Ger Vermeulen (4 februari 2019)

De organisatoren van deze periodieke, succesvolle, en niet meer weg te denken bijeenkomst geven mij jaarlijks de eer om het jaar als columnist te openen. Ik maak altijd graag gebruik van die gelegenheid om te praten over onze boeiende stad Almelo die mij, naar de vaste bezoekers weten, zo nauw aan het hart ligt. De kunst daarbij is om het karakter van een column niet uit het oog te verliezen. Hoewel ik beroepsmatig graag en veel praat moet een column kort en puntig zijn. Volgens mijn alweer ietwat verouderde  “dikke Van Dale “moet column als volgt worden getypeerd:

“Een regelmatige min of meer kritische op een vaste plaats verschijnende bijdrage, een specifiek domein van het maatschappelijk gebeuren commentariërend of afwisselend de meest gevarieerde onderwerpen behandelend “.

Wat u en mij zal opvallen in deze typering: de column moet min of meer kritisch zijn. Ik zal mijn best doen.

Ik weet niet hoe het u vergaat maar ik zie met veel genoegen de nieuwe binnenstad contouren krijgen. De nieuwe bebouwing van het marktplein oogt wat mij betreft fris en ruimtelijk en als ik door mijn oogharen kijk zie ik prachtige terrasopties aan het water in zonnige dagen. Naar ik begrijp zijn eindelijk de middenstanders in de binnenstad en de bewoners van het Meubelplein on speaking terms zodat de stad alleen maar zowel in het centrum als aan de rand beter en interessanter kan worden. Het Businesspark aan het einde van de Roland holst laan en langs het begin van de A35 – dat natuurlijk van heel Twente is maar ook prachtig voor de werkgelegenheid in onze stad – begint eindelijk uit zijn voegen te barsten en onze voetbal trots Heracles Almelo weet zich nog steeds op het hoogste niveau te handhaven. (Vergis u niet, als oud KNVB- man zou ik lang tot u kunnen praten om uit te leggen wat de essentiële waarde is van een betaalde voetbalclub voor een stad in ons voetbalgekke land.) Kortom, met het nieuwe elan voor de binnenstad, het herschikken van het winkelgebied, een prachtige uitdagende nieuwe woonwijk als Indië en niet te vergeten de drive van Marianne van de Steeg en Almelo Promotie maken mij blij en optimistisch. Hopelijk heeft u met mij het gevoel dat u in een bewegende en naar dynamiek zoekende stad leeft en werkt waar het steeds leuker is om uit te gaan of uit eten te gaan.

Maar voordat wij nu op de stoelen gaan staan van enthousiasme, ik moet u en mijzelf melden dat het zeker geen hosanna is. Stelt u zich eens voor dat u in uw onderneming het personeel bijeen roept om te melden: dames en heren onze onderneming is helaas een zinkend schip. Ik mag veronderstellen dat dit het laatste is dat u zou doen. Niettemin heb ik in de kranten moeten lezen dat de stad waar ik zo gesteld op ben en waar ik absoluut in geloof, kennelijk volgens de leiding een zinkend schip is. Nu is het de vraag of dat zo erg is als wij er maar voor zorgen dat het dek van het schip boven water blijft en wij dus geen natte voeten krijgen. Ik weet nog dat Almelo, nog voordat de binnenstad werd gebouwd die nu weer zo enthousiast wordt afgebroken, een artikel 12 gemeente was. Niemand van ons begreep eigenlijk wat dat was, maar wij moesten wel begrijpen dat het geen aantrekkelijke positie was. Maar ondanks dat groeide en bloeide de stad, werden overal particuliere initiatieven ontplooid en werd uiteindelijk zelfs een nieuwe binnenstad gebouwd waardoor de toen nog doorgaande weg tussen HEMA en V&D een mooie overdekte passage werd. Wel prettig dus, een artikel 12 gemeente. En ook nu lijkt de geschiedenis zich te herhalen. Alom activiteit in de stad ondanks het zinkende karakter daarvan.

Naar ik niet wil uitsluiten zijn dit soort, naar mijn oordeel niet handige, karakteriseringen vooral ingegeven door een nieuw virus dat door Nederland waart. Ik doel op de niet te stuiten behoefte om te reorganiseren. De economische crisis schijnt voorbij te zijn. Nederland groeit en bloeit als nooit tevoren. Het water klotst weer over de drempels. Als niet – econoom begrijp ik daarom niet waarom vrijwel iedere organisatie van enige betekenis plotseling moet reorganiseren. Ik kan nu mijn eigen rechtbank noemen, maar ook politie, Openbaar Ministerie, belastingdienst, Ziekenhuis en stadhuis. Als gezegd, ik heb er geen verstand van en wil dan ook zeker niet alle managers tegenspreken die vinden dat reorganiseren niet te vermijden is. Met het managementhandboek in de hand trekt het management in Nederland ten strijde. Wij moeten leren om over onze eigen schaduw heen te stappen, te zoeken naar de stip op de horizon, onze organisatie moet een zelf lerende organisatie worden, het is tijd voor lean6sigma, alles kan efficiënter, goedkoper en vooral klantgerichter. En let vooral op de houtskoolschets die is gemaakt. We hebben er kennelijk de afgelopen jaren een behoorlijke zooi van gemaakt. Dat wij nog bestaan is een klein wonder. Ingrijpen dus om nog net geen echt zinkend schip te worden. Maar waarom blijf ik steeds maar het beeld voor mij houden van Fokke en Sukke die alweer enige tijd geleden in de NRC uitriepen: “reorganiseren is nog best lastig, vooral als de organisatie eigenlijk wel lekker loopt.”

En onderwijl blijf ik steeds maar het gevoel krijgen dat ik er zelf zo weinig aan kan doen. Er wordt, ook in onze mooie stad, voor mij en over mij beslist. Belangrijke beleidsbepalers van onze stad wonen en leven hier helemaal niet. Ik ken die beleidsbepalers niet persoonlijk, ga er graag vanuit dat ze erg bekwaam zijn in hun vak en het beste met Almelo voor hebben. Maar om een of andere reden vraag ik me toch af of het wel zo handig is dat bijvoorbeeld de beleidsbepaler die over welstandszaken in Almelo oordeelt ergens in de provincie Drenthe blijkt te wonen. Als inwoner van Almelo wil ik mij graag met de beleidsbepalers en uitvoerders kunnen identificeren. Ik zou het prettig vinden als zij dezelfde dagelijkse ervaringen in de stad hebben die ik ook heb. Dat vergroot het draagvlak van hun beslissingen en uitspraken aanzienlijk. Als uw eigen werknemers kritiek hebben op enig onderdeel van uw bedrijfsvoering dan bent u bereid daar naar te luisteren. Als er iedere dag iemand van elders bij u komt vertellen dat uw organisatie niet deugt, dan zult u de neiging krijgen hem al bij de slagboom tegen te houden.

En bent u bijvoorbeeld als inwoner/consument wel eens gevraagd naar uw mening over het al dan niet komen naar Almelo van Hornbach. Het zou meen ik in ieder geval handig zijn dat ik voor dit soort inkopen niet meer naar de Westermaat in Hengelo hoef te rijden, waardoor ik gedwongen ben om elders vreemd te gaan. Maar daar heeft dan bijvoorbeeld de gemeente Borne weer bezwaar tegen, zo lees ik in de krant, terwijl de Westermaat toch bijna op Bornse grond is gebouwd. Bovendien mag kennelijk ook de provincie meepraten over de vraag of ik in mijn eigen stad naar Hornbach mag gaan. Wanneer wordt mij iets gevraagd als consument? Kunt u het nog volgen? Beslist Almelo eigenlijk nog wel in doorslaggevende mate over haar eigen toekomst?

Ik houd mij overigens verre van een oordeel over rechtvaardigheid of onrechtvaardigheid. Gelijk of ongelijk. Dat doe ik wel in de uitoefening van mijn beroep waarin ik de wet probeer rechtvaardig toe te passen. Dat brengt op deze plaats echter terughoudendheid met zich mee.

Genoeg kritisch geweest? Is dit een sombere column? Geenszins. Iedere keer als ik de Roland Holstlaan opdraai overvalt mij het gevoel van thuis zijn. De skyline waarvan ook het stadhuis deel uitmaakt is indrukwekkend. Er worden prachtige woonwijken gebouwd waar het goed toeven is. Ik ga met veel plezier rond het weekend de stad in om iets te drinken of te eten en om mijn inkopen te doen. En ik zie dan heel veel jonge mensen lopen. Almelo heeft de toekomst. Here we come.

You may also like