Linda Hilberink (3 juni 2019)

Heeft u wel eens een brief van de huisarts gehad. Geen verwijsbrief voor een fysiotherapeut of andere specialist. Nee, ik kreeg vanochtend een brief van maar liefst 46 huisartsen. Hoe ik dat voor elkaar heb gekregen?

Ik heb me met mijn column in de Twentsche Courant Tubantia van vorige week zaterdag de woede van de dokters op de hals gehaald. Ik sta hier voor een publiek van grotendeels mannen. Maar ik ga nu tot u spreken als geëmancipeerde muts/Dolle Mina.
De huisartsen zien mij namelijk als een vreselijk feministisch loeder.

Het begon met een oproep van de Twentse huisartsen, medio mei. Ze hebben een eigen site de lucht in geslingerd omdat er een tekort aan huisartsen dreigt. De komende jaren zal de situatie alleen maar verergeren, volgens de huisartsen en Menzis, die samen een actieplan opstelden. Van de 280 huisartsen in Twente stoppen er 36 tussen nu en vijf jaar. Bijkomend probleem is ook nog eens dat de nieuwe lichting vooral uit vrouwen bestaat, die parttime werken. Daardoor zijn voor elke vertrekkende huisarts twee nieuwe nodig, zegt de Almelose huisarts Bernard Kral in Tubantia.

Dat vond ik nogal wat. Voor elke vertrekkende man heb je twee vrouwen nodig. En die zijn er dus niet, want om meerdere redenen willen er maar weinig huisartsen hier werken. ‘Ze hebben het idee dat we hier alleen maar met trekkers rondrijden’, aldus 1 van de Almelose huisartsen.

Met name het zinnetje: voor de vervanging van 1 man heb je 2 nieuwe vrouwelijke huisartsen nodig, deed bij mij de nekharen overeind springen. Kom op vrouwen, dit laten we ons niet zeggen! Elke vrouw die geneeskunde studeert kost de staat bovendien 1,5 ton. Bij parttimers loopt dat bedrag uiteraard op.

En ik moest denken aan de woorden van de vreselijke Thierry Baudet, degene die toch al niet uitblinkt in vrouwvriendelijkheid. Hij zei namelijk dat vrouwen relatief weinig carrière maken omdat ze ‘interesse hebben in meer familieachtige dingen’.
Mijn column kreeg daarom de strekking: vrouwen ga gewoon aan het werk na jaren bikkelen om die zware studie te volbrengen.

Maar daar waren de vrouwelijke huisartsen in Twente niet van gediend.
Meteen al kreeg ik reacties als ‘we moeten toch zelf weten hoeveel we werken’ , ‘jij werkt zelf ook parttime’, ‘iedereen heeft het recht om parttime te werken’.

Allemaal waar.

Maar dat ik parttime werk, daar heeft niemand last van. Er is geen tekort aan redactiechefs. Sterker nog: mijn collega’s zijn zelfs blij dat ik er op woensdagmiddag niet ben.

Maar serieus: ik vind de job van huisarts wel iets belangrijker dan iemand die bij een krant werkt. In een ontwikkeld land als Nederland gaat je ervan uit dat je een huisarts hebt.

Uiteindelijk mondde de kritiek van de huisartsen uit in een brief die ondertekend is door 46 huisartsen.
Strekking is dat de gemiddelde huisarts 3 dagen per week werkt. Daarnaast hebben ze avond- en weekenddiensten, administratie, vergaderingen, nascholing, etc. Daardoor komen ze alsnog allemaal op een fulltime baan uit.

De huisarts van weleer, zo’n dokter die altijd klaarstond, die ik en u waarschijnlijk ook hadden vroeger, is volgens de huisartsen van de brief een uitstervend ras. De werkdruk is hoger, de zorgconsumptie is gestegen, niet alleen omdat mensen ouder worden maar ook omdat ze vaker naar de dokter gaan.
Het ligt dus ingewikkelder dan ik in mijn column van 300 woorden kan uitleggen.

Maar één ding weet ik wel. Ik ben blij met mijn huisarts. Het is niet een van de vrouwen die de brief ondertekend heeft, maar een man die er de hele week is. In Mariaparochie is geluk nog heel gewoon.

 

You may also like