Wim van Dalfsen (1 april 2019)

Wim van Dalfsen

Hoe Den Haag de provinciale verkiezingen kaapte

Op woensdag 20 maart hebben de provinciale verkiezingen plaatsgevonden. Weet u het nog? Het waren de PROVINCIALE verkiezingen. Niet voor de Tweede Kamer en slechts indirect voor de Eerste Kamer maar voor de Provinciale Staten.

Landelijk was er veel lawaai. De politici waren niet van het nationale tv-scherm af te slaan. Maar waar waren de provincies? Waar waren de kandidaten voor de verschillende provinciebesturen? Deden zij ook mee? Helaas, zij zaten verscholen in onderlinge verkiezingsdiscussies in achterafzaaltjes, bijgewoond door anderhalve man en een paardenkop, en verslagen in regionale uitzendingen waar ook al niemand naar kijkt. Het ging ook bijna niet over provinciale onderwerpen maar over de landelijke politiek. Hoe kon dat nu gebeuren dat de Haagse politiek op zo’n grove manier over de provincies heen denderde?

Douwe Jan Elzinga, hoogleraar Staatsrecht, legt uit hoe het misgelopen is. Het begon met een wetswijziging in 1983. Voor die tijd was de zittingsperiode van de Eerste Kamer 6 jaar. Belangrijk is dat toen om de 3 jaar de helft van de leden werd vernieuwd. De leden van Provinciale Staten kozen deze nieuwe Eerste Kamerleden zo’n twee of drie jaar na hun eigen verkiezing. Je zag dan in een hoekje van de krant staan dat er weer nieuwe leden van de Eerste Kamer waren gekozen. Veel ophef gaf dat niet.

Die wetswijziging is overigens op initiatief van d’66 ingezet. Men vond dat de kiezer meer direct invloed moest hebben op de samenstelling van de Eerste Kamer. Toentertijd vond men directe verkiezingen te ver gaan, maar door de zittingsperiode aan te passen en de verkiezingen direct volgend op de Provinciale verkiezingen te laten plaatsvinden, dacht men dat de directe invloed er wel zou komen. Nou die directe invloed is er gekomen. Maar anders, dan gedacht!

Aanvankelijk veranderde er weinig. Het was vooral vervelend voor de PVV en wellicht nog andere landelijke partijen. Die wilden vooral invloed in het Parlement. Om mee te kunnen doen in de eerste Kamer moesten zij wel provinciale kandidaten leveren die de zo gewenste Eerste Kamerleden konden kiezen. De invloed van de veranderde wet kwam eigenlijk pas goed naar buiten toen het Kabinet Rutte II startte zonder meerderheid in de Eerste Kamer. VVD en PvdA dachten dat het onvoldoende aantal leden in de Eerste Kamer van zelf goed zou komen.Hoewel dit Kabinet de rit volledig heeft uitgezeten, hebben ze nooit een meerderheid in de Eerste Kamer gehad.

Het gevolg is wel, dat er veel meer aandacht op de Eerste Kamer is komen te liggen. Ook daar moet je een meerderheid hebben om je plannen er door te krijgen. Veel meer geldt eigenlijk nog dat de oppositiepartijen zich nu zijn gaan realiseren dat je daar heel leuk het Kabinet in de wielen kunt rijden.

Wat ook meespeelt bij de teloorgang van de provinciale verkiezingen is de opkomst van het internet. Op die manier kun je als partij vanuit één plek je boodschap toespitsen op je eigen kiezersdoelgroep. Inspelen op frustraties en landelijke thema’s benadrukken zoals: klimaatverandering en immigratie. De problemen in de provincie en in de directe omgeving van die kiezer, komen dan op het tweede plan. De werkelijkheid van veel kiezers speelt zich immers voor een groot deel op internet af. Toch hebben de provincies best wel belangrijke taken: ruimtelijke ordening, wegen en kanalen, toezicht op gemeenten, natuur en economie.

Van oudsher hebben de bestaande partijen al een netwerk van bestuurders in de gemeenten en in de provincies die zorgen voor het bestuur in de lokale omgeving. Zij vormen ook een kweekvijver voor het landelijke bestuur. De “internetpartijen” zijn hier minder in geïnteresseerd, maar lossen dit op door in de provincies ‘nuttige idioten’ op hun kandidatenlijsten te zetten. Van enige inspanning om zich te presenteren tijdens de verkiezingsstrijd is niets te merken. Mochten ze gekozen worden dan moeten ze wel 4 jaar naar een provinciehuis dat ze vaak nog nooit van binnen hebben gezien. Dat kan alleen maar tegenvallen. Kijk naar Limburg waar de PVV twee gedeputeerden leverde, die halfweg afhaakten. Zal het dit keer anders gaan?

Ik ben voorzichtig. Mensen die van buitenaf de politiek binnen stappen, worden snel met de neus op de feiten geduwd. Het pluche is niet zo zacht als het lijkt. Het zijn vaak lange dagen vol vergaderingen en veel stukken om te lezen.

Moeten ze dan geen kans krijgen? Natuurlijk wel. Maar enige voorzichtigheid is geboden. We kunnen het functioneren van onze provincies niet overlaten aan een paar brekebenen die na een jaar teleurgesteld afhaken. Misschien is het goed om ze in een paar provincies te laten meedraaien. ‘Kiek’n wat wodt’ zeggen we dan in het oosten. Als het brandhout is, dan hoeven we er ook niet nostalgisch op terug te kijken op die “talentvolle beloften” die nooit zijn doorgebroken.

Bovendien is bij de huidige verkiezingsuitslag wel enige relativering op zijn plaats. Er heeft een herschikking plaatsgevonden op rechts. Voor sommige partijen is dat zuur. Maar we blijven een coalitieland waar samenwerking tussen de partijen is vereist. Daarbij geldt dat de huidige problemen wel blijven bestaan. Met de winst voor Forum voor Democratie is de gevoelstemperatuur in de politiek drastisch gedaald. Maar wetenschappelijk is vastgesteld dat de werkelijke temperatuur toch echt stijgt. Ook met het Forum aan het bewind zal de Elf Stedentocht niet direct terug komen. Tegen de bestaande partijen zou ik willen zeggen: Kop op, als het eens tegen zit, zijn de provinciale verkiezingen wel zo’n beetje de beste om te verliezen.

 

 

 

 

You may also like