IVONNE SEUTERS

Ivonne Seuters

‘Als kind woonde ik aan de Jacob van Campenstraat in Almelo. Voor de Almeloërs onder ons zal het bekend zijn dat achter de Jacob van Campenstraat de Mendes da Costastraat was. Een straat waar in die tijd, de jaren 60, de gemeente probeerde ons van deze straat af te schermen. Tussen onze achtertuin en de achtertuin van de Mendes da Costastraat was een hoge heg geplaatst. Achter die grote heg was de Sing Sing. Deze straat had voor ons iets geheimzinnigs. Er woonden andere mensen dan wij waren… Voor niet Almeloërs: het was een achterstandwijk.

Elke zaterdag ging ik met mijn zussen op onze slaapkamer achter ons huis kijken naar de huizen van de Sing Sing. Daar waren we dan getuige van een ritueel waar we nooit op uitgekeken raakten. Achter ons woonde namelijk een gezin dat in de tuin de wekelijkse wasbeurt verzorgde. Alle kinderen werden om de beurt in een teil met water gezet. Vervolgens werden ze op de rij met een tuinslang afgespoten. Voor ons was dit spannend omdat wij gewend waren dat we lekker binnen in ons lavet met warm water gewassen werden. Deze familie vond het heel normaal, er werd ook niet gezeurd. Blijkbaar had moeder, die haar kousen ophield met rubberen weckringen, de wind er goed onder.

Op de lagere school zaten meerdere kinderen uit de Sing Sing bij mij in de klas. Ik heb dit nooit als een probleem ervaren of het gevoel gehad dat die kinderen ongelukkig waren. In mijn herinnering waren ze wel wat anders. Maar ze draaiden gewoon mee op school.
Met mijn vriendinnetje kochten we wel eens snoep bij een winkeltje in de Sing Sing. Eigenlijk durfden we het niet goed, want het was toch wel de Sing Sing.

Ja, waarom nu dit verhaal. De laatste tijd is er veel discussie over probleemwijken. Minister Vogelaar heeft een keus gemaakt. Almelo staat afgezet tegen de grote steden niet meer op de lijst van de 40 probleemwijken. Natuurlijk kun je zeggen dat dit heel jammer is omdat we dan een fikse rijksfinanciering missen, maar ik heb meer een trots gevoel. Dit kan betekenen dat wat de laatste jaren aan energie in de verbetering van de wijken is gedaan, resultaat heeft gehad. Prima dat we volgens de maatstaf van Vogelaar, niet meer een probleemwijk hebben in vergelijking met de grote steden. Maar wie bepaalt nu eigenlijk wat een probleemwijk is? En wat is nu eigenlijk een probleemwijk? Ik merk dat daar verschillend over gedacht wordt. Met de naam wordt zelfs geworsteld, want we gaan de 40 wijken geen probleemwijk meer noemen maar aandachtswijken. Over het woord zou ik niet willen discussiëren; ik wil stil staan bij het fenomeen probleemwijk. Wie bepaalt nu eigenlijk of wij in een probleemwijk wonen? Woont u in zo’n wijk? Woon ik in zo’n wijk? Wie bepaalt nu of een levenspatroon acceptabel is? Wanneer is het onveilig in uw straat of mijn buurt?

Ik heb laatst een presentatie bijgewoond van prof. dr. Van den Brink. Hij is lector Gemeenschappelijke Veiligheidskunde en verbonden aan de Nederlandse Politie Academie. Hij heeft onderzoek gedaan naar 6 probleemwijken in Nederland. Aanleiding was dat het nieuwe kabinet hier informatie over wilde. Het kabinet was kennelijk op zoek naar problemen in de aandachtswijken.
Wat blijkt is dat de sociale verdichting in een wijk van invloed is. Als het aantal gezinnen hoog is en er weinig verhuisbewegingen zijn, is er minder kans dat een probleemwijk ontstaat.

Ook blijkt dat bewoners van een dergelijke probleemwijk hun wijk niet als een probleemwijk ervaren. Natuurlijk ziet men wel bepaalde moeilijkheden maar een echte probleemwijk? Nee, dat niet, dat lossen ze zelf op.

Verder blijkt dat hoogopgeleide mensen vrij snel last hebben van onveiligheidsgevoelens en dat mensen die lager opgeleid zijn dat veel minder hebben. Hoe zou dit dan komen? Je zou haast bedenken dat wij, zoals we hier aanwezig zijn, sneller bang zijn. Omdat we sneller bang zijn, zijn we geneigd onszelf te beschermen. Vaak hebben we daar ook de middelen voor. Denk daarbij aan alarminstallaties, hekken om het huis…. Creëren we daarbij onze eigen werkelijkheid? Vinden we dat we in een wereld leven waarbij we ons moeten beschermen tegen de boze buitenwereld? En zien we daarom de “wat mindere wijken” als probleemwijken?

Toch typisch, wij als hoogopgeleiden raken al in de stress als er door de straat gescheurd wordt of 2 deuren verder wordt ingebroken. Dan willen we een alarm of vinden we dat de politie beter moet surveilleren. Of vinden we zelfs dat de gemeente meer fysieke maatregelen moet treffen.
Of zijn we het soort mens dat denkt overal invloed op te hebben? Denken we dat we in een maatschappij leven waar we risico’s kunnen uitbannen? Beleven we de maatschappij als een maakbare risicomaatschappij?
Meerdere van jullie weten heel goed wat een bedrijfsrisico is, maar weten jullie ook wat de veiligheidsrisico’s van onze maatschappij zijn? Daarbij doel ik niet op het snijden aan het prikkeldraad waar je je huis mee afgezet hebt tegen de boze buitenwereld.

Ik merk in de dagelijkse praktijk dat velen vinden dat de overheid verantwoordelijk is voor de veiligheid. Maar hoe ver gaat die verantwoordelijkheid? Hoeveel regels moeten worden opgesteld, hoeveel moet er worden gecontroleerd? Waar is elk individu nog verantwoordelijk voor?
Ik heb zowel in mijn werk al privé gemerkt dat het voor elk mens van groot belang is dat men in een veilige omgeving leeft. Welke eisen men ook aan die veiligheid stelt. Maar wat hebben we over voor die veiligheid? Willen we meewerken aan de regels die de overheid stelt om een veilige stad te maken? Ik doel daarbij op de sociale veiligheid maar natuurlijk ook op de veiligheid bij stedelijke ontwikkelingen en de veiligheid van bouwwerken. Neemt ieder voldoende de verantwoordelijkheid om alle bouwwerken veilig te bouwen? Of vinden we vooral dat de buurman dit goed moet regelen, zodat het voor onszelf niet zoveel geld kost? Met andere woorden, hoeveel hebben we ZELF over voor onze veiligheid?

Ik wil nog een stap verder gaan – ik heb tenslotte hier de juiste doelgroep voor me: voelen we ons gezamenlijk verantwoordelijk voor de veiligheid van Almelo? Als ik daar een JA op krijg, wil ik het volgende aan u voorstellen.

We beginnen vandaag met ons bewust te worden van de eigen verantwoordelijkheid voor veiligheid, maar zoals ik hiervoor al schetste is dit een heel breed terrein. Zowel op het gebied van sociale veiligheid als op het gebied van fysieke veiligheid. Het is gemakkelijk om de overheid de schuld te geven van het opleggen van regels. Dus we wijzen niet alleen naar de overheid die het ons moeilijk maakt met regels die u misschien toch al niet van plan was om op te volgen.

Ik stel voor om uw eigen werk- en privéomgeving als aandachts-veiligheidsgebied te verklaren, zodat we zonder de fikse subsidie van Vogelaar in Almelo met zijn allen een veiliger klimaat creëren.’