5 september 2016 WIM VAN DALFSEN

5 september 2016 Wim van Dalfsen

Rijk worden, hoe doe je dat?

Vrijwel iedereen droomt wel eens stiekem dat hij of zij rijk wil worden. Dorothee Loorbach doet dat juist niet in het verborgene maar heeft daarmee zelfs de krant gehaald. De aanleiding is minder leuk. Misschien kent u haar als presentatrice bij RTVOost of als dagvoorzitter bij ondernemersbijeenkomsten. Heel openhartig heeft ze deze zomer naar buiten gebracht dat ze als ZZP-er weliswaar regelmatig werk heeft, maar dat ze geen cent overhoudt en ook niet spaart voor haar pensioen. Dat bracht haar ertoe om “Het Geldproject” te starten.
Met het geldproject wil deze 41 jarig moeder van één dochter kennis, adviezen en tips vergaren hoe rijk te worden. Daarover wil ze een boek schrijven dat nu al – voordat ze het geschreven heeft – te koop is. Met de verkoop van dat boek wil ze dus rijk worden en daarbij streeft ze naar één miljoen euro. Ik las haar vraag om haar tips te sturen: boeken die ze moet lezen of gewoon handige aanwijzingen, hints, relaties enz. Daarbij moest ik natuurlijk meteen denken aan de columns die ik in De Roskam heb geschreven.

Onder de naam “De Verdienste” heb ik vijf jaar lang elke week mijn mening gegeven over economische onderwerpen. Zeer onlangs heeft De Roskam zelfs een boekje uitgebracht waarin zo’n 100 van die columns zijn weergegeven. Hoewel het niet altijd gaat over geld verdienen, durf ik zonder meer de stelling te verdedigen dat ik waardevolle tips en adviezen heb gegeven om rijk te worden.
Ik heb daarbij dankbaar gebruik gemaakt van de wijsheid en ervaring van mijn oude oom Anton, die er warmpjes bij zat. Echt vrolijk word je niet van zijn adviezen. Het is vaak een kwestie van discipline, zuinig leven en hard zijn. Van boeren wordt gezegd dat ze arm leven en rijk sterven. Dat was precies wat Oom Anton deed. Hoewel hij geen boer was, leefde hij eenvoudig, maar is hij rijk gestorven. Ik heb overigens niet van hem geërfd, want hij had zeven kinderen. Die door hem wel een comfortabele opstap in het leven hebben gekregen.
Ook van anderen – meestal ondernemers – heb ik vaak adviezen opgepikt en doorgegeven. Om u een voorbeeld te geven neem ik u mee in een column die ik dit voorjaar al had geschreven over een prominente inwoner van Almelo. De titel is: Korpsgeest als basis voor de juiste ondernemershouding.

Gepensioneerd zakenman, maar bepaald niet in ruste. Dat is Siegfried Steen. Hij heeft zijn schaapjes op het droge gekregen met de handel in automaterialen en blaast nu verschillende ondernemersclubs in Almelo vol activiteiten. Wie ondernemend Almelo wil leren kennen, zal vroeg of laat – waarschijnlijk al heel vroeg – tegen Siegfried Steen aanlopen. Dat hoeft overigens geen onaangename ervaring te zijn.
Hij vertelde mij dat hij zijn diensttijd heeft doorgebracht bij het Korps Mariniers. De ervaringen, de korpsgeest en het doorzettingsvermogen die hij in die tijd opdeed, waren naar zijn zeggen doorslaggevend voor zijn succesvol handelen als zelfstandig ondernemer. Hij is nog steeds ondernemend bezig, maar voelt zich vooral marinier. Alsof het zo moest wezen, lees ik een week na het gesprek met hem dat het Korps Mariniers 350 jaar bestaat. Het Korps heeft zorgen.
Natuurlijk gaat het dan over de bezuinigingen op de Krijgsmacht, maar de echte pijn is veel fundamenteler en raakt niet alleen het Korps maar onze gehele maatschappij. Eigenlijk is het Korps Mariniers redelijk ongeschonden gebleven onder de bezuinigingsdrift van de regering. Er zijn nog steeds 3.000 manschappen – dat is de gemiddelde bezetting door de eeuwen heen – maar de vraag is: voor hoelang nog? In1991 viel slechts 6% van de aspirant-mariniers af tijdens de training. Dit percentage loopt hard op. Momenteel valt ongeveer de helft af, maar bij sommige lichtingen is het wel 70%. Toen het korps in 2012 300 manschappen nodig had, moesten er wel 2.500 sollicitanten worden geworven. Militair historicus Arthur ten Cate vraagt zich in De Volkskrant af of de samenleving zich mentaal niet teveel van het Korps Mariniers heeft verwijderd. Een bivak stelt veel eisen aan jongeren die slechts hotelbedden zijn gewend en die met de auto naar school zijn gebracht als het regent. Het ontbreekt velen aan doorzettingsvermogen en aan discipline.

Zorgen over gebrek aan discipline in de maatschappij. Daarover lees ik ook in De Ondernemer. Onder de kop “Het rijke leven van tieners” krijg ik een beeld voorgeschoteld hoe ouders hun kroost financieel in de watten leggen. Avondje stappen (60 euro), lunchen op school en een telefoonabonnement van 50 euro per maand. Pa en ma zeggen nooit nee. Tieners hebben zo al een behoorlijk volwassen bestedingspatroon. Neem de lunch. Lisse krijgt ‘vier of vijf euro per dag’ voor een broodje op school en een latte bij de Coffee Company. “Dat klinkt wel verwend hè?” zegt ze zelf.
Haar moeder had volgens de opvoedregels van het Nibud haar twee maanden lang kleedgeld gegeven. Maar het werkte niet. Moeder wijt de problemen aan zichzelf. “Ik ben zelf niet consequent, dus het ging niet zo heel goed.” Het geld voor het broodje op school vindt ze logisch “Op mijn werk haal ik ook altijd iets, daar heb ik ook geen broodtrommel bij me. Ik gun haar een leuke schooltijd. Daar ga ik wel redelijk ver in mee.”
De adviesinstantie Nibud legt in het boekje ‘Goed met geld’ de focus op de softe kant van financieel opvoeden. Ouders worden uitgedaagd bij zichzelf na te gaan hoe ze met geld omgaan en welke weerslag dat heeft op hun kinderen. Je moet ze voorbereiden op het 18+-verhaal. Ze weten dan nog niet hoe ze een handdoek moeten ophangen, maar kunnen wel schulden maken. Nibud vindt dat een ouder best de remmende factor mag zijn. Kinderen die geen financiële grenzen opgelegd krijgen, worden een speelbal van de consumptiemaatschappij. Daarbij is het goed om te leren dat je ergens moeite voor moet doen; dat moet later ook. Wie zijn kind liefheeft, frustreert hem regelmatig.
Misschien komt hij later dan wel bij het Korps Mariniers en wordt hij daarna ondernemer!