12 juni 2017

Sportmaterialen en gastronomie stonden centraal bij alweer de 68e editie van Zakelijk Almelo. Gasten op 12 mei waren Marcel Schorn (directeur Erma Sport) en Jeroen Bos (De Smaak van…). Martin Steenbeeke ging met beide ondernemende stadsgenoten in gesprek. Tussen beide vraaggesprekken door sprak Wim van der Elst zijn column uit.

Marcel Schorn is een werktuigbouwkundige ‘met een passie voor sport’. In 2003 begon het bedrijf met de vervaardiging van voetbaldoeltjes. Dat bleef niet zonder gevolgen. Tot uit Amsterdam was er belangstelling voor ook deze producten uit Almelo, waaronder ook dug-outs. ‘Het kon geen kwaad, hiermee verder te gaan’.

Inmiddels is het bedrijf in sportmaterialen marktleider in de Benelux. Het is een traditionele markt. Veel marktpartijen denken productgericht, constateert Marcel.
Erma Sport richt zich op met name voetbal en hockey. In de vaderlandse eredivisie beschikken zeven clubs over een dug-out van Erma Sport – geen betonnen geval; tien clubs kochten hun doelen in Almelo. ‘Het doel is een doel. Voor ons is een goed doel iets anders.’

Erma Sport is continu bezig met innovaties. Is voetbal een behoudender sport, hockey staat daar zeker voor open. Een recente innovatie betreft de plaatsing van camera’s in het doel. Hiervoor is bij Heracles een pilot gestart. Helaas: op het laatst werd het afgeblazen. Het gaf weliswaar een nieuwe dimensie aan camerabeelden, de FIFA keurde de technologische vernieuwing voor Nederland af en koos voor doellijnregistratie. Dat systeem (Hawkeye) is minder eenvoudig en werkt niet op basis van magnetische velden, zoals bij Erma Sport. Marcel Schorn schrijft de gang van zaken toe aan ‘politieke spelletjes’ binnen de voetbalbond en een sponsor/uitzendgemachtigde. Van een introductie op Europees niveau zag hij af, ‘want als we dit in Nederland al verliezen…’

Almelo is de thuisbasis. Het bedrijf kent een grote mate van automatisering. De ‘administratieve last’ is daardoor beperkt. ‘Alles gaat via de pc. Als een klant iets bestelt, komt die opdracht automatisch terecht in de werkplaats en kan het worden geproduceerd.’
Overigens is het bedrijf wel gericht op groei in het buitenland. ‘Het is onze ambitie in tien jaar de grootste speler in Europa te zijn.’ Daarvoor moet het dan nog wel twee tot drie keer zo groot worden. Investeringsmaatschappijen zijn hierbij niet gewenst. Het huidige pand is al te klein, maar er is inmiddels ruimte bij gehuurd.

Jeroen Bos is naar eigen zeggen ‘gek van eten’. Hij heeft een detailhandelsachtergrond, maar er was altijd wel iets van horeca bij. Ooit werkte hij bij Gall & Gall. Wijnproeverijen in het weekeinde breidde hij op enig moment uit met catering. Dat sloeg aan. ‘Kun je komen koken?, was al snel de vraag. ‘Nu ben ik bezig met eten in de breedste zin van het woord. Ik moet nu bewust tijd maken om nieuwe dingen te maken.’ Daarin staat hij bepaald niet alleen. Hij en Heidi hebben een plezierig team van medewerkers om zich heen. Naast de kookwinkel en -studio in de Doelenstraat beheren ze het stadslab op Indië. ‘Daar hebben we op het juiste moment ingehaakt.’

Het merendeel van de klanten zit in Almelo en wijde omgeving, maar zijn klantenkring strekt zich bij gelegenheid uit tot wel Den Haag. Het gaat in de kookstudio om zowel experimenteren als het kennis laten maken met andere producten. Daar kiest hij bewust voor, ook al realiseert hij zich dat Twente anders is dan het westen des lands. ’De belangstelling voor voedsel is wel ontploft. Dat komt door de tv en andere media. Het gaat erom hoe je invulling geeft aan je vrije tijd. Gewoon barbecuen is het niet meer, het moet nu minstens een ei zijn.’ Los daarvan gaat het tegenwoordig volgens Jeroen Bos om ‘het samen beleven en gezelligheid hebben’. Of er een eigen televisieprogramma in zit durft hij niet te zeggen en ‘ik weet ook niet of ik daarvoor geschikt ben.’

Milieuvriendelijkheid staat voor Jeroen en Heidi voorop bij de producten waarmee ze werken en bij waar de producten vandaan komen. Klanten willen dat ook graag weten. Het liefst en zo veel mogelijk betrekt hij de producten uit de omgeving. De Smaak van… beschikt over een eigen, grote moestuin op de Bellinckhof. ‘Het is veel werk maar ik zie het als een zegen. Ik ben het gelukkigst in mijn moestuin en in de keuken.’

Of het aan de koekjes van Jeroen lag weten we niet, maar het bleef nog een tijd gezellig in de Ravelzaal. De volgende bijeenkomst is op 4 september aanstaande. Bent u er dan ook weer bij?    

You may also like