WIM VAN DER ELST

Wim van der Elst

Dames en heren,

De VARA heeft op zondagmorgen een enorm populair radioprogramma: ‘Vroege Vogels’, maar ik herinner me de voorganger nog. Dat was in de jaren ’50 een praatje over de natuur door dr. Fop I. Brouwer, die zijn ‘causerie’ altijd afsloot met … ‘alles dat groeit en bloeit en ons altijd weer boeit’. Inderdaad: alles dat groeit, dat boeit.

Groei is goed. De economie groeit, en dat vinden we fijn. Maar ik wil eens hardop denken over de vraag: groeien tot wat? Tot hoe groot? Zijn er écht grenzen aan de groei, en zo ja, waar liggen die? Wie bepaalt dat? Waarom willen we groeien?

Fusies, overnames en grote aankopen zijn aan de orde van de dag, van ABN*AMRO tot Stork, energiebedrijven of PCM. Het onderwijs fuseert, de zorg fuseert. En dat is frapperend omdat kort geleden uit onderzoek van de Universiteit Utrecht blijkt dat zo’n drie kwart van al die fusies en overnames uitdraait op een mislukking. Winsten gaan omlaag, marktgroei loopt terug, productiviteit blijft achter, innovatief vermogen neemt af. En dan betreft het nog alleen fusies en overnames van beursgenoteerde ondernemingen. 75 % !

Waarom dan slaat men dat risicovolle pad in? Dat komt omdat er iets heel anders achterzit dan economische ratio: niets menselijks is ondernemers vreemd. Ze willen aan aankopen doen omdat de concurrentie het doet! Als de een begint, volgt de ander. Niemand wil het risico lopen dat die ene aankoop van de concurrent toevallig tóch een goeie blijkt te zijn.
Men neemt het risico voor lief dat de actie van de concurrent een onzinnige aankoop blijkt te zijn – een gedrag dat tegenwoordig de titel ‘minimaxspijt’ heeft gekregen. Het betekent dat een onderneming een strategie, een koers kiest waarvan men denkt dat ze er de minste spijt van zullen spijten als het misloopt. Dat is merkwaardig ondernemersgedrag. Het is puur imitatiegedrag, dat je nu ook al ziet bij woningbouwcorporaties, onderwijsinstellingen en ziekenhuizen die allemaal ten onrechte denken dat het per definitie goed is om steeds groter te worden. Hoe lang zijn Twenteborg in Almelo en SMT in Hengelo nu al bezig aan hun fusieproces dat bij de medewerkers nog altijd niet is aangeslagen – hoewel ik in die organisaties genoeg aangeslagen gezichten zie door die fusie, af en toe.

Het minimaxspijt – verhaal doet het natuurlijk niet goed bij de aandeelhouders. Die krijgen van hun Raad van Bestuur dan ook een verhaal voorgeschoteld van schaalvoordelen en synergie-effecten. Niemand weet precies wat dat inhoudt, en uit het onderzoek van Utrecht blijkt ook dat er uiteindelijk nooit iets van dat synergie-effect wordt gerealiseerd. Maar het idee spreekt mensen aan – laat dat helder zijn.

Drie kwart van de fusies en overnames mislukt, en als het dan uiteindelijk misgaat, kopen de opkoopfondsen de grote gediversificeerde ondernemingen op en splitsen ze weer terug in de oorspronkelijke onderdelen. Er komt een einde aan onbestuurbare processen, er is weer coördinatie mogelijk en de communicatie in de onderneming komt weer op gang. Want dat gebrek aan coördinatie en communicatie – dát zijn nou juist vaak de oorzaken van de mislukkingen, niet de slechte economie – die wordt juist veroorzaakt door acquisities die geen economische meerwaarde hebben.
Echte groei, die altijd boeit, komt niet voort uit fusies en overnames – echte groei kost tijd en energie, en komt voort uit innovatief vermogen, uit creativiteit. Wilt u een mooi voorbeeld uit eigen stad? De Profronde, die 25 jaar geleden begon als rondje rond de kerk met Harry G.S. Nijhuis die met hekken en strobalen liep te sjouwen. Nu: een evenement met een dubbeldakstent, tienduizenden mensen op straat, financieel gezond. Dat is het resultaat van creativiteit, van beheerste groei en van plezier in het werk, dat is het resultaat van de menselijke maat. Wie denkt te groeien door het werk van zijn buurman op te kopen, krijgt van mij te horen: joh, ga toch fietsen. Want de fiets – die kan het niet helpen!