JON HERMANS-VLOEDBELD

Jon Hermans-Vloedbeld

Dames en heren,

Schop ik een open deur in, wanneer ik u vertel dat het koopgedrag van consumenten de laatste jaren sterk aan het veranderen is? Ja, dat doe ik. U als ondernemers, en dan vooral de winkeliers, merken dat immers als eerste.

De oorzaak daarvan wijten aan de crisis ligt het meest voor de hand. Maar schuiven we de verantwoordelijk dan niet wat te gemakkelijk van ons af? Natuurlijk, aan de financiële crisis, eurocrisis en bankencrisis kunnen wij als ondernemers uit Almelo en als gemeentebestuur niet zo heel veel doen, zo bescheiden moeten we eerlijkheidshalve zijn.

Maar er is meer aan de hand, dagelijks zien we ook een meer structurele verandering.
Tegenwoordig zijn Bol.com, Zalando of het dankzij internet gerevitaliseerde Wehkamp,  winkels die je vindt in iedere stad, ieder dorp, iedere straat, achter vrijwel iedere voordeur in Nederland. En dat zonder herkenbaar te zijn aan grote winkelpanden met fraai ingerichte etalages, opvallende lichtreclames of wekelijkse folders op de deurmat van de consument.
Gelezen in Elsevier: 67% van internetgebruikers shopt online!

Als ondernemer merkt u dat. Want een euro die wordt uitgegeven via internetwinkelen, komt niet in de kassa van de lokale winkelier, zo eenvoudig is dat. We zien het ook in de stad. Leegstand van winkels is daarvan het meest duidelijke voorbeeld.
Op dit moment vooral aan de randen van het traditionele winkelcentrum en op de meubelboulevard. Maar, als we niets doen, verplaatst zich dat ook naar andere delen van de stad.

Dat is geen typisch Almeloos probleem. Onderzoek wijst uit dat er landelijk gewoonweg een overschot aan winkeloppervlak is. Dat komt niet alleen door internetbestedingen. Ook de vergrijzing draagt daar aan bij, en de krimp van de bevolking die in sommige delen van het land al merkbaar is.

Er is niet langer sprake van een groeimarkt, maar van een verdringingsmarkt. Het toevoegen van winkeloppervlak op een nieuwe locatie heeft daardoor onherroepelijk gevolgen voor andere locaties in de stad. Daarnaast maakt een versnippering van winkellocaties de marktpotentie per locatie risicovol.

“Een plaats zonder winkels is een dode plaats”, zegt professor Cor Molenaar, de schrijver van het boek ‘Het einde van winkels’: “Dus moeten gemeenten en vastgoedexploitanten zich beraden op de toekomst. Wat zijn de bedreigingen en bovenal: wat zijn de kansen?”

Dames en heren, wat ik zojuist verteld heb, is ongetwijfeld niet nieuw voor u.

Waar het om gaat is dat we met elkaar gaan inspelen op deze veranderende omstandigheden, die, of we het nu leuk vinden of niet, onomkeerbaar zijn.
Dat vraagt inventiviteit van u, als ondernemer. Dat vraagt van ons, de gemeente, dat we wellicht anders moeten gaan kijken naar ruimtelijke ontwikkelingen van onze stad.

Waar hebben we in Almelo dat overschot aan winkeloppervlak? Moeten we dan maar helemaal geen winkels meer bouwen? Hoe moeten we omgaan met plekken in de stad waar we leegstand zien? Hoe kijken we aan tegen het ontwikkelen van nieuwe winkelcentra buiten het stadscentrum? Wat doen we met de meubelboulevard? Hoe belangrijk is het stadscentrum voor de ondernemers, voor de inwoners van Almelo, voor de bezoekers aan Almelo?

Dat zijn lastige vragen. Vragen over onderwerpen waarop de gemeente invloed kan uitoefenen via het ruimtelijke ordeningsbeleid. Het toont ook dilemma’s waarvoor wij ons gesteld zien. Want wat goed is voor één, heeft soms pijnlijke gevolgen voor de ander. Maar we kunnen niet weglopen voor pijnlijke keuzes.

Binnenkort kijken we met de gemeenteraad naar de toekomstvisie detailhandelbeleid. De huidige visie loopt tot 2015, maar is voor een deel ook ingehaald door de stormachtige ontwikkelingen zoals ik die al schetste.

Ondernemers gaan niet wachten op keuzes van de overheid; zij zoeken de grenzen op van wat mogelijk is, juist in deze tijden.

Dat is logisch, daarvoor ben je ondernemer. Dat betekent dat de gemeente soms gedwongen wordt om een beslissing te nemen, terwijl het juist belangrijk kan zijn om daarover eerst fundamenteel te discussiëren met de raad en met de samenleving.

Aanpassingen lijken haast onvermijdelijk. Maar welke weg slaan we in? Daarover willen we in gesprek. Met de gemeenteraad, met het MKB, met ontwikkelaars, met vastgoedeigenaren, met deskundigen. Om te komen tot een breed gedragen visie, ook als het gaat om die voor sommige partijen pijnlijke keuzes.

Niets doen is geen optie. Ik daag u uit, daarover mee te praten, in uw eigen belang, in ons aller belang. Want uiteindelijk hebben we allemaal hetzelfde voor ogen: Almelo als stad die ook in de toekomst leefbaar en levendig is, een stad met bovendien een gezond en dynamisch ondernemersklimaat, en uitnodigend om er te willen wonen, te werken en te winkelen.

Gezamenlijk moeten we ons op zo’n toekomst voorbereiden.