Wim van der Elst (12 juni 2017)

We gaan voor de inhoud. We zijn hier onder elkaar, en durven te stellen dat we intelligente mensen zijn, die andere mensen en situaties uitsluitend beoordelen op hun inhoud. Inhoud is het enige dat telt…
Ik realiseer me dat zo’n begin op z’n minst suspect is. U hoort al: komma, máár …. Maar die komt niet. We gaan voor de inhoud. Maar: inhoud is een woordje met een bepaalde connotatie, een bepaalde betekenis. Inhoud wil zeggen dat er iets ín zit, inhoud heeft een verpakking. En daar wil ik het vandaag met u over hebben – de verpakking waarvan sommige mensen zeggen dat die vaak belangrijker is dan de inhoud. Zover wil ik niet gaan – je hebt beide nodig, de één net zo hard als de ander. Inhoud wil zeggen dat er een verpakking is, en er is alleen een verpakking als er iets in zit. Dat geldt voor de producten die u maakt, het beleid dat u in uw bedrijf of gemeente voert, dat geldt ook voor wat we nu meemaken: spreken in het openbaar.
Ik heb vaak achter zo’n microfoon gestaan of gezeten. Vooral in de jaren zeventig als presentator bij de AVRO radio en televisie, waar je pas achter een microfoon mocht na een gedegen presentatiecursus. Als ik vandaag de dag de presentatoron met een spwaakgebwek hoow, vermoed ik dat die al enige tijd geleden is afgeschaft. Wij moesten de uitgangs-n nog altijd uitspreken. Ik zeg niet dat dat béter was, maar er werd gelet op de verpakking. Die had normen.
Laat ik beginnen het misverstand te voorkomen dat spreken in het openbaar altijd moet in deze setting: spreker op een verhoog, achter de microfoon, en de zaal met mensen die omhoog kijken. Ook als u hier straks met een glas in de hand wat praat met collega-ondernemers, spreekt u in het openbaar en gelden dezelfde regels en weetjes die ik u ga aanreiken, want u wilt dat er naar u wordt geluisterd, waar u ook bent..
Om in die laatste setting te beginnen: wat moet u inhoudelijk vooral niet doen? Hoe verliest u snel de aandacht of krijgt u verkeerde aandacht? Laten we daarom eerst eens kijken naar – niet de verpakking, en ook niet naar de inhoud zélf – maar naar de aard van de inhoud.
Roddelen, negatief oordelen, klagen, smoesjes verkopen en uitvluchten zoeken: niet doen, een nono. Uitvluchten klinken soms als medewerking: ik zal mijn uiterste best doen, ik zal ernaar kijken, ja, het heeft mijn volle aandacht. We noemen dat condomerend praten: verhullend lullen – het lijkt heel wat maar er spreekt geen enkele belofte, geen enkel commitment, geen enkele prestatietoezegging uit. Loos gebabbel.
Wantrouw overdrijven: alles is tegenwoordig super goed, super gezellig, super warm, vet gaaf cool. Alles is super, behalve het kabinet, dat is volgens Geert Wilders onveranderlijk: dit vréselijke kabinet. Dat verliest een keer zijn kracht. Overdrijven gaat snel over in liegen, en we luisteren niet graag naar mensen die liegen, of van wie we, door hun eigen houding of uitspraken, aannemen dat ze de waarheid niet spreken. Dat kun je je niet permitteren, wie je ook bent. Zelfs voorzitters van gerespecteerde politieke partijen sneuvelen daarop.
Daarentegen zijn er vier hoekstenen om een goed betoog op te bouwen:
Wees eerlijk: duidelijk, rechttoe – rechtaan
Wees authentiek: je bent jezelf, niemand anders
Wees integer: doe wat je zelf zegt, wees betrouwbaar
Wees betrokken: heb het beste met mensen voor. Dat stelt wel eens grenzen aan de eerlijkheid – je zult niet snel zeggen: ‘jij ziet er ook niet uit vandaag, zeg’, hoe eerlijk dan wel duidelijk je ook bent.
Maar dit alles is de aard van de inhoud – de verpakking wordt geleverd door een fantastisch instrument dat we allemaal hebben: de menselijke stem. Die geeft een indrukwekkend arsenaal aan mogelijkheden om je boodschap, je verhaal kracht te geven. Inhoud is prima, de vorm moet kloppen, maar de verpakking maakt het duidelijk.
De stem biedt drie belangrijke instrumenten. De eerste is het register. Praten op een hoge toon – in falsetto – zal vaak alleen gefronste wenkbrauwen opleveren, een teken dat de aandacht weg is of verkeerd. Maar er zijn veel tussenvormen: door je neus praten – veel Amerikaanse vrouwen doen dat: Oh my God! Je kunt het afleren, daar zijn stemcoaches voor. De meeste mensen praten vanuit de keel, niets mis mee, maar je kunt je stem ook laten zakken naar je borst of nog dieper, en dan heb ik het niet over buikspreken. We hebben doorgaans sympathie, minstens aandacht, voor politici met een lage stem. Hoe dacht u anders dat Ivo Opstelten minister was geworden? Ietwat roerig VVD congres: dames en heren, laten we vooral verstandig blijven. Vanaf dat moment wilde niemand meer onverstandig zijn. Diepte wordt geassocieerd met macht, met autoriteit.
Tweede instrument: timbre – hoe voelt je stem? We weten uit onderzoek door reclamebureaus dat er algemene sympathie is voor stemmen die rijk, glad en warm aanvoelen. Morgan Freeman heeft het over Swinkels, en je krijgt me toch trek in een biertje, en wie van u kan er ‘what else?’ zeggen zoals George Clooney? Geloof me, er zit hier een zaal vol Clooneys en Freemans, want je kunt je daarin trainen – daar zijn stemcoaches voor. Je kunt echt fantastische dingen bereiken met adem, houding en oefeningen.

Tot slot, de leukste: prosodie, de metataal om de betekenis van woorden en zinnen te onderstrepen. Betekenis komt van intonatie, klemtoon en ritme. Daarmee kun je lading meegeven aan je boodschap. Voorbeeld:
Wat wil jij nou weer?, wat wil jij nou weer?, wat wil jij nou weer?, wat wil je nou weer? Wat, wil je nou wéér?
Kleur in je stem aanbrengen en verschillende toonhoogtes hanteren houdt aandacht vast – niets is erger dan een monotoon gebrachte voordracht, vooral als dat het eerste nummertje na de lunch is op een toch al taai congres. Heel irritant is de herhalende prosodie, waarbij elke zin eindigt als een vraag, die geen vraag is maar een bewering ↑. Dan gaat de stem aan het eind van de zin omhoog ↑, en vooral geroutineerde Kamerleden doen dat om te voorkomen dat hun betoog in de eindmontage middenin wordt weggeknipt ↑. Ik had destijds een bloedhekel aan die knapen.
Tempo is veelzeggend: ik kan heel opgewonden klinken door iets heel snel te zeggen, of juist remmen om nadruk te geven, en zelfs: stilte.
Er is niets mis met een beetje stilte in een voordracht. We hoeven de tijd niet vol te praten, en helemaal niet met eeehs.. en stopwoordjes …. Stilte eeeh kan eeeeh heel krachtig eeeh zijn, zeg maar.
Nadruk komt natuurlijk ook – vaak in combinatie met tempo – van een hogere toon, maar een hoge stem alleen is niet genoeg: waar zijn mijn sleutels – wáár zijn m’n sleutels?! Volume! Volume duidt op opwinding – sorry als ik u wakker heb gemaakt – maar nóg betekenisvoller is de aandacht die je krijgt door heel zacht te spreken. De zaal buigt zich dan voorover om ook dát op te vangen. Voor je het weet, zitten ze op je schoot.
Mijn advies: vóór die tijd wegwezen. Je moet stoppen op het hoogtepunt.

You may also like