GERRIT VAN WOUDENBERGH

Gerrit van Woudenbergh

Dames en Heren,

Zakelijk Almelo is een prima initiatief, waaraan ik graag een bijdrage lever. Dat doe ik met een column. U weet het, een columnist heeft een vrijbrief om zich uit te spreken over actuele situaties en u zijn eigen bespiegelingen voor te houden, waarvan hij inschat dat ze u interesseren. Aan mij de uitdaging aan dit forum met deze kwaliteit en economische kennis iets toe te voegen.

Mijn roots liggen in de detailhandel. Drieëntwintig jaar heb ik in Almelo mijn eigen slagerij gehad. Vijftien jaar was ik directeur van de commerciële keurslagersorganisatie. Die jaren hebben hun sporen achtergelaten.
Middenstanders werden er nog wel eens van verdacht een kruideniers-mentaliteit te hebben. Dertig tot veertig jaar geleden zat daar absoluut een kern van waarheid in. Menige middenstander keek niet verder dan zijn toonbank. Alleen díe mensen waren interessant die zijn kassa vulden. De uitdrukking ‘de la lichten’ vindt daarin haar oorsprong. Het was de tijd van: ‘mag het een onsje meer zijn?’

Denken als een middenstander hebben we al lang achter ons gelaten. Sinds de middenstandsbank zijn naam veranderd heeft in ING-bank, heeft het begrip ‘middenstander’ bovendien sterk aan waarde ingeboet. Een middenstander oude stijl krijgt daar volgens mij ook geen krediet meer. Ik ben ervan overtuigd dat succevolle speciaalzaken alleen nog maar gerund kunnen worden door ondernemers die – naast hun vakspecialiteit – begrepen hebben dat het succes van een speciaalzaak er alleen maar in gelegen is dat ze opvallen in hun marktgebied, dat ze het beter doen dan hun buurman en dat er bij hen een aantal unieke producten te koop is, die de moeite van een omweg waard zijn. Wie door een gemiddeld winkelstraat in Nederland loopt en daar de eenheidsworst aan winkels ziet, zal dat bevestigen.

Ik sprak net nog een ondernemer. Ik vroeg hem fris van de lever: ‘Hoe gaat het?’ Hij keek wat somber en zei: ‘Vorig jaar stond ik aan de rand van de afgrond, maar dit jaar heb ik een paar forse stappen voorwaarts gezet.’ Wat mij opvalt in de economie zijn de cyclussen, dat er altijd weer sprake is van krimpen en uitdijen. Herman Loesman heeft dat in Almelo met Body-Med begrepen: hij moet het van uitdijen en krimpen hebben.
Krimpen en uitdijen… we herinneren ons allemaal maar al te goed de groei-neurose van de jaren negentig. Ogenschijnlijk waren het superjaren om te ondernemen. Ik vraag me wel eens af: hebben we er wat van opgestoken? Want laten we eerlijk zijn: als alles vanzelf lijkt te gaan, ligt de luiheid op de loer. De ware ondernemer wordt geboren met nul euro als beginsaldo; hij moet het hebben van keihard werken en een gouden idee. En… hij moet een zekere bevlogenheid hebben.

De koopman kijkt in zijn bedrijf tegenwoordig uiteindelijk naar drie ijkpunten: omzet maken, kosten beheersen en een fatsoenlijke marge realiseren. In deze economisch veranderde tijd haalt de detailhandel eerst het prijswapen uit de kast. Kijk maar naar de supermarkten: zelfs het verlies gunnen ze elkaar nog niet. Service wordt ingewisseld voor lange wachttijden bij de kassa. Deze situatie zal zich wel herstellen, zodat er ruimte komt voor kwaliteitscommunicatie. We zoeken dan de meerwaarde van ons bedrijf. Gastvrijheid en het de klant naar de zin maken gaan op termijn zeker weer de boventoon voeren.

Die klant gaat momenteel uit van de 3 G’s: gemak, gewin en genot.
Gemak slaat op de transparantie van het aanbod. Uitgedaagd door moeilijker tijden gaan we ons assortiment uitkammen en wordt het keuzeprogramma voor de klant aangepast.
Gewin heeft te maken met onze calvinistische inslag. We willen een voordeel-gevoel hebben. U kent ongetwijfeld het aanbod ‘spijkerbroeken per stuk € 15, drie voor € 50’. ‘Doe mij er maar drie’ was een veel gehoorde reactie op de markt.
Genot is het plezier dat de moderne consument aan winkelen beleeft. Winkelen is iets anders dan boodschappen doen. Winkelen doe je in een leuke ambiance.

De strijd in de detailhandel zal in de nabije toekomst niet alleen op de winkelvloer geleverd worden. Ook de concurrentie tussen winkelcentra zal toenemen. Er zal worden ingespeeld op de steeds groter wordende mobiliteit. Voor de moderne consument die zich afvraagt waar hij zijn inkopen zal doen, is ook beslissend waar het gezellig is.
Daarom is het speerpunt van het Masterplan om de binnenstad van Almelo op te vijzelen en weer die bruisende plek te geven in het verzorgingsgebied van Almelo, een uitstekend uitgangspunt. Het is en blijft hier anders vlees noch vis.

Compacter maken is het credo, maar ook gezelliger. De koopstromen moeten weer richting binnenstad gaan. Een snelle verbinding met de zeer succesvolle woonboulevard is essentieel voor de toekomst. Dat geldt ook voor al die mensen die dagelijks in het Twenteborg komen. In dit kader is het door wethouder Sjoers gelanceerde idee van een monorailverbinding nog niet zo gek. De bezoekersstromen gaan nog wel naar Almelo, maar niet allemaal naar de binnenstad.

Aandacht vragen voor de binnenstad van Almelo moet absoluut ook in deze omgeving gebeuren.

Dames en heren, de Euroshopper was bij de introductie van de euro een paar jaar geleden een uit de kluiten gegroeide boodschappentas. Nu wordt met Euro-Shopper bedoeld de Europese consument die shopping en entertainment over de landsgrenzen zoekt, met name in het weekend..
De vraag is: is dit een echte ontwikkeling? Momenteel wordt er onderzoek gedaan naar wat er op deze manier weglekt uit ons welvarende Nederland, maar ook naar wat ons land in de nabije toekomst kan verwachten van de Euroshoppers uit andere landen. Oftewel: wat voor vlees hebben we dan in de kuip?
Basic-air en Easyjet brengen de snel boekende consument voor een habbekrats naar Londen, Stockholm of Barcelona. Nu al is een reisje naar een van de steden in Europa voor veel consumenten korter dan een reis van Almelo naar Maastricht.
Almelo ontbreekt nog in het rijtje van te bevliegen Europese steden. Met het ambitieuze Masterplan gaat daarin verandering komen. Eigenlijk moet dat een keiharde doelstelling van ons zijn: Almelo in de rij van interessante, te bevliegen Europese steden. Vliegveld Twente moet in ieder geval open blijven voor de burgerluchtvaart. De Netwerkstad met z’n uitstraling en Almelo als eyecatcher. De slogan ‘Almelo: aangenaam anders’ gaat dan echt werken! We willen immers niet voor spek en bonen meedoen.

Als opstap naar positieve Europese naamsbekendheid kan het kunstgras van Koninklijke Ten Cate ons zeer behulpzaam zijn. Asito houdt Almelo schoon. Industrie en detailhandel slaan de handen ineen. Uiteindelijk hebben we elkaar nodig.
Bedankt dat u mijn toekomstvisie heeft willen aanhoren!