4 januari 2014 – NIEUWJAARSTOESPRAAK JON HERMANS-VLOEDBELD

4 januari 2014 – Nieuwjaarstoespraak Jon Hermans-Vloedbeld

”Dames en heren, jongens en meisjes, allemaal een heel gelukkig, gezond en veilig 2014 toegewenst!
Het doet mij deugd hier zo’n groot en kleurrijk gezelschap bij elkaar te zien in onze Burgerzaal. Hartelijk welkom allemaal. Ik vind het een goede traditie om met elkaar het glas te heffen op het nieuwe jaar en om elkaar het beste te wensen.  Het is mooi om te zien hoe mensen het nieuwe jaar altijd weer tegemoet gaan vol goede voornemens, vol goeie moed, vol optimisme. Een nieuw jaar voelt toch altijd weer als een nieuw begin.
Een toespraak zo aan het begin van het jaar, begint natuurlijk vaak met een terugblik op het voorafgaande jaar. Als ik u hier in de zaal nu zou vragen hoe 2013 was, krijg ik met zekerheid erg veel verschillende antwoorden. Dat is ook logisch, de meesten van u zullen daarbij vooral kijken naar hun privé-situatie. En dan heeft de één een fantastisch jaar achter de rug,  een ander heeft de nodige tegenslagen te verwerken gekregen. Maar gemiddeld genomen zal de schaal zo’n beetje in evenwicht liggen.

Als we het over Almelo hebben, is dat niet anders. We zien, zij het voorzichtig, hoopgevende ontwikkelingen in de stad. Het nieuwe stadhuis dat in de steigers staat, de aanleg van de waterboulevard, de nieuwbouw van zorginstellingen als Dimence en Trivium Meulenbeldzorg. Ook woningcorporaties zijn her en der weer aan de slag. Wat betreft werkgelegenheid herinner ik me hoe we afgelopen jaar met vereende krachten succesvol zijn geweest om de penitentiaire inrichting de Karlelskamp te behouden.
Daarnaast lijdt de stad helaas ook altijd nog onder de economische tegenwind van de afgelopen jaren. Soms zijn die zichtbaar, bijvoorbeeld als het gaat om leegstand van winkels. Vaker zijn die onzichtbaar, omdat het stille armoede is, die zich afspeelt achter de voordeur. Dan gaat het om werkeloosheid, gezinnen die opeens fors minder te besteden hebben, terwijl de kosten die zij moeten maken niet dalen.
Dat zijn problemen waar wij ons als bestuur zorgen om maken, waar de hele gemeenschap zich om zou moeten bekommeren. Vooral ook, omdat het problemen zijn die zich niet één, twee, drie laten oplossen. Maar toch, ik ben positief en hoopvol gestemd. Dat heeft enerzijds met mijn natuur te maken, maar meer nog om wat ik om mij heen in de stad zie: vele kleine mensen die in vele kleine plaatsen vele kleine dingen doen, kunnen het gezicht van de wereld veranderen’ las ik ooit eens ergens, en daaraan moest ik denken toen ik een week of drie geleden de Stadsprijs mocht uitreiken. En natuurlijk was ik blij voor de uiteindelijke winnaar, de Almelose Ruiterdagen, maar wat me echt gelukkig maakte was het feit dat er liefst 91 genomineerden waren. Allemaal mensen of organisaties – groepen mensen – die zich op vrijwillige basis inzetten voor andere mensen, en daarmee voor de stad. Op sportief gebied, op cultureel gebied, op sociaal-maatschappelijk gebied. Vaak wordt er gezegd dat Almeloërs niet trots zijn op hun stad, maar zoveel initiatieven, zoveel betrokkenheid toont toch echt het tegenovergestelde.
Ook ik ben heel trots op Almelo, omdat we ons er, ondanks de economische tegenwind, tóch doorheen knokken. En vanwege al die Almeloërs die individueel, of samen met anderen, zich het afgelopen jaar hebben ingezet voor de stad, en voor hun mede-Almeloërs. Voor een betere toekomst.

Geachte aanwezigen,
Almelo ligt niet op een eiland, de andere Twentse gemeenten doen dat ook niet. Dat besef is met het aanhouden van de economische crisis steeds sterker geworden. Het afgelopen jaar is er op regionaal gebied fors ingezet op de Ontwikkelagenda Netwerkstad. Dat vind ik een prima ontwikkeling. Als Twentenaren moeten we ons samen moeten voorbereiden op een wijzigende (economische)toekomst. Liefst opererend als één schip, met één bemanning, met één doel. Als dat (nog) niet kan, dan minstens Admiraal-zeilen. Met zijn allen op dezelfde koers op het gezamenlijke doel af. Dat vereist politieke en bestuurlijke  lef en moed, maar we doen het voor de toekomst van onze mooie regio en het geluk en welzijn van onze inwoners, de Tukkers.
Hoe dan ook, regionaal en lokaal zijn er na jaren somberen voorzichtige tekenen van perspectief.  Niet toevallig is dat ook het motto van onze gemeentebegroting voor dit jaar: perspectief bieden.
Er wordt wel eens gemopperd op de politiek, maar als voorzitter van het college van burgemeester en wethouders, en als voorzitter van de gemeenteraad wil ik hier toch mijn waardering uitspreken voor het vele werk dat we met het college en raad hebben verricht de afgelopen vier jaar. Mede dankzij die inspanningen is een nieuwe solide basis gelegd voor de komende periode.
Het was niet gemakkelijk, maar samen werken we wél aan een duurzaam herstel van ons begrotingsevenwicht. En zo bieden we perspectief op een financieel gezond Almelo, een toekomstbestendige gemeente die zich richt op hoofdlijnen en meerwaarde zoekt in samenwerking.
We willen ook perspectief bieden aan die Almeloërs die het financieel en sociaal moeilijk hebben. Juist door samen te werken met onze partners in de stad, zorgen we ervoor dat méér Almeloërs kunnen meedoen, en dat zij minder afhankelijk worden van de overheid.

Dames en heren,
2014 wordt in mijn ogen een overgangsjaar, allereerst omdat vanaf nu de gemeenteraadsleden zich zullen storten in de verkiezingscampagne voor de gemeenteraadsverkiezing op woensdag 19 maart.  Dan kiest u nieuwe raadsleden en komen er nieuwe wethouders.
Wilt u dat het anders gaat? Heeft u goede ideeën over hoe het beter kan? Ga dan stemmen! Of word zelf politiek actief.
Wat we nodig hebben is mensen met politieke passie. Mensen met passie voor Almelo! Politici zullen de komende jaren echt met de poten in de klei moeten staan, want er is werk aan de winkel. Niet alleen in het stadhuis, maar vooral ook op straat, in de wijk en in de buurt.
Uw mening telt, dames en heren, uw inbreng is belangrijk voor de toekomst van de stad en van ons Almeloërs.  Kom op voor jezelf! Ik ga ervan uit dat u op 19 maart massaal gebruik maakt van uw stemrecht.
Naderende verkiezingen zijn ook bij uitstek momenten om je te verdiepen in de kloof die er zou heersen tussen publiek en politiek, tussen stemmers en hun volksvertegenwoordigers.

Politiek gaat over het maken van afwegingen, niet over het behartigen van belangen. De vrijheid van de één houdt op waar die van de ander begint, zo wordt wel eens gezegd, en de opdracht aan de politiek is om nu juist die grenzen van de één niet in conflict te laten komen met die van de ander.
Het is de uitdaging aan de politiek om nog opener dan nu duidelijk te maken waarom bepaalde besluiten worden genomen. Om eerlijk te zijn en geen verwachtingen te wekken die niet waargemaakt kunnen worden. Van burgers mogen we begrip vragen voor het feit dat de politiek, het bestuur, niet altijd op individuele  ‘vragen’ ‘verlangens’ of soms zelfs ‘eisen’ kan ingaan. Om begrip voor die posities te verkrijgen, is er dialoog nodig. Die dialoog moet er niet alleen tijdens de verkiezingscampagne zijn, maar continu, als een vanzelfsprekendheid.
Dat kan op grote schaal, dat kan ook op kleine schaal. Het afgelopen jaar heb ik opnieuw enkele huiskamergesprekken gevoerd, die telkens inspirerend waren. Mensen deelden met elkaar hun zorgen, maar kwamen ook met ideeën, kansen, mogelijkheden voor de stad. Wellicht zijn er andere manieren om de dialoog aan te gaan, misschien zijn moeten we experimenteren met nieuwe vormen van democratie, op een wijze die mensen betrekt en medeverantwoordelijk maakt voor hun stad.
Nieuwe media kunnen daarbij een belangrijke rol spelen. We zien dat discussies steeds vaker plaats vinden op Twitter of Facebook. Dat is een goede zaak, hoe meer platformen er zijn om meningen te delen, of om met elkaar in discussie te gaan, hoe beter. Helaas zit er aan met name die online discussie soms ook een vervelende kant. En dan heb ik het over de wijze waarop de discussie afdwaalt van de inhoudt en verzandt in verwensingen en soms zelfs bedreigingen, vaak geuit door mensen die zich verschuilen achter schuilnamen of nepaccounts. Uitgangspunt in iedere discussie moet altijd zijn het respect voor de persoon en voor de afwijkende mening. Je mag het hartgrondig met elkaar oneens zijn, maar schelden of bedreigen horen in geen enkele discussie thuis.
Beste mensen,
De afgelopen jaren heb ik met veel genoegen steeds meer initiatieven gezien van particulieren, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties, die door samen te werken proberen Almelo een stukje leefbaarder te maken.  Het Armoede Pact, waarin nu al veertig organisaties  van partners gezamenlijk in actie zijn gekomen in armoede te voorkomen en te bestrijden, de koepelorganisatie Almelo Sociaal, die de Cliënt in Beeld-prijs heeft gewonnen, de Slinger, een netwerk van bedrijven dat, door mensen met elkaar te verbinden, de onderlinge samenhang in de maatschappij wil versterken.
Ook het bedrijfsleven heeft een hechte band met de stad, met de Almelose samenleving. Dat merk ik altijd weer tijdens bedrijfsbezoeken. Ik denk dat bijna elk Almelo’s bedrijf wel is aangesloten bij één of meer ondernemersverenigingen.  Dat tekent de betrokkenheid van het bedrijfsleven bij de stad, bij Almelo.
Maar er zijn ook kleinschaliger initiatieven: de vrijwillige buurtcoaches in de Ossenkoppelerhoek, en de bewoners van het Nijrees die zelf een WhatsApp-groep hebben opgericht tegen woninginbraak.  Allemaal bemoedigende voorbeelden van inwoners die zelf hun verantwoordelijkheid nemen en die dat doen door samen te werken. Met elkaar, met instanties én met de overheid.

Dames en heren, jongens en meisjes,
Waar we het ook vaak over hebben gehad is onze binnenstad. Ik vind dat we als gemeente in dit nieuwe jaar alles moeten doen wat in ons vermogen ligt om die binnenstad zo aantrekkelijk mogelijk te maken.
Maar er ligt ook een taak voor onze middenstanders zelf. Het teruglopend winkelbestand wordt natuurlijk niet alleen veroorzaakt door de crisis, maar ook door het veranderend koopgedrag van de consument. Ook de middenstand zal zich moeten aanpassen aan veranderende tijden. Ook de middenstand zal de zeilen naar de wind moeten zetten. Ik ben in ieder geval een grote fan van de actie ‘Weet waar je koopt: hart voor je stad’.  Een mooi voorbeeld van eigen initiatief van betrokken ondernemers.  En ik zou onze middenstand dan ook van harte bij u willen aanbevelen.
Dan sluit ik af:
Zorg goed voor u zelf en zorg goed voor uw mede-Almeloërs. Zit niet bij de pakken neer, maar doe mee! Neem je verantwoordelijkheid. Laten we het samen doen. Samen kunnen we de uitdagingen van het nieuwe jaar aan. Laten we de handen ineen slaan, bewoners, ondernemers, organisaties én de gemeente om Almelo nóg leuker, mooier, leefbaarder en weerbaarder te maken.
Laten we weer met nieuwe energie vooruit kijken. We zitten op het goede spoor. Op weg naar een nieuw begin. Deze stad verdient het. Wij Almeloërs verdienen het.  De stad wordt niet gemaakt door stenen en beton, nee, de stad wordt gemaakt door de mensen die er in wonen en leven. Die mensen staan centraal, wat mij betreft. Hén bieden we een nieuw perspectief. Sámen gaan we het nieuwe jaar in. Allemaal verschillende mensen, maar met één ding gemeen: we zijn allemaal Almeloërs en we houden van onze stad. Wij zijn Almelo!
Nogmaals een heel gezond en gelukkig 2014 gewenst.’