WIM VAN DER ELST

Wim van der Elst

Burgerzin in een toeschouwerdemocratie

In Typisch Almelo nr. 23 van vorige week stond ik in een aantal hoedanigheden aangekondigd, maar allereerst als VVD’er. Ik beschouw dat als een levensattitude, maar de redactie ziet daar kennelijk een beroepsmatige bezigheid in en ik wil die uitdaging niet uit de weg gaan. Laat ik u derhalve vanavond tegemoet treden als politiek geëngageerd ondernemer die het beste met onze stad Almelo vóór heeft. Ik ben ProAlmeloër, en dat zult u weten ook. Want ik klaag u aan en ik daag u uit:

In de gemeenteraad van Almelo zijn negen politieke partijen vertegenwoordigd: de PvdA, het CDA, de VVD, D’66, GroenLinks, de AOV/Unie 55+, Burgerbelangen, de ChristenUnie/SGP en Leefbaar Almelo. Een rijk geschakeerde keus! Negen partijen die het hele politieke spectrum van de stad dekken, althans tot maart 2006. Want nog een half jaar en dan zijn er weer gemeenteraadsverkiezingen. Iedereen in het politieke veld is er al druk mee bezig, op de een of andere manier.

En hoe je nu ook de verhouding tussen burger en overheid benadert, je ontkomt er niet aan te bekennen dat het bestuur van de gemeente je dagelijks leven beïnvloedt en bepaalt, en weinigen beseffen dat beter dan de burgers die óók nog een onderneming leiden. Vooral deze categorie heeft dan ook vaak visies op en meningen over het bestuur die er niet om liegen. Het is daarom interessant eens wat cijfers achter elkaar te zetten.

De politieke partijen zijn in deze tijd bezig de kandidaten voor de gemeenteraad te benaderen. Een aantal van die kandidaten geeft zich zelf op, anderen worden door het bestuur van de politieke partij benaderd om zich kandidaat te stellen. En dan is men toch al heel tevreden als er zo’n 15 tot 25 mensen bereid zijn om elke week minimaal twee avonden aan het besturen van de gemeente te wijden. Dat geldt overigens niet voor elke partij – een aantal presenteert op de verkiezingsdag een kortere lijst. Stel het totale aantal kandidaten voor de 35 Almelose raadzetels niettemin eens ruim op 105 Almeloërs. Bravo voor deze voorhoede – en geloof het of niet: ik zeg het zonder ironie.

105 man, inclusief vrouw. Ze zullen maar onverwacht op je stoep staan en zeggen: hallo, heb je koffie? Dan ben je wel even bezig. Maar cijfers zijn relatief! Honderd en vijf man inclusief vrouw op een populatie van ruim 70.000 – dat is zo’n 1,5 promille. Natuurlijk: cijfers zijn relatief en 1,5 promille alcohol in je bloed kost je je rijbewijs, maar 1,5 promille van de Almelose bevolking die zich daadwerkelijk wil inzetten voor het bestuur is beschamend weinig. De vraag is nu wie zich zou moeten schamen.

Nog een paar illustraties: een te verwaarlozen percentage van de Nederlandse bevolking is lid van een politieke partij, en van dat te verwaarlozen percentage zie je maar een fractie op ledenvergaderingen komen waar over beleid wordt gesproken – beleid waar u later mee wordt geconfronteerd. En verder zijn we al heel tevreden als volgend jaar 7 maart zo’n zes van de tien Nederlanders aan de stemmachine verschijnt. Dat is bedroevend laag allemaal. De vraag is nu wie er bedroefd zou moeten zijn.

Zeker – we zijn druk met het onze onderneming, druk met de carrière – we moeten aan onze hypotheek, alimentatie, school- en studiegeld en andere verplichtingen denken – als het misgaat zit er iemand anders op je plaats – allemaal acceptabele redenen om het aan een ander over te laten. Maar aan wie dan? Aan mensen die geen baan (meer) hebben, de mensen met een terugkeergarantie van hun baas?

Het resultaat is in elk geval dat we terecht zijn gekomen in een toeschouwer-democratie, en deze plaats achter de tribune van Heracles is een prima gelegenheid om daar iets van te zeggen. Een toeschouwer-democratie – we staan erbij en we kijken ernaar, weliswaar niet naar zinloos geweld, maar naar een besluitvormingsproces waar we lang niet altijd blij mee zijn, waar we invloed op kúnnen uitoefenen maar waar we veel te weinig aan doen. Dat heeft te maken met onze maat van burgerzin. Wat doen we met ons burgerschap? – en met burger bedoel ik de Franse “citoyen” – niet de “bourgeois”.

Ik wil hier en nu voorbijgaan aan de formatie die in onze samenleving de belangrijkste rol speelt in de vorming van de aanstaande zelfstandig handelende burger – het gezin. Ik was aangekondigd als VVD’er, dus wil ik mij concentreren op de instantie die als twééde de verantwoordelijkheid draagt voor de vorming tot goed burger: de overheid.
De rol van de overheid wordt bepaald door de politieke partijen – als het goed is zijn die de dragers en verbreiders van normatieve opvattingen over burgerzin. Als het goed is – want er is bij politieke partijen nog altijd sprake van een grote terughoudendheid in het uitdragen van een moraal. Daar is ook méér bezinning voor nodig dan alleen een loze kreet tegen onfatsoen en hufterigheid.
Politieke partijen moeten in dit opzicht niet marginaliseren, maar voluit verantwoordelijkheid tonen, in plaats van zoals nu: onderdeel vormen van de bureaucratie. Politieke partijen zijn per saldo: burgerbewegingen met een eigen normatieve visie op het algemeen belang die individuele belangen overstijgen. Dat burgers daar geen lid meer van worden, zelfs nauwelijks naar de stembus komen, is eerder zorgwekkend dan een toonbeeld van emancipatie – dat kun je niet door een referendum vervangen. Denk eraan: de politiek bemoeit zich met u – bemoeit u zich dus ook met de politiek!

Waar pak je de koe bij de horens? Hoe begin je een proces van burgerzin gestalte geven? Ik zei al: de belangrijkste rol ligt in het gezin, maar ook het onderwijs is daarin niet weg te denken. De overheid, maar ook ondernemers, spelen een rol. Laat ons gemeentebestuur nu eens beginnen om iedereen in de stad die 18 jaar wordt, op het gemeentehuis te ontvangen, samen met de fractievoorzitters van de politieke partijen. Het zijn de nieuwe kiezers, vertel ze dat ook! En wat is er mis met het stimuleren van buurtcontracten, straatconvenanten of stadsetiquette projecten waarmee in Rotterdam goede resultaten zijn geboekt. Als je ziet hoe straten en plantsoenen er door te weinig, want duur, overheidsonderhoud soms uitzien, stimuleer dan dat de bewoners het zelf doen. De sociale sector – buurt- en clubhuiswerk, opbouwwerk, wijkagenten, inburgeringcursussen – het draagt allemaal bij tot burgerzin. Verander de wereld – begin bij jezelf.

Ook ondernemers kunnen daaraan bijdragen: maatschappelijk ondernemen, betrokkenheid tonen bij ontwikkelingen en evenementen in de stad, bijdragen aan een aangenaam woon- en werkklimaat voor je werknemers, een milieubeleid voeren dat boven de wettelijke minimumnormen uitgaat, oudere werknemers voorbereiden op hun leven na de arbeid als vrijwilliger in wat voor rol ook. Expertise beschikbaar stellen aan politieke partijen – een einde maken aan die houding dat niemand mag weten wat je stemt, uitkomen voor je mening en die meten aan opinies van anderen.

Samen werken aan je stad, een einde maken aan de egocultuur van de jaren 90. Het zou zo mooi zijn als het allemaal wat meer diepgang zou krijgen – Anton Sjoers is er al aan begonnen, en hoeveel ongeloof en wantrouwen heeft die niet opzij moeten zetten!

Dames en heren,
aanklagen en uitdagen is de taak van een columnist. Zijn tekst is cursief maar dient niettemin serieus te worden genomen. Hij moet stof doen opwaaien, maar ook weer niet teveel, anders kondigt burgemeester Knip voor de volgende bijeenkomst van Zakelijk Almelo een verplichte buscombi af. Maar dán heb je het als columnist ook écht gemaakt!