Wim van Dalfsen (3 april 2017)

Bent u zich bewust van uw bubbel?

‘Nadat ik mijn nieuwe woning aan de rand van de binnenstad in mijn voormalige woonplaats Genemuiden had betrokken, bleek ik midden tussen mensen te wonen van reformatorische afkomst. Genemuiden is vergelijkbaar met Rijssen, alleen kleiner en een beetje orthodoxer. Op zich zijn het vriendelijke mensen. Ze zeggen je netjes goedendag en maken een praatje over het weer. Verder blijven ze vooral onder elkaar. De jongeren zoeken hun partners binnen eigen kring. Zo bleken de buurjongens zonder uitzondering hun vrouw op de “bible belt” van de Veluwe te hebben gevonden. Kortom prima mensen om naast te leven. Geen enkele overlast, maar ook niet veel contact. Overigens zo bekrompen zijn ze ook weer niet. Een kerstboom komt er niet in huis want die is van heidense oorsprong. Ze hebben wel een vijvertje in de tuin met een bruggetje dat is verlicht. En die lichtjes branden altijd. Ook met de kerst!

Maar ik realiseer me dat ze in een eigen wereld leven. Zonder TV, zonder radio, met eigen krant en vooral veel kerk. Ze stemmen op hun eigen partij: de SGP. Is dat leuk? Nou, niet echt. Is dat erg? Dat ook weer niet.

Tegenwoordig woon ik in Goor. Dat is een soort klein Almelo. Een plaats met veel industrie, productiepersoneel, veel mensen met een uitkering. De industrie heeft ook veel allochtonen aangetrokken, meestal mensen van Turkse origine.

Het zijn geen mensen met wie je snel in aanraking komt. Maar vorig jaar kwam ik in gesprek met een mevrouw die in een straat verderop bleek te wonen. Door stom toeval ontmoetten we elkaar. Haar grote parkiet of kleine papegaai – dat is mij niet duidelijk geworden – was weggevlogen en maakte in een boom in de tuin van de buren opmerkelijke geluiden. Ze – de vrouw – sprak gebrekkig Nederlands en was gekleed in een soort pofbroek die ik associeerde met de Koerdische cultuur. Haar kinderen spraken wel perfect ABN. Veel contact was er dus niet. Is dat leuk? Nou, niet echt. Is dat erg? Dat ook weer niet. Ze woont een straat verderop, maar leeft in een eigen wereld met eigen tv-zenders en een eigen moskee aan de rand van het centrum. Zou ze op Denk gestemd hebben? Gezien de verkiezingsuitslag van ons wijkcentrum hebben waarschijnlijk verschillende van haar buren op de PVV gestemd.

Tot voor kort dacht ik aan dit soort groepen die in een eigen bubbel leven. Met alleen gelijkgezinden om zich heen die dezelfde informatie ontvangen en leven volgens dezelfde regels, waarden en normen. Juist vlak voor de verkiezingen word ik met de neus op de feiten gedrukt. Iedereen leeft tegenwoordig in een eigen bubbel. Door aanvankelijk eigen keuzes op Facebook, LinkedIn, Instagram en andere apps word je onder invloed van onzichtbare maar doeltreffende logaritmes steeds meer in je eigen beperkte hokje geduwd. Je begint alleen nog maar berichten te ontvangen die jouw gelijk benadrukken.

Kun je je voorstellen dat in zo’n maatschappij van allerlei onzichtbaar versplinterde groepen ook de politiek versplintert? Elke groep tamboereert op zijn eigen gelijk en creëert zijn eigen politieke partij daarbij. Ik las in de krant over een PVV-stemmer en een Groen Linkser die gedurende een week elkaars smartphone gebruikten. Ze vonden het een ondraaglijke kwelling. De PVV’er klaagde over al die berichten over de nood onder vluchtelingen en de “gutmenschen” die zich voor hen uitsloofden en al die onzin over het klimaat. De Groen linkser vond de opruiende berichten over mogelijke terroristische aanslagen en onterechte asielzoekers niet te pruimen. Zo kwamen ze ieder eventjes buiten hun hun eigen bubbel en waren blij dat ze weer terug konden.

Internet brengt de mensen niet bij elkaar, maar versterkt juist de tegenstellingen tussen de mensen. Men is steeds minder bereid om andersdenkenden te aanvaarden. Toch zullen deze zelfde mensen met elkaar in één maatschappij moeten leven. Dat brengt met zich mee dat er water in de wijn moet worden gedaan. Compromissen moeten worden gesloten. De geslotenheid van al die groepen brengt al snel met zich mee dat politici die over de grens van hun eigen doelgroep heen kijken en bereid zijn tot samenwerking, als vuile verraders worden gezien.

Dat wordt nog versterkt door de consumptieve opstelling van de kiezers. De stap van belangenbehartiging naar cliëntelisme is maar klein. De partij wordt als een winkel gezien die maar heeft te leveren. Afhankelijk van de partij is dat: zo laag mogelijke belastingen of zo hoog mogelijke uitkeringen of pensioenen. Wie stemt nog op een partij vanuit het algemeen belang of vanuit een idealistisch oogpunt? De afbraak van de middenpartijen is illustratief. Ze kunnen amper nog een regeerbare meerderheid vormen. Voor de politicus geldt dat hij maar heeft te leveren. Doet hij dat niet dan wordt hij de volgende keer moeiteloos ingewisseld voor een nieuwe aanbieder die aantrekkelijke maar onbereikbare beloftes rondstrooit.

Dat brengt mij bij de volgende vraag. Wie kijkt nog naar de politicus als vakman? Juist in het afgelopen jaar werd bekend dat de VVD het er abominabel heeft afgebracht. Op de terreinen waar ze dachten te schitteren – Politie, Justitie en Belastingen – zakten de minister en staatssecretaris op beschamende wijze door het ijs. Een reden om hen af te straffen, zou je zeggen.

Het opmerkelijke is dat juist de andere regeringspartij – de PvdA – die algemeen gewaardeerde en capabele ministers leverde – ik noem maar Dijsselbloem, Ploumen en Koenders – genadeloos werd afgeserveerd.

Toch is het niet onbelangrijk – als u straks weer gaat stemmen – om te kijken welke bestuurskracht er in een partij aanwezig is. Hebben ze de juiste mensen om uw land of uw gemeente te besturen? En dan bedoel ik niet wie het leukst naar voren komt in die politieke discussies.

Politiek wordt vaak gezien als een theater, een spelletje waarmee je je amuseert. De keiharde werkelijkheid is echter dat je inkomen, je baan of je toekomst afhangt van beslissingen die deze politici nemen. Vaak moeten zij daarbij lange uren maken, dikke dossiers doornemen. Ze moeten niet alleen leuk uit de hoek komen, maar ook koelbloedig zijn en een rechte rug hebben.

Misschien moet u de volgende keer eens kijken naar de manier waarop een partij zijn bestuurders uitzoekt en traint. En welke ervaring ze moeten hebben voordat ze op het hoogste niveau mogen meedraaien.

Misschien krijgt u dan wel spijt van uw stem bij de afgelopen verkiezingen!

Maar dat is geen probleem. U kunt dit volgend jaar al weer rechtzetten, als de gemeenteraden aan de beurt zijn.’

 

You may also like