13 april 2015: WIM VAN DER ELST

13 april 2015: Wim van der Elst

‘Community service’

Ik wil het met u hebben over het begrip ‘community service’ – dienstbaar zijn aan je samenleving, welke dimensie u daaraan ook wilt geven. De een kiest voor de wereldvrede in het algemeen of het milieu in het bijzonder, de ander gaat helemaal voor de tafeltennisclub, of de huurdersvereniging. Waar het om gaat is dat je iets van je vrije tijd belangeloos in dienst stelt van mensen in je omgeving. Vrije tijd en belangeloos zijn de twee sleutelbegrippen. En wanneer je omgeving je inzet dan ook nog positief waardeert, dan ben je naar mijn idee goed bezig.

De een is daar natuurlijk beter in dan de ander. De een ziet het werk eerder liggen dan de ander, de een toont eerder initiatief dan de ander, de een heeft eerder ideeën dan de ander. We hoeven ook niet allemaal voorop te lopen, dan wordt het dringen en dus vaak vallen. Je kunt ook aansluiten bij activiteiten van anderen. De helpers helpen.

De meesten van ons zullen wel eens voor iets zijn gevraagd. Je krijgt dan nooit te horen: joh, doe het, want je bent geen avond meer thuis en het kost je bákken geld. Nee, het lokkertje is altijd: ach, af en toe een vergaderingetje, een middagje in de maand, een uurtje of zo in de week. Soms wordt er nog aan toegevoegd: het is hartstikke leuk. Alléén dat laatste is vaak waar.
Heb je ‘ja’ gezegd, dan zeg je ook ‘b’. Het uurtje in de week worden twee volle avonden want de vorige penningmeester heeft er een puinhoop van gemaakt of de vorige secretaris werkte nog met MS DOS en de achterkant van een sigarendoosje. Maar je geeft je vrije tijd en je eigen expertise omdat je er iets van wilt maken. Zo zijn vrijwilligers, en daarom moet je ze koesteren.

Daarnaast is de ervaring ook vaak dat, als je aan het één begint, je tegen het andere geen néé zegt. Je krijgt de smaak te pakken, lijkt het haast wel. En dat brengt me bij de organisatie van Zakelijk Almelo, dat bizar genoeg in een tijd van enkele weken twee vrijwilligers verloor aan wie onze stad Almelo heel veel heeft te danken: Harry Nijhuis en Roel Elbrink. Beider naam is onlosmakelijk verbonden aan een aantal evenementen, initiatieven of genootschappen die onze stad doen uitstijgen boven de grauwe middelmaat. Dat alles zou nooit tot stand zijn gekomen als niet een paar gekken daar zo’n beetje al hun vrije tijd in waren gaan steken. Zakelijk Almelo is daar maar één voorbeeld van – over Harry en de Profronde is al een boek verschenen, en er zijn er nog heel veel andere op te noemen. Ik wil er één uithalen, omdat die in de recente krantenartikelen over beiden met te weinig woorden is afgedaan, mogelijk omdat de naam van het genootschap al te gemakkelijk tot misverstanden zou leiden. Maar het illustreert hoe leuk en nuttig vrijwilligerswerk kan zijn.

Harry en Roel waren de geestelijke vaders van het genootschap van een 20 tot 25 ondernemers, ambtenaren en bestuurders van Almelo dat één maal per jaar, op een vrijdag, per bus een aantal bezoeken bracht aan ondernemingen of instellingen in Nederland of omstreken. Het genootschap noemde zich de SVP – Stichting Vrijdag Pret – de Hedonist. Een Hedonist stelt aards genoegen tot richtsnoer van al zijn handelen, maar wij deden dat in een hoog zedelijk besef. Doel van de jaarlijkse missie was immers om de rest van Nederland en omstreken kennis te laten maken met wat wij noemden: de Almelose Gedachte, en het was altijd weer verrassend dat onze gastheren elk jaar opnieuw hun deuren wijd voor ons openstelden alleen al omdat we als net-gekleed gezelschap aan de voordeur verschenen.

Harry was hierbij de ideeënbron en organisator. Welke directiekamer hij ook betrad, hij stelde zich voor als “Nijhuis, Almelo’, en beschouwde de kennismaking daarmee als volstrekt afdoende afgerond. Het was niet ongebruikelijk dat de voorzitter van de Raad van Bestuur, die zich tot dat moment wellicht had afgevraagd waar hij nu weer mee te maken kreeg, dan verpletterd ging zitten en zijn ondergeschikten vervolgens liet weten dat de heren uit Almelo álles konden zien, én waren uitgenodigd om te blijven lunchen.

We hebben dit 32 achtereenvolgende malen herhaald. In die 32 jaar zijn wij voorgesteld aan het stadsbestuur van Keulen – waar zeker 16 Almeloërs zich aan de burgemeester voorstelden met de naam ‘Van Basten’ –, hebben wij voor de kust van Friesland gevaren als gast van de commandant der zeemacht, waren we bij de ANWB, de Nederlandse Spoorwegen, het hijsbedrijf Mammoet, waar waren wij niet? Nou, niet in de cellen van de Rijkswacht te Antwerpen, dat overkwam er maar één van ons, maar Harry kreeg ‘m er wél uit vóór de bus naar Almelo vertrok. Hij keek nog jaren met genoegen terug op dit staaltje diplomatiek ingrijpen, waarmee het uiteenvallen van de Benelux en de Europese Unie naar zijn idee was voorkomen. Ik zei u al: vrijwilligerswerk is leuk.

Maar ook nuttig: het nevenresultaat van de reis was dat er tal van contacten werden gelegd die later tot voordeel van Almelo strekten. Commerciële diplomatie, zou je het kunnen noemen, en dat is de olie in de economie en in de handelsbetrekkingen. Welke bedrijfsmatige instelling zou zoiets gaan organiseren? Geen één. Vrijwilligers wél.

Roel was daarbij de man die de zaken op de achtergrond bestierde. Waar Harry symbool stond voor het bruisende bier, was Roel de rustige, belegen wijn. In zijn geval uitsluitend Sancerre, want hoewel ook hij de afgelopen tijd is beschreven als een Bourgondiër, was hij veel meer de man van de Loire, de rijpe, witte wijnen van de Sancerre. Wie hier ooit door Martin Steenbeeke is ondervraagd of hier een colum n heeft uitgesproken, weet wat Roel in zijn caves had opgeslagen. En wie ooit het glas met hem heeft geheven, is zonder twijfel bekend met zijn toost: santeticum santati, 1,2,3 – daar gaat-ie.
We hebben het reisgenootschap opgeheven, uit erkenning van de ziel die Roel en Harry erin staken en die verdwenen was. De organisatie van Zakelijk Almelo gaat door, anders dan het was, maar het gaat wel door. En wie het idee van het reisgezelschap wil overnemen en op zijn eigen manier wil voortzetten: gaat uw gang. Doe het vooral, al is het maar voor het plezier om iets voor uw stad te doen. Zet het voort, zet het voort!

Ik hechtte eraan dit pleidooi voor vrijwilligerswerk te plaatsen in het teken van de nalatenschap van Harry G.S. Nijhuis en Roel Elbrink, twee motoren achter Zakelijk Almelo en tal van andere initiatieven, evenementen en organisaties in onze stad. Ze hebben daar een leegte achtergelaten en ik geef ze graag een kwalificatie die ik optekende uit de mond van nog zo’n vrijwilliger die niet stil kan zitten, Guido Eggermont zei: we zullen ze nooit vergeten.
Sterker nog: we zullen ze missen!
Zet het voort. Zet het voort.