3 februari 2020 Ger Vermeulen

‘Al heel wat jaren krijg ik op de eerste bijeenkomst van het jaar van Zakelijk Almelo de eer om met een column het jaar te openen. U bent van mij gewend dat ik dan onze stad Almelo tegen het licht hou. Ik woon en leef immers met veel plezier in onze stad en praat daar dan ook graag over. Ik doe dat mede om een tegenwicht te vormen tegen hen die nog steeds niet door hebben dat Almelo een schitterende bloem is die steeds verder tot ontplooiing komt. Toegegeven, het gaat wat dat betreft een stuk beter. Wij Almeloërs moesten jarenlang in de verdediging als wij elders vertelden dat we graag in onze stad wonen. De vooroordelen waren hevig en men wist niets anders te zeggen dan de zin over het stoplicht. Ik weet niet hoe het u verging, maar ik kon daar de humor niet meer van inzien. Kon er dus zelfs niet meer om lachen hoewel mijn gesprekspartner dacht dat hij een leuke grap vertelde. Het was hetzelfde met mijn twee Dalmatische honden. Hoe vaak voorbijgangers mij nu al hebben gevraagd waar de andere 99 zijn kan ik niet meer bijhouden. Goed en aardig bedoeld maar niet meer origineel.
Maar een duidelijke kentering is merkbaar. De stad begint te bruisen. De verbouwing van de binnenstad heeft wat mij betreft nieuw elan gebracht. Loop vanaf de rechtbank de stad in tot aan Amaliaplein of Kolkje en je waant je , zeker als de brug- en straatverlichting al aan is, in een dynamische stad. Hoezo geen mooie panden en doorkijkjes? Kijk omhoog in Marktstraat of Grotestraat. Geniet van het Kolkje met zijn kleine pittoreske zijstraatjes. Verbaas je over de schoonheid van Doelenstraat en Molenstraat. Laat gewoon de feestverlichting het hele jaar hangen. Dat geeft nog meer kleur aan de binnenstad.

Vroeger kon je voor een column nog inspiratie halen uit de matige financiële toestand van de stad. U en ik weten nog dat Almelo een artikel 12 gemeente was. Wat dat precies betekende wisten maar weinigen, maar we wisten wel dat dit wel heel erg moest zijn. Later stond Almelo onder controle van de Provincie. Maar ook dat is voorbij. Naar ik begreep kan Almelo ook financieel weer haar eigen boontjes doppen. Ook onze burgemeester, die naar mijn oordeel als jurist, uitstekend werk doet binnen zijn mogelijkheden bij de bestrijding van de misdaad en ook overigens een ware PR functionaris van Almelo lijkt te zijn, was in zijn nieuwjaarstoespraak meer dan positief over onze stad. Het gaat goed met de stad, was zijn boodschap . Kortom, zijn er nog wel zere plekken om de vinger op te leggen? Almelose bedrijven komen aan de lopende band in de publiciteit. Almelo is in Twente de stad met de grootste technologiedichtheid Wij herbergen alleen al 361 technologiegerelateerde bedrijven. En hebben de meest gedifferentieerde economische structuur van Twente. De textielklap lijkt te boven, de afbraak van panden is voorbij. En Heracles Almelo speelt al 13 jaar stabiel in de eredivisie! Kortom, wij inwoners van Almelo hebben alle reden om trots op onze stad te zijn.

Dat moeten wij naar mijn mening echter toch nog beter uitdragen. Als wij dat zelf niet doen dan doen anderen dat zeker niet voor ons. Zonder iemand op de tenen te willen staan is mijn bron van opwinding toch voortdurend de wijze waarop en vooral de frequentie waarin onze dragende media in Twente over Almelo rapporteren. Natuurlijk, TC Tubantia is een krant met zijn grootste redactie en aandachtsgebied in Enschede en RTV Oost heeft zijn redactie in dezelfde hoek en moet aandacht schenken aan heel Overijssel. Maar ik mis daardoor veel positief Almeloos nieuws en ik moet altijd eerst cijfers en statistieken uit Enschede lezen voordat ik bij de soms veel betere cijfers en statistieken van Almelo kom. Om over het dagelijkse nieuws van FC Twente maar te zwijgen. Zelfs de wijze waarop bij wijze van spreken het gras groeit in de Veste moet ik in mijn Almelose uitgave van de krant lezen. Pas als wij de naam van het stadion wijzigen is dat groot nieuws.

Kort en goed, het is niet meer zo eenvoudig om vingers op zere plekken in Almelo te leggen. Zo’n zere plek is wat mij betreft ook niet de leegstand in de binnenstad. Dat is immers geen Almeloos probleem maar een landelijk probleem. Ruwweg kampen alle steden met minder dan 100.000 inwoners met dat probleem en is de situatie in grotere steden met name erg wankel. Hoewel dat zeker niet mijn deskundigheid is, viel mij in de USA al enkele jaren geleden op dat winkelen niet meer in binnensteden plaatsvindt maar in grote malls aan de rand van de stad. Zouden ook wij niet die ontwikkeling gaan volgen, of wij dat nu leuk vinden of niet?
In ieder geval is het water terug in onze stad. Ik zie nu al uit naar zomerse dagen waar de nieuw gebouwde trappartij ruimte zal bieden aan vooral jonge Almeloërs die nog niet gehinderd door rugproblemen , net zoals op de Spaanse trappen in Rome, op de trap kunnen zitten om van zon en water te genieten. Bij al dat teruggekeerde water ontbreekt op dit moment nog een belangrijk element. Alle Italiëgangers onder ons weten dat ieder dorp en iedere stad aldaar op zijn minst 1 fontein telt. Zo’n fontein waar je met anderen afspreekt als je de stad in gaat, een fontein die op alle ansichtkaarten van de stad prijkt. Zo’n fontein moet als bekroning van het teruggekeerde water nog in onze stad verrijzen. Uw mede-organisator Coen en ondergetekende maken zich al enige tijd sterk voor de komst van een fontein en de geluiden vanuit het stadhuis voor medewerking zijn veelbelovend. U gaat nog van ons horen.

Ten slotte. Het zal u opvallen dat ik mij heb ontdaan van een stropdas. Mocht ik u heel wat jaren met enige schroom toespreken ondanks mijn functie als rechter, ik kan inmiddels helemaal los gaan nu ik sedert kort mijn rechterstoga heb afgelegd. Overigens heb ik mij nooit veel gelegen laten liggen aan de beweerde belemmeringen die een rechter zou hebben om zich in het openbaar uit te laten. Ook een rechter, zo kan ik u verzekeren, is immers een gewoon mens met eigen ideeën en opvattingen. Natuurlijk, een rechter die naar buiten spreekt moet uitkijken dat hij geen meningen verkondigt waarop hij later als rechter zou kunnen worden aangesproken. Er blijft dan echter genoeg over om los te gaan. Niettemin is dat nu eenvoudiger. U vindt mij inmiddels weer terug als adviseur in de advocatuur bij Spraaq Advocaten in Almelo. En advocaten kennen geen remmingen zoals u weet. Ik mag weer openlijk over vonnissen spreken, over wat ik vind van opgelegde straffen, over de vraag of de rechter de overheid mag dwingen om milieumaatregelen te nemen en wat ik vind over 100 km per uur. Graag en desgewenst daartoe bereid op een ander moment. Nu volsta ik nogmaals met de opmerking dat het plezierig toeven is in het zichtbaar veranderende Almelo. Zoals een sticker op de achterkant van mijn auto meldt: Ik ben trots op Almelo.’

You may also like