, ‘ras-Almeloër’ en trots op zijn stad. De activiteiten omschrijft hij beknopt als ‘mensenwerk en netwerk’, zoals het leggen van schakeltjes, ‘dom rondrijden op een industrieterrein of in de binnenstad’ en kijken waar ruimtetekort of -schaarste is en weten dat iemand anders een ruimer bedrijfspand aanbiedt. Je bent dag in dag uit met ondernemers bezig.’

Boers & Lem is zes jaar geleden ontstaan en vorig jaar juli van start gegaan in Almelo – met een eigen vestiging, in de Javatoren. Een fysieke vestiging is geen prioriteit meer, stelt hij, als je maar zichtbaar bent. Barry Seelen heeft zijn netwerk hier inmiddels redelijk op orde. Boers & Lem is het tweede kantoor in Oost-Nederland op het gebied van zakelijke transacties. Dat vindt hij een comfortabele plek. ‘We zijn heel tevreden.’

Enschede is in Twente de grote stad. Men heeft er de binnenstad op tijd nieuw vorm gegeven en er is nu bijna geen leegstand. Hengelo en Almelo tellen de helft van het aantal inwoners van Enschede. In Hengelo heeft IKEA volgens hem de binnenstad ‘leeggetrokken’en in Almelo is lange tijd niets gebeurd en alleen op plannen gebroed. Geen plaats in Overijssel kent meer winkelleegstand. De binnenstad staat weliswaar in de steigers, maar meer daadkracht was goed geweest. Daarbij heeft de gemeente veel panden opgekocht. Het kapitaal had men wellicht beter bij de ondernemers kunnen laten, ‘dan was het financiële probleem misschien iets minder geweest. We hebben water in de binnenstad en onze groene longen, waar heb je dat nog meer?’

In de kantorenmarkt zit al meer schwung, ‘daar zijn we positief over. Elk bedrijventerrein in Almelo waar je over rijdt, dat is geweldig. De komst van Heylen is goed voor Almelo. Twentepoort is nu met vier bedrijven bezig. De gebouwen zijn te klein geworden. Men wil mogelijk naar het XL-park en is in gesprek met bedrijven die van een nog ouder terrein komen’. Uiteraard voldoet niet ieder ouder pand aan de huidige duurzaamheidseisen. Zijn recept is zonneklaar: de shovel erover.

Burgemeester Arjen Gerritsen liet zich in de rondvraag positief uit over de samenwerking met andere Twentse steden

Barry Seelen voelt zich begaan met het lot van de stad. Zo is hij betrokken bij de campagne ‘Start je winkel in Almelo’,  waarvan Wiebe Blauw de roerganger is. Wie plannen en ideeën voor een eigen winkel heeft, kan zich melden. In de aanloopgebieden zijn inmiddels zes tot zeven leuke en aparte winkels gekomen, die zich onderscheiden. Het zijn starters. De eigenaren vragen een lage huur. ‘Door de ondersteuning van de gemeente, Qredits en ons nemen ze genoegen met minder. Natuurlijk wil een verhuurder / belegger rendement, zekerheid. Minder winkelgebied en dus winkels betekent waardeverlies als het woningen worden. Dat betekent een lager rendement, maar dat is wel langduriger en men doet zijn boodschappen in de stad.’

Gerard Cornelisse (links) beklom ten slotte de zeepkist. Hij en (andere) makers van Van Katoen en Nu en Het Verzet Kraakt presenteren van 13 t/m 25 december 2018 Bethlehem Boulevard in Almelo. Dit evenement brengt Almeloërs en mensen uit de wijde omtrek samen om met elkaar de kerstgedachte te beleven. Cadeaus geven en krijgen en samenzijn staan hierbij centraal. Dit evenement* bestaat uit meerdere onderdelen en vindt plaats in de binnenstad van Almelo. Er is een kerstmarkt, een kerststal en een speciale kerstproductie in het Theaterhotel.

Op de zeepkist: Gerard Cornelisse

Voor de column van Wim van der Elst verwijzen wij u graag naar de desbetreffende pagina.

*

Bethlehem Boulevard

Van 13 tot en met 25 december 2018 presenteren de makers van Van Katoen en Nu en Het Verzet Kraakt in de binnenstad van Almelo Bethlehem Boulevard. Het bestaat uit meerdere onderdelen. Zo is er een kerstmarkt, een kerststal en een speciale kerstproductie in het Theaterhotel, allemaal met een Almelose draai.

Op de kerstmarkt van Bethlehem Boulevard vindt de bezoeker het fijnste van klassieke Duitse kerstmarkten en het mooiste, lekkerste en leukste dat Almelose ondernemers te bieden hebben. De kerstmarkt is gedurende de openingstijden voor iedereen vrij toegankelijk.
Sibyl Heijnen, internationaal vermaard kunstenaar uit Almelo, maakt voor deze gelegenheid een bijzondere kerststal. Bij haar ontwerp horen honderden ‘schapen’, die met hulp van Almelose scholen, verzorgingshuizen wijkcentra en sociale instellingen worden gefabriceerd. Bij wijze van promotie duiken deze schapen in en ver buiten Almelo op om bezoekers de weg naar Bethlehem Boulevard te wijzen. Het eerste schaap staat op de Dam in Amsterdam…

In het Theaterhotel brengen regionale professionals en amateurs samen een vermakelijk familiespektakel op de planken. Scrooge is het bekende verhaal over de verbitterde vrek die net op tijd tot inkeer komt. De theatermakers van Van Katoen en Nu en Het Verzet Kraakt geven hieraan een eigen Twentse draai. Zo deelt deze ‘onmeunige knieperd’ tijdens het kerstfeest zijn zelfgemaakte Twentse knieperkes rond. De leerlingen van de Stadtheaterploeg van Boukje Schoof trakteren het publiek tijdens Bethlehem Boulevard al op scènes uit de voorstelling. Speciaal voor Bethlehem Boulevard wordt een munt geslagen, die als betaalmiddel bij de kramen kan worden gebruikt.

Een aantal grote organisaties, waaronder Gemeente Almelo, TMZ, Malvern Panalytical, Beter Wonen en Sint Joseph, heeft zich inmiddels aan Bethlehem Boulevard verbonden. Zij stellen hun medewerkers in de gelegenheid uit het aanbod in de kraampjes zelf hun kerstpakket samen te stellen en tegelijkertijd hun kerstborrel met elkaar te beleven. Daarnaast is het mogelijk kerstcadeaus weg te geven, bijvoorbeeld aan kinderen die normaliter geen kerstcadeautje krijgen of een maaltijd aan mensen die geen kerstdiner hebben.

 

Continue Reading

4 juni 2018

Zakelijk Almelo onthaalde haar bezoekers maandag 4 juni op een onderhoudend programma. In Trudy Vos (ROC van Twente) en Gert Pezij (GP Plants) had ze twee vlotte en onderhoudende gasten. Henk van Schuppen, verbonden aan De Twentsche Courant Tubantia, verzorgde de column. De titel van zijn gesproken bijdrage: Almelo, wat een stad! Op de zeepkist vroeg Riny Holtkamp aandacht voor Lipstick & Wheels, een aan de Profronde gelieerd evenement.

Het ROC van Twente is een regionaal opleidingencentrum voor middelbaar beroepsonderwijs en volwasseneneducatie in de regio Twente. Het ROC biedt elf mbo-opleidingen en telt 20.000 studenten. ‘Officieel heet het deelnemers’, vertelt Trudy Vos (lid college van bestuur en in 2013 Twents zakenvrouw van het jaar). ‘Dat vond ik niet zo’n aansprekende term en zij willen studenten genoemd worden.’


Het ROC leidt vakmensen op, deels via de 12.000 leerbedrijven. Stagebedrijven maken een manifest onderdeel uit van de opleiding. ‘Het is prachtig onderwijs. Mede door de energietransitie zijn veel vakmensen nodig. Er is veel vraag vanuit het bedrijfsleven. Een technische opleiding heel belangrijk voor deze regio, dat doen we gemiddeld al meer dan ROC’s elders.’
Wie denkt aan de bouw weet dat opleiding wel conjunctuurgevoelig is. Het ROC gaat daar strategischer naar kijken. ‘Kies alsjeblieft voor een technische opleiding’, benadrukt ze. ‘Dat plantje moet op de basisschool al geplant worden. Technologie benutten we iedere dag. We smeken om procesoperators, maar een student heeft vaak nog geen idee wat zo’n opleiding inhoudt. Procestechnologie is een fantastisch vak.’

Het ROC van Twente biedt ook lessen in ondernemerschap. Trudy Vos vindt dat zij met haar ondernemende geest heel goed in Twente past. De mentaliteit van ‘niet zeggen maar doen: de kansen liggen voor het oprapen en we mogen wel wat ambitieuzer zijn – ook politiek.’
Men probeert te onderscheiden welke studenten ondernemersgeest hebben en tracht die aan te wakkeren. En van studenten goede burgers maken. Dat is een van de drie opdrachten die het ROC heeft: opleiden tot een goed burger van de samenleving. ‘Geen consumerend maar een participerend burger. Je moet je maatschappelijk verantwoordelijkheid nemen. Dat hoort ook bij Twente, het noaberschap.’
Daarbij wordt onze samenleving steeds taliger. ‘Taal is heel belangrijk, zeker nu loketten verdwijnen. Gun de studenten dat ze de taal goed beheersen, anders krijgen we hen per kerende post terug omdat ze zich niet kunnen redden.’

Het ROC van Twente doet het goed: het is verdienstelijk derde bij de MBO-ranking en een van de grootste ROC’s van Nederland. ‘Dat doen we met Twentse nuchterheid. Het is ieder jaar weer een struggle om goede docenten aan ons te binden. De docent voor de klas moet het verschil maken. Wij moeten het systeem zo faciliteren dat we elke dag die topsport weer neer kunnen zetten.’
Twente is prachtig, besluit ze. ‘Ik hou zo van die maakindustrie, dat zit in de genen. Er wordt goed samengewerkt in de Twente Board, met Saxion en het AOC… dat is men in Nederland jaloers op. Tegelijk hebben we hier nog te veel werkloosheid en participeren we nog te weinig. Daar wil ik écht iets aan doen.’

Gert Pezij is oprichter en directeur van GP Plants, een weefselkweekbedrijf en wereldspeler op het gebied van planten. In haar laboratorium in Indonesië worden miljoenen planten gekweekt, die wereldwijd aan kwekers worden geleverd. GP Plants verkoopt rechtstreeks aan klanten in de Verenigde Staten, Europa en Azië.

‘Wij klonen planten in reageerbuizen’, aldus de in Almelo woonachtige Gert Pezij. ‘Uit één unieke plant maken wij 100.000 planten. Die worden steriel opgekweekt, het zijn schone planten, vrij van ziekte plagen en virussen. Je kunt ze dus overal invoeren.’
Zijn onderneming is ook verantwoordelijk voor Gardens by the Bay – ‘een mega-Floriade’ in Singapore. Het park moet bijdragen aan de strategie van de Singaporese overheid om Singapore te transformeren van een tuinstad naar een stad in een tuin.
Dat het zo zou lopen, is louter toeval. Hij zou MTS Bouwkunde gaan studeren, maar een telefoontje van zijn vader naar de middelbare landbouwschool in Zenderen bepaalde anders.
Hij begon met planten vermeerderen op zijn slaapkamer en verplaatste de activiteiten naderhand naar de Turfkade. Toen het te duur werd in Nederland, ging hij verder in India – waar hij vijf jaar na dato berooid uit terugkwam. Via RTV Oost en een agrarisch dagblad verscheen er een column in het AD, die werd gelezen door een Indonesiër in Apeldoorn. Op diens vraag ‘Wil je een keer naar Indonesië gaan om iemand te assisteren?’ volgde een volmondig ‘Ja’. Het duurde een paar jaar om de medewerkers ter plaatse van aspecten als
kwaliteit, levering op tijd en goede communicatie te doordringen. Corruptie is in Indonesië aan de orde van de dag. ‘Voor een zakenman werkt corruptie als smeerolie.’

In Indonesië heeft Gert Pezij 86 mensen aan het werk. Voor het project in Singapore, waar corruptie ten strengste verboden is, levert hij ‘voor een vermogen aan planten’. Alles wordt in Deurningen opgekweekt. Vorig jaar trok het project 2,2 miljoen bezoekers. Zelfs van de premier en president in Singapore ontving hij complimenten. ‘Met Gardens by the Bay wil de president mensen ook planten laten zien uit de rest van de wereld.’

GP Plants is mettertijd uitgegroeid tot een wereldspeler op plantengebied, maar Gert Pezij wil er nuchter onder blijven. En als ‘rasechte Almeloër wil hij de stad meer aankleden. Meer kleur geven en groener maken – wat hem veel bijval vanuit de zaal oplevert. ‘Ik wil meer beleving in de stad. Ik ben Almelo-gericht. De hele Grotestraat wil ik voorzien van hortensia’s.’ Een uitbundig applaus is zijn deel. De gemeente biedt ter plekke een helpende hand aan om de planten in de grond te zetten.

Zakelijk Almelo beleeft dit jaar haar vijftiende seizoen. Ter gelegenheid hiervan ontving elke bezoeker een attentie, die dankbaar in ontvangst werd genomen.

Continue Reading

9 april 2018

Zakelijk Almelo ontving maandag 9 april horecaondernemer Karin Oude Avenhuis en burgemeester Arjen Gerritsen. In zijn column tussen de twee vraaggesprekken door haakte Wim van Dalfsen in op de politieke actualiteit. Een goed gevulde Ravelzaal zag en luisterde met belangstelling toe.

Karin Oude Avenhuis besteedt al meer dan de helft van haar leven aan de kroeg, waarvan de meeste tijd als eigenaar. Ruim twintig jaar geleden zetten zij en Ruud de Jong de grote stap met De Stam en daarna door de opening van The Shamrock, een pub op Ierse snit – met andere muziek, ‘gezellig en ongedwongen’ en laagdrempelig. Op dat moment had ze al de nodige ervaring in de bediening en studeerde ze grafische vormgeving aan de kunstacademie. Vervolgens gingen ze ook proeflokaal België uitbaten.

Van De Stam namen ze afscheid, maar door de opening van een tweede vestiging van België in Enschede vijf jaar geleden, zwaait ze toch weer over drie zaken de scepter. Voor het proeflokaal in Enschede is een bedrijfsleidster aangesteld.

Wat het succes van de schenk- en eetlokalen betreft, houdt zij het op ‘gastheerschap, gastvrijheid, dat je er zelf regelmatig bent en dat je onder je personeel plezier in je werk hebt. Dat straal je uit’.
Overigens hebben ze er in mindere tijden weleens over gedacht de formule aan te passen, ‘maar mensen weten hoe iets is. Als je een Ierse pub te veel gaat veranderen krijg je een totaal andere sfeer. Je moet af en toe wel vernieuwen, maar het gaat om vastigheid’. En passant laat ze weten dat er bij The Shamrock ‘nog wel wat’ gaat gebeuren.

Wat Karin Oude Avenhuis betreft mogen er nog wel meer horecazaken in de binnenstad van Almelo komen Meer concentratie vindt ze juist een voordeel, elke zaak met een eigen gezicht. Ook ziet ze graag minder leegstand en meer kleine winkeltjes en diversiteit. Als mensen gezellig winkelen, willen ze daarna tenslotte graag nog op een terras zitten. Ze heeft alle vertrouwen in de plannen voor het centrum: ‘We zijn druk bezig, het komt wel goed als alles doorgaat’.

Naast het horecaondernemerschap werkt Karin Oude Avenhuis als gecertificeerd coach bij Indra Coachen met Paarden. Een paard is als een spiegel, legt ze uit. Een paard spiegelt je gedrag. Ze noemt het voorbeeld van een vrouw op wie een paard niet reageerde en wat zij daarvan kon leren. ‘Een paard is een kudde- en prooidier. Het tast zijn omgeving heel erg af, heerst er spanning of is de sfeer relaxed. Een hengst of merrie geeft niet zomaar het leiderschap af, je moet zelf wel je koers en richting hebben.’

Titel van de column van Wim van Dalfsen: Verkiezingscatechismus. Hij hield de aanwezigen daarbij een aantal vragen voor, zoals over het referendum en de al of niet gekozen burgemeester.

Hij was 27 jaar toen hij wethouder werd in Haren, 32 bij zijn eerste burgemeestersbenoeming. Inmiddels oefent hij deze functie al 15 jaar met veel plezier uit. Arjen Gerritsen is in september 2016 geïnstalleerd als burgemeester van Almelo. ‘Almelo voelt als bestemming. Ik ben hier opgegroeid, ik voel me hier thuis. Voor mij is Almelo thuiskomen.’ Of die bekendheid een voordeel is? ‘Twee keer ben ik als een kat in een vreemd pakhuis begonnen. Het voordeel is relatief, net als een willekeurig andere baan. Je herkent wel sneller de economische en sociale infrastructuur. Bij de benoemingscommissie kon ik snel duiden waar iets om ging.’

Hij is blij niet gekozen te zijn; een verkiezing heeft effect op het hele systeem waarmee je de stad bestuurt.

Voelt hij zich de powerburgemeester, zoals De Twentsche Courant Tubantia hem enige tijd geleden afficheerde? ‘De gemeente heeft een baas: dat is de raad. Ik ben wel een hardliner als het gaat om handhaven, ook in het openbaar bestuur. Handhaven is duur als je goed en geloofwaardig wilt handhaven. Je grijpt dan in in zakelijke of privébelangen. Er is geen grijs tussen legaal en illegaal.’


De belangrijkste opgave volgens Arjen Gerritsen is ‘oppassen dat je als burgemeester je eigen programma hebt. Je hebt een belangrijke rol om de boel bij elkaar en op koers te houden.’
Als we erin geslaagd zijn de werkloosheidscijfers ten onzen te laten dalen – ‘met werk werk werk als leitmotiv’ – worden de mensen naar zijn zeggen trotser op zichzelf en is er minder criminaliteit. Een echte ‘Gerritsen-aanpak’ is er niet. ‘In Almelo hebben we te maken met een stevige kern die al drie generaties in de familie zit. Dat leidt tot een kleine wereld. Je gaat vaker de randen opzoeken van wat wel of niet kan. Er zijn 43.000 banen in de stad. Als iemand kan werken, mag je inzet verwachten. Als je gesteund wordt wanneer je geen werk hebt, mag je je ook inzetten voor je buurt of wijk. En dat je er wat voor doet om werk te krijgen. Dat gebeurt ook in Enschede of Oost-Groningen. Ik ben er trots op dat we er met ons allen zo veel aan doen. We hebben een gevangenis met een integratiebedrijf. Ik hoor verhalen dat mensen weer een kans krijgen. Dat is uniek voor de regio, ook de stageplekken die worden aangeboden. Dat doen we helemaal niet gek.’


Bedrijven en instellingen kunnen Partner van Almelo worden. De stad wil het partnerschap van de stad tot uitdrukking brengen, ‘dat we de identiteit met elkaar delen en beleven. Dat mensen elkaar weten te vinden, dat er kruisbestuiving is, en dat we de trots van de stad uitdragen. Er zijn zo veel highttechbedrijven in Almelo, daar mogen we wel meer over vertellen’. Almelo Promotie zet zich ervoor in waardevolle verbinden te leggen in Almelo om de stad verder vooruit te helpen. Er is een Almelo Partnerprogramma voor bedrijven die de stad een warm hart toedragen.

Almelo ziet om financiële redenen vooralsnog af van deelname aan de Agenda van Twente. Die agenda vraagt 5,5 ton per jaar. ‘Dat hebben we niet, maar dat betekent niet dat we niets doen. We zetten ons beste beentje voor.’ Almelo is er voor de regio, maar is de liefde wederzijds? Het onderling verband in Twente kan volgens Arjen Gerritsen verder worden verbeterd. We moeten denken in termen van de regio in plaats van in gemeentegrenzen, van een Agenda van Twente naar regiodeals. Als voorbeelden noemt hij de verbreding van de A1, A35 en N36 en het van buiten halen van werkgelegenheid.

Overigens is Almelo financieel op de goede weg, dankzij verstandig beleid van college en gemeenteraad. En vergis je niet in de gemeenteraad van Almelo, stelt Arjen Gerritsen: ‘Er zit nieuwigheid en ervaring in’. Van onbestuurbaarheid vanwege het grote aantal fracties wil hij niet weten, maar je afsplitsen van een partij is niet wat de kiezer heeft bedoeld. ‘De raad moet het bestuur op de huid zitten en politiek maken wat men wil. De gemeenteraad moet op de bok. Ze moeten niet reactief zijn en het college niet willen imiteren. We gaan de organisatie meer met elkaar in verbinding brengen in plaats van dat men langs elkaar heen werkt. Er is volop werk aan de winkel.’

Continue Reading

5 februari 2018

Zakelijk Almelo ontving maandag 5 februari, de eerste editie in alweer het 15e seizoen, twee gasten: Hugo de Leeuw, vestigingsdirecteur van de vestiging van Sligro in Almelo, benevens Bob Loohuis, business development manager van de Groep Heylen. Martin Steenbeeke ging met beiden in gesprek. Welhaast traditioneel verzorgde Ger Vermeulen de eerste column van het jaar. Zoë Loupatty, de jongste winkelier en ondernemer van Almelo, beklom ten slotte de zeepkist.

In september vorig jaar onderging de vestiging van Sligro in Almelo een grootse verbouwing. Van de 5.700 vierkante meter tellende winkel bleven alleen de muren en plafonds over, de rest werd verbouwd. De verbouwing was daarna reden voor een feestje. De zaak biedt nu een nog breder assortiment producten van topkwaliteit. ‘De ontwikkelingen in food gaan snel’, lichtte vestigingsmanager Hugo de Leeuw toe. ‘De concurrentie is groot en het was inmiddels een oud pand.’ Beleving is ook hier het toverwoord. Zo komt de geur van vers gebrande noten de klant tegemoet. ‘Wij willen goed in de markt zitten qua prijs en klanten de mogelijkheid bieden de producten, ook door middel van concepten, uit te proberen. We willen steeds minder tijd nemen om boodschappen te doen, alhoewel… je wilt een vis of reerug toch ter plekke zien.’

Sligro heeft een redelijk goed beeld van de klant. De klantenkaart is hierbij dienstig. ‘Je moet de klant heel goed volgen: wat ze kopen, in welke productgroepen ze geïnteresseerd zijn, verse noten bakken in de notenbar. Die data zijn belangrijk om de schappen gevuld te houden en met het oog op voorraadbeheer. Er is immers niets ergers dan in de rij staan en te moeten wachten. ‘Je moet inkopen doen en snel naar je zaak kunnen om je personeel aan het werk te houden en gasten te ontvangen.’

Naar zijn zeggen slaat de nieuwe opzet bij klanten zeer goed aan qua omzet en reactie. Het merendeel ervan komt uit het MKB en de horeca, een kleiner deel doet er inkopen namens een sportclub of -zaak. ‘Onze vergunning is gebaseerd op B2B.’ Mededingers op de markt zijn onder andere Hanos en Makro. Sligro biedt ook bezorgservice via internet. De distributie vindt vanuit elders plaats

Zelf is Hugo de Leeuw onderhand 25 jaar in de horeca werkzaam. Daarvan werkte hij er zes bij FC Twente – ‘volgens mij is er ruimte voor twee voetbalclubs in deze regio’.

In Almelo is veel te doen, constateert hij. Het is merkbaar een ander deel van Twente dat wordt bediend, ‘we zijn meer gericht op dorpen en steden boven ons’.

In Veghel, ten hoofdkantore, is men tevreden over Almelo. Jaarlijks praat de ceo alle 800 medewerkers bij over de jaarresultaten en vooruitzichten voor het komend jaar. Ook zijn de plannen ontvouwd om de eerste stappen in het buitenland te zetten. Sligro heeft al klanten in Duitsland en bouwt momenteel in Antwerpen. De tweede stad die men in het vizier heeft, is Brugge. Het betekent wel dat de informatie op de 60.000 artikelen in het assortiment in het Frans moeten worden vertaald.

Op XL Business Park Twente ontwikkelt de Groep Heylen een logistieke campus. Dat gebeurt op dertig hectare bouwterrein. De Belgische investeerder in logistiek vastgoed verwacht hier werkgelegenheid voor circa duizend mensen. Bob Loohuis, business development manager van de groep, liet er geen misverstand over bestaan: ‘Wij zien de potentie van deze regio. Twente is goed gesitueerd in Europa, er zijn multimodale verkeerslijnen, de CTT…. Het is een fantastische uitgangspositie.’

Moderne logistiek vindt plaats in grootschalige gebouwen. In de gebouwen – in campusmodel –  is plaats voor verschillende huurders. Voordeel is dat je personeel, verkeersmiddelen en faciliteiten kunt uitwisselen.

De Groep Heylen is een industriële investeringsmaatschappij, gespecialiseerd in bouw en beleggen in logistiek Nederland en België. ‘Wij doen de investering zodat de klant de pakjes van A naar B kan brengen. Wij faciliteren.’ Overigens heeft men ook concessies om munten te slaan. In 2016 werd bijvoorbeeld de Koninklijke Nederlandse Munt overgenomen. Het past in de ambitie om het wereldwijd meest competente munt-huis te worden voor kleine en middelgrote landen.

In Almelo verrijzen een zuid- en een noordgebouw van 60.000 respectievelijk 120.000 m2. Er wordt energieneutraal gebouwd. ‘We zijn klaar voor aansluiting op het warmtenet. Er liggen zonnepanelen op het dak. Ook het second life-principe hebben we hoog in het vaandel.’

En er zijn ‘architectonische knipoogjes’ in de vormgeving van kantoor en kantines.

Het eerste gebouw is in juli gereed. De eerste huurder – launching customer VTech –  is goed voor 43.000 m2. De toekomst schat hij bijzonder positief in. Volgens Bob Loohuis wordt het al tijd na te denken over XL Business Park II – ‘over een jaar of 5, 6 is dit uitverkocht. En met een e-commercebedrijf erbij heb je wellicht 3.000 tot 4.000 arbeidsplaatsen’. De Groep Heylen is in elk geval in Almelo om er te blijven en deel uit te maken van het zakelijk netwerk.

Is het al niet een traditie, dan toch een goed gebruik: de eerste column in het jaar werd verzorgd door senior rechter Ger Vermeulen. Zijn gesproken visie op de actualiteit leest u hier.

Als afsluiting van de novembereditie van Zakelijk Almelo in 2017 wees Wiebe Blauw ondernemende stadgenoten op de mogelijkheden om in leegstaande panden in de binnenstad hun ideeën te realiseren. Het idee ‘Start je winkel in Almelo’ was niet aan dovemansoren gericht. Zoë Loupatty toonde ondernemingszin en ging de uitdaging aan. Staand op de zeepkist vertelde ze hoe zij haar ideeën in daden omzet.

En deze editie hadden we de jongste bezoeker van Zakelijk Almelo ooit. 

 

 

 

Continue Reading

6 november 2017

Virtual reality

Verloren was en virtuele realiteit

Zakelijk Almelo ontving maandag 6 november twee gasten: Roelof Terpstra (executive director van The Virtual Dutch Men) en Jeroen Spoelder (algemeen directeur van Cirex). Martin Steenbeeke ging met hen afzonderlijk in gesprek. Columnist was Wim van Dalfsen. Henk-Paul Visser vroeg ieders gewaardeerde aandacht voor het belang van MKB Almelo. Staand op de zeepkist wees Wiebe Blauw op de mogelijkheden voor startende ondernemers van leegstaande panden in de binnenstad.

Het was inmiddels de 70e editie van deze bijeenkomst voor zakelijk en ondernemend Almelo.

Virtual reality is, net als augmented reality, een relatief jong begrip. The Virtual Dutch Men, een eveneens jong bedrijf in onze stad, kent de ins & outs en de mogelijkheden van 3D en virtual reality (VR). De medewerkers zijn blijkens de website behept met een ‘passie voor technologie’.

Roelof Terpstra (links) en Martin Steenbeeke

The Virtual Dutch Men is een nieuw internationaal merk, gelanceerd door ArchiVision. Doel: de nummer één virtual-reality-contentmakers van de wereld zijn. Virtual reality bestaat weliswaar al sinds de jaren zestig van de vorige eeuw, “wij zijn een van de bedrijven die op grote schaal 3D-animaties doen”, vertelt Roelof Terpstra, “waarvan pas de laatste jaren voor bouwbedrijven.”

Overigens spreekt hij liever niet van 3D-animatie maar van ‘een ervaring’. VR heeft een duidelijke meerwaarde: immers, hoe meer je je klant kunt informeren over je product, des te beter. “Vroeger kochten mensen een woning van plattegrond, nu kun je het huis in 3D bekijken.”

The Virtual Dutch Men werkt voor onder meer musea, Beeld & Geluid en farmaceuten. Ook op medisch vlak wordt er veel mee gedaan, bijvoorbeeld om mensen in ziekenhuizen af te leiden van pijn. Sinds ze met VR werken, weten ook industriëlen hen te vinden. Een belangrijk duwtje in de rug daarbij was een uitzending van De Wereld Draait door. “Matthijs van Nieuwkerk werd helemaal gek van zo’n bril en een fan van VR. In dat programma hebben we een zelf gemaakte rollercoater van het internet gedownload. Het is de Matthijs van Nieuwkerk-ervaring.”

Een aantal aanwezigen kreeg een speciale bril uitgereikt en kon zich zo een goed (3D-)beeld vormen van VR. 

“Je kunt met je hoofd sturen waar je naar kijkt. Met een goede bril en goede pc kun je ultiem VR beleven, door een 3D-model heen lopen en trainingen geven.”

Hebben we over 30 jaar allemaal zo’n bril? De consument is nog steeds sceptisch over de VR-techniek, weet Roelof Terpstra. “Ik denk dat het heel ver gaat als meer mensen goede VR zien en overweldigd raken door de techniek. Straks zet je zo’n bril op en stap je een andere wereld in. Straks kom je bij een bedrijf en krijg je een bril mee, waarmee je een machine kunt zien die er nog niet is.

Je kunt het ook integreren in bijvoorbeeld je skibril. Mensen willen steeds meer geïnformeerd worden. In goede VR móet je iets kunnen doen.”

  

Onderwerp van de column van Wim van Dalfsen was ons rechtssysteem en de hervorming ervan. Het voorkomen van recidive zou daarvan het kernpunt moeten zijn.

Cirex ontwikkelt en produceert complexe stalen 3D-componenten volgens de ‘verloren was’-methode. Cirex komt dan ook van cire perdue. Het bedrijf ontstond in 1947 in het natuurkundig laboratorium van Philips in Eindhoven. Jeroen Spoelder begon in 1999 voor de staalgieterij en is er sinds 2013 algemeen directeur en mede-eigenaar. Een groep bezoekers die onlangs het bedrijf bezocht, was na afloop overweldigd door het proces. “Je moet het een keer zien, dan word je vanzelf enthousiast.”  

Jeroen Spoelder

Gieten is geen smerig proces, stelt hij. Dat blijkt ook uit de reactie van mensen die hier komen. “Het is ontzettend leuk om ons bedrijf en processen te zien.”

Over het algemeen maakt Cirex gietstukjes van 100 gram. Het gaat om miljoenen onderdelen. Met 75% is de automobielindustrie (motor, versnellingsbak) de grootste afzetmarkt. De automotive-markt gaat wel veranderen, maar “niet in het tempo dat de politiek denkt. De politiek gaat er aan voorbij dat je de infrastructuur voor elkaar hebt.” Het overige deel van de omzet wordt gerealiseerd in bijvoorbeeld landbouwwerktuigen en de procesindustrie. En: koop je een Jan des Bouvrie-kleur witte verf, weet dan dat het huisje in de verfmachine uit Almelo komt.

Cirex is de enige gieterij in Nederland “die dit zo doet. Met ons proces maken we met vier spelers de dienst uit. In de wereld zitten we in de Champions League. Voor elke klant kunnen op maat een onderdeel maken.” Blijkbaar doet Cirex het anders dan de concurrenten, stelt Jeroen Spoelder. “We hebben geen traditionele benadering. We bieden nooit aan wat de klant wil hebben, maar bieden de beste oplossing die de klant nodig heeft.” Helaas gaan klanten soms met het idee van Cirex aan de haal naar China. “Je moet dus niet van tevoren vertellen hoe het zit.”

Een probleem bij de groei van het bedrijf is wel dat het moeilijk is om aan goede arbeidskrachten te komen. Het is volgens hem geen imagoprobleem. “De gemeentelijke kaartenbak is wel vol, maar het zijn niet de mensen die wij willen hebben.” Een deel van de productie vindt overigens plaats in Tsjechië en Slowakije.

Vormt 3D-printen een mogelijke bedreiging voor de activiteiten van Cirex? Niet wat de algemeen directeur betreft: “3D-printen is prachtig mooi voor de hobbyist. Het gaat er wel komen maar het wordt nooit de toepassing die men ervan verwacht – zeker niet voor serieproductie.” 

Wiebe Blauw vertelt kort en krachtig wat het idee is achter ‘Start je winkel in Almelo’. Voor meer informatie mailt u naar info@startjewinkelinalmelo.nl.

De registratie is maandag 13 november te beluisteren op AAFM tussen 20.00 en 21.00 uur.

Foto’s met dank aan Marinus Blaak.

Continue Reading

4 september 2017

Gasten bij de vierde editie in 2017 van Zakelijk Almelo waren Jan Schuldink, directeur en meerderheidsaandeelhouder van Löwik Bouw- en Betonbedrijf, en Jan Albers, bestuursvoorzitter van Koninklijke Ten Cate. Linda Hilberink, chef stadsredactie van De Twentsche Courant, nam de column voor haar rekening.

Jan Schuldink

Het gaat goed met de bouw. Voor het elfde kwartaal op rij steeg de omzet van de sector. Het orderboek van Löwik Bouw- en Betonbedrijf zit goed vol, vertelde Jan Schuldink. “Soms moeten we zelfs nee zeggen.” Hij constateert dat de markt sinds een half jaar aan het veranderen is. “Onze regio loopt in de ontwikkeling iets achter de rest, maar we worden overstelpt met vragen, uit heel Nederland. Vaste klanten krijgen dan voorrang.”

Jan Schuldink is vanaf 1997 werkzaam bij Löwik en sinds 1 jaar ‘baas van de tent’. “Dat geeft een andere verantwoordelijkheid, het gevoel is wat anders. We hebben een platte organisatie, we zitten tussen de mensen.”

 

Löwik ‘doet alles’ maar is vooral utiliteitsbouwer en zit niet in de woningbouw. Alle fabrieken van Bolletje zijn bijvoorbeeld door de Almelose bouwer gerealiseerd. Nu is het bedrijf meer geconcentreerd op retail en gaat men ook België en Duitsland in. Niet om grote investeringen te doen maar om te kijken “of we daar continuïteit kunnen weghalen. De aanbestedingsmarkt is er een van pieken en dalen, daar zijn we goed in.”

Ook Löwik leed onder de recessie. In 2009 ‘liep de calculatie droog’. Het is een familiebedrijf, met korte lijnen, dat maakt mensen ontslaan extra moeilijk. En het is de overheid die bepaalt wie je moet ontslaan, daar mag je niet van afwijken. 2010 was ‘een dikke min’, tot 2015 schreef het bedrijf ‘de nul’ en werd niets verdiend. “In dat jaar waren er weer kleine zwarte cijfers. 2016 was redelijk”, aldus Jan Schuldink.

“We zijn altijd bij ons vakgebied gebleven. Wij zijn bouwer, doen geen projectontwikkeling. Onze vaste klanten bedienen vinden we belangrijk.”

De bouw is een mannenwereld, maar met weinig instroom. Volgens Jan Schuldink is het imago van de bouw door de recessie achteruitgegaan.”Goede krachten zijn altijd welkom. We kunnen wel mensen aannemen maar je moet zorgen dat je kwaliteit binnenhaalt. We moeten veel inlenen en daarom af en toe een aanvraag annuleren. Uiteindelijk moet het op de bouwplaats gebeuren.”

Mensen die hoog in een organisatie zitten en richting geven zijn over het algemeen voor financiële kranten wel interessant, “maar de leuke verhalen zitten in de bedrijven zelf”,  stelt Jan Albers, bestuursvoorzitter van het al sinds eind zeventiende eeuw met Almelo verweven TenCate. Hij heeft geen verleden bij TenCate en is naar eigen zeggen met een schone lei begonnen. “Ik kon niet refereren aan een verwachtingspatroon. Als ik naar de cijfers keek in de beursomgeving, zou dat bedrijf volgens mij beter kunnen presteren.”

Sinds zijn aantreden bezoekt hij daarom de bedrijven en probeert hij met iedereen te praten, van hoog tot laag. “Goed kijken en luisteren en een idee krijgen wat er gebeurt. Ik weet niet alles, de onderneming is te groot om alles al te doorgronden. Wereldwijd hebben we vijf divisies. TenCate was ooit bezig met textiel. Die kreeg het in Nederland moeilijk. Veel bedrijven verdwenen, maar TenCate is overeind gebleven door andere richtingen in te slaan die wèl te maken hadden met de oorspronkelijke kennis. Het is ongelooflijk knap hoe ze tot die portfolio gekomen zijn.”

Aan de hand van beeldmateriaal schetste hij de producten en toepassingen van de vijf marktgroepen van TenCate, zoals die in kunstgras. TenCate is wereldwijd leidend in kunstgrasgarens voor sport. De markt voor landscaping wordt volgens Jan Albers “enorm onderschat. Die markt groeit veel harder dan die van sport. Je komt zo dicht bij dat natuurlijke gras. Aan de discussie over kunstgras doen we niet mee. Discussies zijn vaak ongenuanceerd. Ik vind dat alle teams op dezelfde ondergrond moetenspelen. Wij moeten ervoor zorgen dat we zulk goed kunstgras maken dat de voetbalwereld die omarmt. In sport is kunstgras niet tegen te houden.”

Andere marktgroepen van TenCate ontwikkelen en produceren geosynthetische materialen, materialen voor de bepantsering van bijvoorbeeld voertuigen, helikopters en schilden, sterke en lichte composietmaterialen voor met name aerospace, beschermende en brandwerende kleding voor brandweer, defensie (bijvoorbeeld het leger van de VS) en piloten alsook outdoorweefsels. Ook hierin is TenCate ‘een ijzersterk merk’. Materialen van TenCate zie je doorgaans niet, omdat ze in het eindproduct of -systeem zijn verwerkt.

Veel synergie tussen de marktgroepen en technologieën ziet hij niet. “Naarmate de bedrijven zich ontwikkelen gaan ze ook hun eigen producten en markten ontwikkelen. De mogelijkheden voor synergie worden steeds minder, het zijn verschillende industriële platformen.”

Ter vergelijking noemt hij Philips. “Het is fantastisch wat daar is gebeurd. Het is nu een bedrijf van een paar honderd miljard.” De aansluiting op de markt was niet optimaal: Philips maakt fantastische dingen, maar deze vercommercialiseren was een ander verhaal. Ook de bedrijven van TenCate kun je veel sterker in de markt zetten. TenCate heeft wereldwijd een sterk merk met Advanced Composites en Grass. Dit moet meer marktgericht worden ingezet. Daarvoor worden ook mensen binnengehaald. “Door meer vrijheid te geven en verantwoordelijkheden lager in de organisatie te leggen, gaat het veel sneller.”

Vorig jaar werd TenCate overgenomen door Gilde Buy Out Partners. Het is nu geen beursgenoteerde onderneming meer. De beurs is volgens de bestuursvoorzitter “een achterhaald instituut. Als er morgen iets gebeurt, verkopen mensen direct hun aandeel en zakt het in. Het is opportunistisch gedoe.”

De nieuwe eigenaar “zit erin om te kopen en verkopen, maar verwar deze aandeelhouder niet met de sprinkhanen, de private-equitybedrijven.” Het gaat nu om grote investeringen en een lange horizon. “In vijf tot zeven jaar kunnen we veel doen.”

Jan Albers onderkent ten volle dat er door de overname en ontwikkelingen onrust onder de werknemers is. Mensen worden onzeker en vragen zich af: wat gebeurt er met ons bedrijf? Met de COR zijn daarover afspraken gemaakt, maar rust, “vergeet dat in deze wereld”.

Zoveel is duidelijk: er zal straks geen hoofdkantoor van TenCate meer zijn in Almelo, maar vijf hoofdkantoren elders. Dat is iets dat we volgens hem moeten accepteren. Op lange termijn zie je volgens hem bij alle conglomeraten dat ze bezig zijn met vormen van disentanglement: ontvlechting. Twente heeft daarbij niet automatisch een streepje voor. Aan dergelijke beslissingen liggen bedrijfseconomische argumentern ten grondslag. De productiebedrijven in Nijverdal worden door de investeringen sterker en groter. Ze maken hun bestaansrecht waar en “je kunt ze niet zomaar oppakken.”

Tot slot doet Petra van der Kruyssen op de Zeepkist een aankondiging voor de ondernemersbeurs DOEN op 4 en 5 oktober op Indië. Dan is het tijd om even na te praten. Het was weer een mooie avond met zo’n 120 ondernemers uit Almelo en omgeving.
Op 6 november is de volgende bijeenkomst. Zet u hem vast in uw agenda?

Continue Reading

12 juni 2017

Sportmaterialen en gastronomie stonden centraal bij alweer de 68e editie van Zakelijk Almelo. Gasten op 12 mei waren Marcel Schorn (directeur Erma Sport) en Jeroen Bos (De Smaak van…). Martin Steenbeeke ging met beide ondernemende stadsgenoten in gesprek. Tussen beide vraaggesprekken door sprak Wim van der Elst zijn column uit.

Marcel Schorn is een werktuigbouwkundige ‘met een passie voor sport’. In 2003 begon het bedrijf met de vervaardiging van voetbaldoeltjes. Dat bleef niet zonder gevolgen. Tot uit Amsterdam was er belangstelling voor ook deze producten uit Almelo, waaronder ook dug-outs. ‘Het kon geen kwaad, hiermee verder te gaan’.

Inmiddels is het bedrijf in sportmaterialen marktleider in de Benelux. Het is een traditionele markt. Veel marktpartijen denken productgericht, constateert Marcel.
Erma Sport richt zich op met name voetbal en hockey. In de vaderlandse eredivisie beschikken zeven clubs over een dug-out van Erma Sport – geen betonnen geval; tien clubs kochten hun doelen in Almelo. ‘Het doel is een doel. Voor ons is een goed doel iets anders.’

Erma Sport is continu bezig met innovaties. Is voetbal een behoudender sport, hockey staat daar zeker voor open. Een recente innovatie betreft de plaatsing van camera’s in het doel. Hiervoor is bij Heracles een pilot gestart. Helaas: op het laatst werd het afgeblazen. Het gaf weliswaar een nieuwe dimensie aan camerabeelden, de FIFA keurde de technologische vernieuwing voor Nederland af en koos voor doellijnregistratie. Dat systeem (Hawkeye) is minder eenvoudig en werkt niet op basis van magnetische velden, zoals bij Erma Sport. Marcel Schorn schrijft de gang van zaken toe aan ‘politieke spelletjes’ binnen de voetbalbond en een sponsor/uitzendgemachtigde. Van een introductie op Europees niveau zag hij af, ‘want als we dit in Nederland al verliezen…’

Almelo is de thuisbasis. Het bedrijf kent een grote mate van automatisering. De ‘administratieve last’ is daardoor beperkt. ‘Alles gaat via de pc. Als een klant iets bestelt, komt die opdracht automatisch terecht in de werkplaats en kan het worden geproduceerd.’
Overigens is het bedrijf wel gericht op groei in het buitenland. ‘Het is onze ambitie in tien jaar de grootste speler in Europa te zijn.’ Daarvoor moet het dan nog wel twee tot drie keer zo groot worden. Investeringsmaatschappijen zijn hierbij niet gewenst. Het huidige pand is al te klein, maar er is inmiddels ruimte bij gehuurd.

Jeroen Bos is naar eigen zeggen ‘gek van eten’. Hij heeft een detailhandelsachtergrond, maar er was altijd wel iets van horeca bij. Ooit werkte hij bij Gall & Gall. Wijnproeverijen in het weekeinde breidde hij op enig moment uit met catering. Dat sloeg aan. ‘Kun je komen koken?, was al snel de vraag. ‘Nu ben ik bezig met eten in de breedste zin van het woord. Ik moet nu bewust tijd maken om nieuwe dingen te maken.’ Daarin staat hij bepaald niet alleen. Hij en Heidi hebben een plezierig team van medewerkers om zich heen. Naast de kookwinkel en -studio in de Doelenstraat beheren ze het stadslab op Indië. ‘Daar hebben we op het juiste moment ingehaakt.’

Het merendeel van de klanten zit in Almelo en wijde omgeving, maar zijn klantenkring strekt zich bij gelegenheid uit tot wel Den Haag. Het gaat in de kookstudio om zowel experimenteren als het kennis laten maken met andere producten. Daar kiest hij bewust voor, ook al realiseert hij zich dat Twente anders is dan het westen des lands. ’De belangstelling voor voedsel is wel ontploft. Dat komt door de tv en andere media. Het gaat erom hoe je invulling geeft aan je vrije tijd. Gewoon barbecuen is het niet meer, het moet nu minstens een ei zijn.’ Los daarvan gaat het tegenwoordig volgens Jeroen Bos om ‘het samen beleven en gezelligheid hebben’. Of er een eigen televisieprogramma in zit durft hij niet te zeggen en ‘ik weet ook niet of ik daarvoor geschikt ben.’

Milieuvriendelijkheid staat voor Jeroen en Heidi voorop bij de producten waarmee ze werken en bij waar de producten vandaan komen. Klanten willen dat ook graag weten. Het liefst en zo veel mogelijk betrekt hij de producten uit de omgeving. De Smaak van… beschikt over een eigen, grote moestuin op de Bellinckhof. ‘Het is veel werk maar ik zie het als een zegen. Ik ben het gelukkigst in mijn moestuin en in de keuken.’

Of het aan de koekjes van Jeroen lag weten we niet, maar het bleef nog een tijd gezellig in de Ravelzaal. De volgende bijeenkomst is op 4 september aanstaande. Bent u er dan ook weer bij?    

Continue Reading

3 april 2017

Circa 120 belangstellenden waren 3 april getuige van de 67e editie van Zakelijk Almelo. Te gast waren André Pluimers (algemeen directeur Bolk Transport) en Ton Golstein (directeur De Karelskamp). Martin Steenbeeke ging met beiden in gesprek. Wim van Dalfsen verzorgde dit keer de column.


André Pluimers (links) en Martin Steenbeeke

Tien jaar geleden namen André Pluimers en twee mede-directeuren het roer over van Henk Bolk. Laatstgenoemde is nu president-commissaris. ‘Hij is onze ambassadeur. Het ging hem om de continuïteit van het bedrijf voor de mensen en voor de stad.’ De filosofie blijft: spreiding van activiteiten en tegelijk iets onderscheidends hebben – ‘alles wat niet op een normale vrachtwagen past. Wij hebben iets meer durf. Roemenië en Frankrijk zijn erbij gekomen, net als machineverhuizingen en we hebben nu een warehouse in Hengelo. Ook zien we wel een toekomst in Iran. De windmarkt is goed voor een derde van onze activiteiten. We willen de balans houden houden tussen conventioneel vervoer en windmolentransport’.

Enige tijd geleden sloot Bolk Transport een deal met het XL Business Park. Dat was ‘niet naïef’, maar pakte aanvankelijk anders uit. Omwonenden bleken vergaande bezwaren te hebben tegen plaatsing van een grote hijskraan van Combi Terminal Twente (CTT). Er kwam een bouwstop, die tweeëneenhalf jaar geduurd heeft. Daarna kon men eindelijk verder met de bouw. ‘Bij die organisatie heerste niet de sense of urgency zoals bij een bedrijf. Wij willen bedrijvigheid naar Almelo halen, maar er was niets voor elkaar. Op 19 april is de eerste transporthandeling, dat is zes jaar later dan gepland.’

André Pluimers realiseert zich dat vertraging ook een voorsprong kan betekenen. Kavels die bedrijven als CoolBlue nodig hebben. kan zijn onderneming nu met het XL Park invullen. Transport over water lijkt goedkoper en milieuvriendelijk dan wegtransport. ‘Water loopt altijd achter de weg aan. Als je een container openmaakt wordt één vracht er zeven. Voor Nederland is het alleen zinvol om een container pas in eigen land open te maken. Transport over de weg is sneller en goedkoper.’

Om daartegen iets te doen, lijkt tolheffing een aangewezen maatregel. Toch is veel te zeggen voor ontmoediging door middel van prijs. ‘Tolheffing samen met ruime voertuigen is beter. We verplaatsen containers met bronwater voor Canada, terwijl ze dat zelf ook hebben.’ Voor containers is de binnenvaart een goed alternatief, maar bier bijvoorbeeld niet. Dat moet just in time.

Bolk Transport heeft 200 chauffeurs in dienst, van wie 15% buitenlands. Als chauffeur ben je soms weekenden van huis weg en ‘een Nederlandse chauffeur wil dat niet’. In Europa is vervoer een vrije markt. Je mag met Bulgaarse chauffeurs tegen Bulgaarse loonkosten werken.Als Nederlandse speler heb je ook niet veel keus: of je raakt je klant kwijt of je gaat het zelf doen. ‘Chauffeurs- en kantoorbanen gaan zó het land uit.’


Ton Golstein (links) begon ooit als stagiair bij De Karelskamp

De medewerkers van de penitentiaire inrichting Almelo, beter bekend als De Karelskamp, verkeerden de afgelopen jaren geregeld in het ongewisse omtrent haar voortbestaan. Steeds werden boze voornemens onder druk van de politiek teruggedraaid. De Karelskamp is inmiddels afgevoerd van het lijstje van de Dienst Justitiële Inrichtingen. Sluiting in 2021 is van de baan en als het aan directeur Ton Golstein ligt, blijft de gevangenis in Almelo – waar hij ooit als stagiair begon – nog jaren langer open.

Zelf is hij al 22 jaar werkzaam in het gevangeniswezen. Eerder bestierde hij gevangenissen in Zwolle, Leeuwarden en Hoogeveen en de Sentro di Detenshon i Korekshon Korsou op Curaçao. ‘In die gevangenis was de temperatuur behoorlijk hoger dan die in Nederland.’


Ton Golstein: ‘De kans op recidive is kleiner als je gedetineerden goed behandelt.’

En inrichtingen in Nederland en het buitenland, dat is een wereld van verschil. Maar, ‘ook een gouden kooi blijft een kooi. Je zit nergens goed’. De Karelskamp staat in Nederland hoog aangeschreven om de gedetineerdenzorg en arbeid. Het is de kleinste penitentiaire inrichting in Nederland, maar er is wel het grootste arbeidsbedrijf aan verbonden: De Fabriek. Dat is uniek.

Veertig procent van de gedetineerden gaat nadien weer in de fout. Investeren in leefklimaat en educatie werpt wel degelijk zijn vruchten af en voorkomt ‘detentieschade. Ik ben geen rechter, ik krijg de mensen aangereikt. Als ik ze als hond behandel, komen ze als een hond op straat. ‘De kans op recidive is kleiner als je hen goed begeleidt. Van alle gedetineerden zit 80% overigens maar drie maanden’.

Of Ton Golstein vertrouwen heeft in een langdurig voortbestaan van De Karelskamp? ‘Als je al 22 jaar in het gevangeniswezen werkt, geloof je niet zoveel meer. De politiek is niet altijd even betrouwbaar en het is niet eenvoudig om uit te leggen dat als mensen goed zijn in hun werk we toch weer op een lijstje komen.’

Zoveel is wel duidelijk: in Almelo wordt een goed kwalitatief product geleverd. ‘Het leefklimaat in Almelo is het beste. Dat komt ook door de opstelling van de Twent. Er gebeurt niet zoveel in zo’n inrichting, maar bij een kleine inrichting is de celplaats duur. Als je duidelijk maakt dat je kwaliteit hebt en die kunt kapitaliseren, heb je een punt.’

‘Kijk je naar het aantal incidenten en geweldplegingen onderling, dan gebeurt hier niet zoveel. Als je praat met gedetineerden, hoor je dat mensen graag in Almelo zijn gedetineerd. Men zit er goed, het personeel kent weinig verloop. Dat kostenaspect nekt me dan ook. Hoe ouder mensen worden, des te duurder. Dan loop ik uit de kosten.’

Ook tijdens de jaarlijkse benchmark blijkt Almelo een van de betere inrichtingen. Qua incidenten en recidivegevallen laat De Karelskamp heel goede resultaten zien, maar de  plaats per cel is duurder. Ik heb toch wel hoop dat men oog en oor heeft voor het kwalitatieve aspect.

Ook al gaat in Almelo zelden iets mis, mensen hebben wel ‘allerlei natuurlijke openingen’ om dingen mee te voeren. Visiteren mag niet, maar er wordt hard aan gewerkt om contrabande te traceren.

Men gaat er in Nederland steeds meer toe over gedetineerden in hun regio van herkomst te plaatsen en niet in de regio van het misdrijf. Hoe verder de gedetineerde van de gemeente is verwijderd, des te minder een gemeente investeert in nazorg, leert de praktijk. Er zijn meer positieve ontwikkelingen: je kunt doelgroepen waarmee we problemen hebben in kaart brengen. Samen met de GGD, GGZ en Jeugdzorg kun je bespreken wat de problemen zijn en hoe die zijn op te lossen.  ‘Een groepje moeilijk handelbare jongeren kun je in De Karelskamp opvangen en opvoeden. Ik heb aantoonbare resultaten met mensen in de open fabriek. Mensen met een beperkte productiecapaciteit die werken tussen gedetineerden en hen begeleiden. Daar komt productie uit.’

 

Foto’s met dank aan Marinus Blaak. Zowel hij als Coen Mulder besteedt aandacht aan deze bijeenkomst van Zakelijk Almelo.

Continue Reading

Maandag 6 februari 2017

Gasten bij aflevering 66 van Zakelijk Almelo waren Richard Andringa (secretaris-directeur Waterschap Vechtstromen) en Jan Willem Top & Gilbert Willemsen (directeuren Neuteboom Koffiebranderij). Martin Steenbeeke ging met hen in gesprek.

Herman Nijhuis, Johan Andela, Gerrit van Woudenbergh en Diana van Os zijn er klaar voor

Waterreiniging en -beheer? ‘Niemand beseft wat er allemaal bij komt kijken bij schoon en veilig water’, begon Richard Andringa. ‘Het is ook ingewikkeld te zien. Wij zijn heel erg goed geworden in het verzinnen van oplossingen voor schoon en veilig water. De opgaven worden veel groter. Dat komt door de klimaatverandering en de trek van het platteland naar de stad. We moeten dus meer samenwerken, ook met innovatieve bedrijven. Ook de eisen worden steeds hoger, bijvoorbeeld vanwege medicijnresten. Die problematiek wordt steeds groter. In het watersysteem gaat het vooral om de klimaatverandering. Al 35 jaar eerder dan we dachten zijn er hoosbuien. Die kunnen nog intenser worden. Wij moeten voorbereid zijn op de uitdagingen die ons wachten en zoeken naar technologische mogelijkheden.’


Het streven is om alle afval om te zetten in grondstoffen. Deels gebeurt dat al. ‘We proberen uit het slib nog meer grondstoffen te halen.’

In het werkgebied van Waterschap Vechtstromen zijn 22 rioolwaterzuiveringsinstallaties. In Glanerbrug is een bedrijfshal op het terrein van de rioolwaterzuivering omgetoverd tot waterinnovatielocatie. Hier doet men onderzoek naar en met innovatieve watertechnologieën.

Daarnaast ziet Richard Andringa de trend dat bedrijven over een afvalwaterzuivering beschikken en het waterschap niet meer nodig hebben. ‘Dat is een bedreiging. Je ziet een trend van zelforganisatie. De technologie maakt dat ook mogelijk.’ Er is inmiddels een anti-afhaaksubsidie, die een bedrijf moet prikkelen klant te blijven.

Het kantoor in Coevorden gaat sluiten. Het Waterschap concentreert de activiteiten in Almelo, maar: ‘het hoofdkantoor wordt minder belangrijk, de medewerkers moeten eropuit. De inhoud van het werk wordt beter als iedereen af en toe werk ruikt’.
Ook het pand aan de Kooikersweg zal eerdaags te groot zijn. ‘We bouwen vooral flexibiliteit in. Wel willen we een plek in of in de buurt van Almelo.’

Vechtstromen heeft 500 medewerkers; 200 van hen zijn al ‘buiten’ Er is een enorme trots bij de medewerkers en in het bedrijf, besluit Richard Andringa. ‘Er is in Twente een enorme geworteldheid van mensen en bestuurders. Ze zijn verbonden met wat er speelt in de regio.’

Ger Vermeulen verzorgde de column. De tekst ervan kunt u elders lezen.

Neuteboom dateert van 1891. Gilbert Willemsen en Jan Willem Top vormen sinds 2003 de directie van Neuteboom Koffiebranderij. Het is ambachtelijk werk en er moet veel en vaak worden geproefd. Niet alleen de bonen (zoals Arabica en Robusta), ook de melange en het branden doen ertoe. ‘Samenstellen en branden is een belangrijk ding, die zijn smaakbepalend. Wij importeren koffie uit 24 landen wereldwijd. De kwaliteit moet je dan erg in de gaten houden. Door de dag heen drinken we wel veel koffie, wel dertig tot veertig kopjes. Je moet wel koffieliefhebber zijn.’

Sinds 2003 zijn de omzet en het aantal medewerkers verdubbeld. Ook kwam men met eigen merken. ‘Je toegevoegde waarde moet wel heel groot zijn om schapwaarde te houden, dus gingen we naar de private label-kant. We hebben geprobeerd met trends bij supermarkten te komen, maar we zijn in de steek gelaten door leveranciers. Nu hebben we een Nespresso-compatible.’ 

Gilbert Willemsen

Neuteboom levert koffiebonen, koffiepads en gemalen koffie. Er wordt geproduceerd onder een aantal merknamen, waaronder Neuteboom Professioneel, Neuteboom Biologisch, Café  de Origen, Manetti Classic en Redbeans. Zelf onderscheiden Gilbert Willemsen en Jan Willem Top drie ‘mooie bedrijven’: Redbeans, Manetti en Neuteboom.

Jan Willem Top

Neuteboom Koffiebranderij behoort tot de vijf grootste koffiebranderijen van Nederland. De productiecapaciteit bedraagt 10.000 ton. Douwe Egbert is de grootste met tweederde van de markt. ‘Daar kunnen wij niet bij in de schaduw staan. Wij moeten het hebben van betrouwbaarheid en kwaliteit, van trends volgen.’

Bij koffie draait het om smaak. Neuteboom brandt en verpakt de koffie zelf. ‘We moeten de melange maken die de klant wil.’ In Duitsland, waar ze ook koffie leveren, drinkt men een  ander soort koffie. ‘We hebben allemaal een verschillende smaakbeleving en een ander zetsysteem. Koffie is een emotioneel product. Iedereen heeft een mening en voorkeur, er is heel wat voor nodig om te wisselen.’

Melk in de koffie is volgens Jan Willem Top ‘afvlakking van de koffiesmaak’

Beiden zien een trend in bonen en capsules. ‘Bonen zijn hot. Filterkoffie is passé. Het is bonen of capsules. De ontwikkeling zit vooral in de hardware. Wij ontwerpen ook horecamachines.’ Het idee eigen koffieshops op te zetten, hebben ze laten varen. Tegenwoordig vind je op elke hoek van de straat wel een koffieshop en is het veel  moeite om er een boterham uit te halen. ‘Als je in een keten stapt, moet je minimaal dertig van die tentjes hebben.’

Dit jaar beleeft die trend een groeifase, met nieuwe klanten en een nieuwe branderij. ‘Er staat ons redelijk veel te wachten. Op de huidige locatie is dat lastig, we lopen tegen ons plafond. Daarom kijken we naar uitbreiding en nieuwbouw.’

Namens Sheltersuit beklom Youp Meek de zeepkist. In drie minuten gaf hij een presentatie van het idee en hoe dit is gerealiseerd. Sheltersuit staat open voor samenwerking en ideeën.

Foto’s (m.u.v. Youp Meek) met dank aan Marinus Blaak en Coen Mulder

Continue Reading