4 november 2019 Wim van der Elst

 

De Nederlandse taal staat verheugend in de belangstelling, en terecht! Een goede beheersing van de Nederlandse taal en taalvaardigheid waren onlangs de centrale thema’s tijdens het Open Huis van onze  25-jarige bibliotheek. De belangstelling was overweldigend: zeker enkele tientallen, voornamelijk oudere, mensen. Die hoorden dat gebrekkige taalkennis bijvoorbeeld leidt tot schulden omdat overheidsbrieven niet worden begrepen. Onze overheid gaat daar wat aan doen: ambtenaren gaan Nederlands leren! Zelfs RTL4 heeft op donderdagavond de  programma’s  ‘Spreek Nederlands met me’ en ‘Hoe zal ik het zeggen?’. Op de radio, zaterdagmorgen: de Taalstraat!

De helaas te vroeg overleden voormalig Dichter des Vaderland Driek van Wissen begon ooit zijn televisieoptredens altijd met de uitspraak: de taal is het voertuig van de geest, maar sommigen beschikken over een wel héél krakende wagen. Het was dan ook niet voor niets – sterker nog: er is nog altijd alle reden voor – dat er in de afgelopen maand oktober in kranten en op radio en tv veel  aandacht was voor onze taal. Het was van 5 tot 12 oktober zelfs de Week van het Nederlands, en afgelopen zaterdag was op de radio weer het Groot Dictee der Nederlandse taal. Nederlands – niet: Hollands.

Irriteert u zich ook zo aan slecht Nederlands? Ik besef mij terdege dat ik had moeten zeggen: ergert u zich aan slecht Nederlands, of slecht Nederlands irriteert me. Dat besef ik heel goed. Laatst nog bij de tour de Frans, zoals de wielerronde van Frankrijk vaak op radio en televisie heet. Ik heb mij altijd afgevraagd wie die Frans toch is naar wie een wielerronde is vernoemd. Taalverhaspeling komt in alle talen en alle tijden voor. Wim Sonneveld zei al: ‘de Nederlandse taal is een mooie taal, maar se mot suiver worde uitgesproke’.
Ik wil het daarom met u hebben over de Staat van het Nederlands.
zakelijk almelo 4 nov 2019                                                                                                        2

Laat ik beginnen in China, bij Confucius, Chinese wijsgeer die óók al enige tijd niet meer onder ons is, kwam met de uitspraak: “Men moet correcte taal gebruiken. Als de taal niet goed gebruikt wordt, komen woorden niet overeen met de werkelijkheid. Dan blijven dingen die gedaan moeten worden, ongedaan. Het gevolg is dat het goede en het schone wegkwijnen, het recht zijn loop niet heeft, de mensen in verwarring raken en de samenleving uit elkaar valt’. Een waarschuwing die nog altijd waarde heeft – denk aan de brieven van ambtenaren!
Nou is taal ontzettend veelzijdig en veelzijdigheid is lastig. Gesproken taal is het simpelste: als er iets onduidelijk is zou je de spreker direct om opheldering kunnen vragen. In veel interviews zegt de vragensteller vaak: ‘oh, u bedoelt dat ….’ als de geïnterviewde uitgebreid antwoord gaf op een vraag die niet gesteld was.

Geschreven taal is lastiger: de schrijver is niet direct benaderbaar, dus wat hij schrijft moet in één keer duidelijk zijn. Een goed gekozen woord zegt meer dan 100 foto’s, laat u zich nooit van het tegendeel overtuigen. Trump heeft laten zien hoe foto’s kunnen worden gemanipuleerd, en z’n taal is ook niet alles. En lichaamstaal, die het ons verhaal het meest beïnvloedt, uiten we doorgaans onbewust van het feit dat het effect direct merkbaar is. Opnieuw: Donald Trump.

Woordkeus vereist een woordenschat. Belangrijk, want onze woordkeus is van invloed op onze boodschap. Als je het over hetzelfde hebt, maar andere woorden gebruikt, kun je er een héél andere lading aan geven. Als er sprake is van jongens die ’s avonds laat ruiten ingooien en met een neppistool zwaaien, spreekt de krant van ‘straattuig’. Als het gaat om het zoontje van de burgemeester, dan gaat het om ‘klieren’ en ‘kwajongens’. Nuancering is dus heel belangrijk en eloquentie vereist een woordenschat.

Allemaal irritaties die je dagelijks ervaart. Het gaat slecht met onze taal, denk je dan. We spreken beter Engels dan Nederlands, of erger: het Engels is vaak minder slecht dan het Nederlands. Gelukkig hebben we in Nederland en Vlaanderen de Taalunie, de beleidsorganisatie die het Nederlands ondersteunt. En die heeft een onderzoek gedaan naar het hedendaags gebruik van onze Nederlandse taal. En wat blijkt?
Het gaat goed met onze taal!

In Nederland en Vlaanderen blijkt het de dominante taal in het sociale verkeer en ook in Suriname is het Nederlands nog steeds erg belangrijk. Er zijn maar een paar hoekjes in onze samenleving waar het Nederlands onder druk staat, zegt de Taalunie.
Het onderzoek geeft een aantal opmerkelijke conclusies. Zo werd duidelijk dat in Nederland en Vlaanderen het gebruik van de Engelse taal op – vergeef mij de uitdrukking – social media licht afneemt en dat het Nederlands daar steeds meer de dominante taal is. Dat zegt overigens niets over de woordkeus of de spelling.

Ook in de rest van het sociale verkeer is het Nederlands nog steeds de overheersende taal in Nederland en Vlaanderen. Zo zegt ruim 85% van de Nederlanders altijd Nederlands te spreken in zijn naaste omgeving. In Vlaanderen ligt dat percentage met ruim 90 nog hoger.
Het Nederlands in Suriname heeft een nóg belangrijkere positie op het werk dan in Nederland en Vlaanderen. Daarnaast worden de meeste boeken daar ook in het Nederlands gelezen en raadplegen de meeste Surinamers het nieuws in het Nederlands. Jonge Surinaamse ouders geven volgens het onderzoek aan het belangrijk te vinden om het Nederlands aan hun kinderen door te geven. Het land lijkt zich bewust van het belang van de taal.
In maar ‘een paar hoekjes in de samenleving staat het Nederlands onder druk’. En inderdaad: het is niet overal rozengeur en maneschijn voor het Nederlands. In het hoger onderwijs en in de wereld van de wetenschap wordt de rol van de Nederlandse taal minder prominent. Aan de Nederlandse universiteiten neemt het gebruik van uitsluitend Engels toe. Dat is wél een probleem: de taal wordt als cultureel goed verzwakt. En een meer concreet probleem: als in het Engels opgeleide huisarts moet je met je patiënten kunnen praten in het Nederlands. Als je niet in staat bent over bepaalde aandoeningen begrijpelijk te spreken heb je een aanvullend probleem.

Toch wil dat niet zeggen dat de toenemende focus op de Engelse taal binnen de wetenschapswereld alleen schaduwzijden heeft. In gebieden als de wiskunde is het van belang om met collega’s in het buitenland in vaktaal te kunnen communiceren. Laten we ook hier dus ruimte geven aan de nuance: Nederlandse taal- en letterkunde toch maar in het Nederlands, wiskunde in het Engels, onder handhaving van het Latijnse quod erat demonstrandum – dan heeft Thierry Baudet ook iets dat hij begrijpt.

Terugdenkend aan wat ik in aanvang zei, van Confucius tot aan de bibliotheek van Almelo: check uw website eens op de Nederlandse taal, of – beter nog –  láát het doen. U weet me te vinden.

You may also like