GER VERMEULEN

Ger Vermeulen

‘Als niet geboren maar wel langdurig getogen Almeloër ben ik van mijn stad en van dit deel van Nederland gaan houden. Al vaker heb ik daar op deze plaats uiting aan gegeven. Mede daarom was ik weer zo getroffen door een artikel van de hand van de alom aanwezige Han Pape in zijn Roskam van afgelopen vrijdag. Het aangekondigde vertrek van burgemeester Knip grijpt hij aan om in niet mis te verstane bewoordingen de vloer aan te vegen, niet slechts met genoemde burgemeester, maar ook met alle plannen en ambities van deze stad. Zijn conclusie: Almelo moet als provinciestad niet zo hoog van de toren blazen en kennelijk haar bescheiden positie maar onder ogen zien.
Waar deze frustratie bij Han Pape vandaan komt, weet ik niet – zou hij soms het stadhuis een keer zijn uitgezet? – maar wat zo frappeert is opnieuw, en nu nota bene van een journalist die herhaaldelijk heeft bewezen zijn vak te kunnen verstaan, de neiging om bijna ten koste van alles onze goede stad zijn expansie te misgunnen. En dat, terwijl de werkelijkheid toch zo anders is.

Eerst eens wat cijfers. Ons land telt afgerond 450 gemeenten. Met haar 72.000 inwoners staat Almelo genoteerd in de lijst van 45 grootste steden van Nederland. In onze provincie is het, naar bekend is, een van de vijf beeldbepalende steden. En in Twente is Almelo een van de drie dragende steden van de stedenband. Waarom toch altijd dat kleinerende en neerbuigende provinciestadje, als een schrijver of spreker het kennelijk niet eens is met bepaalde beleidsontwikkelingen in Almelo. Hoort u ooit iemand spreken over het provinciestadje Hengelo of over het provinciestadje Deventer, terwijl dat toch echt steden zijn die in dezelfde bandbreedte als Almelo zitten? Wel eens iemand over het provinciestadje Schiedam horen praten? Een willekeurig voorbeeld, maar niettemin een stad die qua inwoners toch kleiner is dan Almelo.

Wat is dat toch, die zichzelf zo wegcijferende houding van mensen die in het openbaar over Almelo communiceren. De inmiddels veelbesproken Zembla-uitzending, waar ik veel van vind maar niets over wil zeggen, voerde onder meer twee goedbedoelende heren ten tonele die zich het comité binnenstad noemden. En wat was vooral de boodschap van deze twee heren: “Nou, de stad vergelijkt zich graag met grote steden zoals Tilburg, maar het is maar een gewoon provinciestadje hoor”. Flauwekul! Zie de hiervoor genoemde plaats op de ranglijst van grootte van steden. Zie de voorzieningen die de stad te bieden heeft. Een betaald voetbalorganisatie waarvoor andere steden graag veel geld over zouden hebben. Binnenkort een sporthalaccommodatie waarvan de gelijkwaardigheid in den lande op de vingers van één hand te tellen zijn. Een unieke combinatie van stad, cultuur (weet u hoeveel kunstenaars en galerieën Almelo bergt?) en natuur.

Het wordt tijd voor een aanzwellend gevoel van trots als wij onze stad uitdragen. Zie wat er goed en mooi is en werk aan wat beter kan. Wie kan uitleggen waarom de in aanhef genoemde Han Pape op voorhand het masterplan al ridiculiseert, terwijl dat plan Almelo zo overduidelijk steeds mooier maakt. De werkgroep PRoAlmelo heeft dat begrepen. Een enthousiaste willekeurige groep Almeloërs die, met toenemende steun van het bedrijfsleven, haar best doet om het negatieve imago dat de stad zo lang heeft omgeven, definitief te begraven. De eerste bedrijven zijn gevonden die op hun producten de sticker “Made in Almelo” aanbrengen. Samen met het bedrijfsleven is de werkgroep doende om in de vernieuwde binnenstad een schitterende fontein te doen verrijzen in de trend van de beste Italiaanse tradities. Dat heeft de stad nodig, en niet de negatieve benadering die kennelijk in het verleden is gevoed maar die gelukkig door steeds minder mensen wordt uitgedragen.

Kan de stad daar ook zelf aan bijdragen? Jazeker! Een zelfbewuste en dynamische stad draagt haar elan naar buiten uit. Zij presenteert zich groots en met veel overtuiging. De dynamische stad ontvangt graag mensen van elders en ontvangt ze met warmte.
Is Almelo echter te veel naar binnen gericht? Alsof ook aan de zijde van de beleidsbepalers de angst bestaat dat we niet te enthousiast mogen zijn? Het lijkt er soms op. Over de afslag Almelo op de A35 is al het nodige gezegd. Plotseling was er geen afslag Almelo meer, omdat wij Almeloërs toch wel weten dat we er bij Almelo Zuid af moeten. Maar daar staat de bewegwijzering niet voor. Het gaat om die Rotterdammer die naar Almelo komt. Hij kent de weg niet maar hij moet nu juist als gast worden ontvangen.

En stelt u zich voor dat u uit Amsterdam naar Almelo komt rijden. U rijdt over de Roland Holstlaan naar binnen, want u heeft net bijtijds ontdekt dat Almelo via Almelo Zuid benaderd moet worden. Boven de weg hangen grootsteedse lichtbakken om de argeloze reiziger op weg te helpen. Wat leest u vervolgens: “Spoorwegovergang Nieuwstraat afgesloten. Alle winkels bereikbaar”. Wat is dat voor non-informatie voor de gast van buiten Almelo? Of hij denkt dat er maar een paar winkels in Almelo zijn die gelukkig allemaal bereikbaar zijn, of hij denkt dat de Nieuwstraat Almelo tot een onneembare vesting heeft gemaakt. De spoorwegovergang is immers dicht. Dit soort voor Almeloërs zelf interessante informatie is een voorbeeld van naar binnen gerichte informatie. De buitenstaander wordt niet bereikt en krijgt al helemaal niet de indruk dat hij een dynamische en bruisende stad binnenrijdt.

Overigens blijft er hoop voor meermalen genoemde Han. Waar in Almelo onmiddellijk 6 actiegroepen opstaan en tallozen in de dip schieten als het woord hoogbouw valt (zou het eigenlijk ook zo zijn in Hengelo of Enschede?) Is dat in de woonplaats van Han – hij noemt dat vaak het Versailles van Almelo, maar wij noemen het gewoon Wierden – kennelijk anders. Vorige week las ik dat B&W van de gemeente Wierden vinden dat het nieuwe hotel van de alom bekende keten die dat aan de verlengde A-35 wil gaan bouwen, zo hoog mogelijk – toch ten minste 30 meter hoog – moet zijn omdat dit op zo fraaie wijze de ligging van Wierden zal markeren. Tot nu toe heb ik niemand horen reageren. Ik hoop dat u het nog begrijpt. Ik raak als toeschouwer het spoor steeds vaker bijster. Het zal wel aan de leeftijd liggen. ‘

Ger Vermeulen