Ger Vermeulen (5 februari 2018)

Aan mij de grote eer om ieder jaar rond deze tijd samen met u enige bespiegelingen aan onze mooie stad Almelo te wijden. Het moge algemeen bekend zijn dat ik al vele jaren met veel plezier in Almelo woon en werk. Een fijne stad met nog steeds prachtige plekken en pleinen voor wie het wil zien. Ronduit verrassend is het om onder leiding van een gids een rondleiding door Almelo te boeken. Ik heb panden en doorkijkjes gezien die mij niet eerder waren opgevallen. Een aanrader voor familie-uitjes of zakelijke bezoekers.

Almelo, een stad die ik op school bij topografie wel op de kaart kon aanwijzen, maar waarbij ik geen enkel beeld had toen ik nog met mijn ouders in volstrekte onwetendheid in de Randstad woonde en, zoals zoveel randstedelingen, dacht dat de wereld voorbij Amersfoort en aan de andere kant van de afsluitdijk wel zo ongeveer eindigde. Ik vergeet nooit meer de reactie van mijn vader die een jasje ter reiniging naar een lokale Palthe vestiging had gebracht. Toen hij het jasje weer wilde ophalen was het niet teruggekomen. Dat komt, zei de lokale stomer, omdat het jasje was vervoerd naar de centrale reiniging in Almelo. Zeker in die jaren stond dat bijna gelijk aan een wereldreis. Het maakte op mij als kleine jongen veel indruk. Almelo, een stad die al aardig in de richting van Siberië lag en waar jasjes zomaar konden verdwijnen. Wie zou daar nou willen wonen? Bedenk dat in die tijd nog niemand van de grote Almelo Promotor Herman Finkers had gehoord.

Het is later meer dan goed gekomen tussen Almelo en mij. Of ik nou terugkom rijden uit Amsterdam of uit Oostenrijk, zodra ik de Henriette Roland Holstlaan opdraai maakt zich een gevoel van thuiskomen van mij meester. In momenten van zelfreflectie vraag ik mij natuurlijk af waardoor dit gevoel wordt ingegeven. Het kan bijna niet anders of er moet ook een gevoel van frustratie meespelen. Ik sprak daarover al eerder op deze zelfde plek. Immers, nog steeds blijkt dat in Twente niet iedereen het enthousiasme voor Almelo deelt hetgeen mij nu juist stimuleert om nog enthousiaster over Almelo te worden. Waar de meeste steden in Nederland hun grootste groei bewerkstelligen door fusies met omliggende gemeenten is dat hier nog steeds een brug te ver. En dat is jammer want telkens blijkt dat de politieke kracht van een gemeente recht evenredig is aan haar inwonertal. Gemeentelijke herindeling blijft een beladen begrip, maar is in deze tijd van schaalvergroting en afhankelijkheid van schaarse financiële middelen zo enorm belangrijk. Het stormt in politiek Nederland, gemeenten krijgen nog steeds meer verantwoordelijkheden, maar geef de gemeenten dan ook de power en de financiën om in die storm fier overeind te blijven.

Onze eigen Twentse Courant Tubantia, dagelijks onze al dan niet omstreden spiegel op onze Twentse samenleving, schrijft nu al enkele maanden met veel enthousiasme vanuit haar Enschedese bolwerk over de stad Enschede. Raadsleden, ondernemers en andere maatschappelijk betrokkenen krijgen periodiek de gelegenheid om te melden hoe buitengewoon goed Enschede gaat, hoe fantastisch de politiek erin is geslaagd om winkelleegstand te voorkomen, dat de stad wolkenkrabbers in het centrum gaat bouwen en ook overigens vele woningen worden gesticht om de te verwachten bevolkingsgroei van Enschede op te kunnen vangen. Ik denk dat wij vooral moeten vaststellen dat de crisis min of meer voorbij is. Natuurlijk zit niet alleen in Enschede weer nieuw elan. Over Hengelo kan ik bij gebrek aan voldoende kennis niet oordelen maar in Almelo is alom zichtbaar dat ook hier de crisis voorbij is. In de binnenstad wordt grootschalig gebouwd. Enschede is terecht trots op haar Roombeek, maar Almelo kan net zo trots zijn op de nieuwe woonwijk die op het Indiëterrein verrijst. En persoonlijk kijk ik dagelijks nog steeds met veel voldoening naar het in mijn ogen prachtige nieuwe stadhuis. Een blikvanger van jewelste. En als de voortekenen niet bedriegen dan gaan de kopers van het oude stadhuis ook daarvan een nieuwe parel voor de binnenstad creëren. Overigens is bij dit alles, ongeacht over welke stad het gaat, enige relativering wel op zijn plaats. Een paar weken geleden ruimde ik de kerstspullen weer op. Ik kwam daarbij een Tubantia van begin januari 2017 tegen met als kop op de voorpagina: bevolkingsgroei in Twente tot stilstand gekomen. In vrijwel geen enkele gemeente, dus ook niet in Enschede of Almelo, zat dus nog enige getalsmatige vooruitgang. Dat is nog maar koud een jaar geleden, hetgeen de vraag oproept voor wie er op dit moment zo enthousiast nieuw gebouwd wordt.

Hoe dan ook, kennelijk zit het economisch elan er weer in. Naar mijn overtuiging is dat temeer een moment om na te denken over de vraag waar Twente naartoe wil. Het is logisch dat Enschede als verreweg grootste stad in Overijssel en van Twente en met zijn universiteit de meeste bedrijvigheid in zijn binnenstad creëert. Sterker nog, het zou triest gesteld zijn met Enschede en heel Twente zijn als dat niet het geval is. Maar Twente heeft als bijzonderheid dat haar twee andere grote steden Almelo en Hengelo net zoveel inwoners tellen als Enschede, waarbij ik de aanpalende gemeenten Wierden, Borne en Oldenzaal nog niet eens noem. Hier is geen stad die door haar omvang de ommelanden regeert, zoals bijvoorbeeld Groningen of Leeuwarden. Politieke pogingen als de Bandstad en op kleinere schaal later de Dubbelstad, hebben het om allerlei redenen niet gehaald. Dat neemt echter niet weg dat vooral de drie grote Twentse steden een zware verantwoordelijkheid hebben om Twente te trekken en te dragen. Almelo heeft het, naar ik begrijp, van de drie steden tot op heden financieel het moeilijkst hetgeen goed uit haar verleden is te verklaren. Het zou gewenst zijn als ook Enschede en Hengelo zich die positie van Almelo zouden aantrekken. De drie steden moeten het met elkaar gaan doen en het is dus in ieders belang dat daarbij van gelijkwaardigheid sprake is. Geef Almelo de kans om zo snel mogelijk haar financiën op orde te hebben in het belang van de ontwikkelingen van de stad zelf en van Twente. Geef Enschede de kans om haar positie als grootste stad zo goed mogelijk te ontplooien en beschouw Hengelo als veel meer dan de stad die per ongeluk tussen Almelo en Enschede zit opgesloten. Begrijp dat het niet onlogisch is dat het ZGT haar specialismen verdeelt tussen Almelo en Hengelo (tussen de beide locaties zit niet veel meer dan een autorit van 15 minuten) en zie onder ogen dat grote winkelketens, die het toch al zo moeilijk hebben, een natuurlijke voorkeur voor Enschede of de Westermaat in Hengelo zullen hebben. Wij leven met zijn allen in Twente hetgeen niet logischer wijze spoort met al te veel eigen belangen of navelstaren.

Ik schrok dan ook oprecht toen ik in de krant las dat Almelo kennelijk redenen heeft om niet mee te doen aan de Agenda voor Twente. De exacte reden heb ik niet goed begrepen. Worden de belangen van Almelo door die agenda aanwijsbaar geschaad? Of ontbreken de financiële middelen terwijl de andere gemeenten daarin niet willen meedenken hoewel dat naar mijn mening toch ook in hun belang zou zijn. Niet meedoen, wat daarvoor ook de reden zou kunnen zijn, valt echter te betreuren. Alles moet op alles worden gezet om dat scenario af te wenden

Niettemin, tegen het hiervoor gezegde afgezet blijft het fantastisch om in de locatie Almelo van het schitterende Twentse land te leven. Des te mooier om te zien hoe de stad, zelfs tegen de stroom in, weer lijkt te groeien en te bloeien. Hoe de horeca het doet als nooit tevoren en hoe ons eigen Heracles al 12 jaar meedoet in de eredivisie en haar ambassadeursfunctie volledig waarmaakt. Geen kritiek en ergernissen? Natuurlijk wel. Waarom sta ik ieder jaar verplicht mijn kerstboom in mootjes te hakken terwijl die in andere gemeenten gewoon wordt opgehaald? En waarom slagen mijn zo gewaardeerde gemeenteraadsleden er in om bijna een crisis te veroorzaken over de vraag of een fietspad nou aan de ene of aan de andere zijde van de Plesmanweg moet worden aangelegd? Ik houd het maar op couleur locale. Het gaat vast goedkomen met ons Almelo.

Ger Vermeulen

Almelo

You may also like