3 april 2017

Circa 120 belangstellenden waren 3 april getuige van de 67e editie van Zakelijk Almelo. Te gast waren André Pluimers (algemeen directeur Bolk Transport) en Ton Golstein (directeur De Karelskamp). Martin Steenbeeke ging met beiden in gesprek. Wim van Dalfsen verzorgde dit keer de column.


André Pluimers (links) en Martin Steenbeeke

Tien jaar geleden namen André Pluimers en twee mede-directeuren het roer over van Henk Bolk. Laatstgenoemde is nu president-commissaris. ‘Hij is onze ambassadeur. Het ging hem om de continuïteit van het bedrijf voor de mensen en voor de stad.’ De filosofie blijft: spreiding van activiteiten en tegelijk iets onderscheidends hebben – ‘alles wat niet op een normale vrachtwagen past. Wij hebben iets meer durf. Roemenië en Frankrijk zijn erbij gekomen, net als machineverhuizingen en we hebben nu een warehouse in Hengelo. Ook zien we wel een toekomst in Iran. De windmarkt is goed voor een derde van onze activiteiten. We willen de balans houden houden tussen conventioneel vervoer en windmolentransport’.

Enige tijd geleden sloot Bolk Transport een deal met het XL Business Park. Dat was ‘niet naïef’, maar pakte aanvankelijk anders uit. Omwonenden bleken vergaande bezwaren te hebben tegen plaatsing van een grote hijskraan van Combi Terminal Twente (CTT). Er kwam een bouwstop, die tweeëneenhalf jaar geduurd heeft. Daarna kon men eindelijk verder met de bouw. ‘Bij die organisatie heerste niet de sense of urgency zoals bij een bedrijf. Wij willen bedrijvigheid naar Almelo halen, maar er was niets voor elkaar. Op 19 april is de eerste transporthandeling, dat is zes jaar later dan gepland.’

André Pluimers realiseert zich dat vertraging ook een voorsprong kan betekenen. Kavels die bedrijven als CoolBlue nodig hebben. kan zijn onderneming nu met het XL Park invullen. Transport over water lijkt goedkoper en milieuvriendelijk dan wegtransport. ‘Water loopt altijd achter de weg aan. Als je een container openmaakt wordt één vracht er zeven. Voor Nederland is het alleen zinvol om een container pas in eigen land open te maken. Transport over de weg is sneller en goedkoper.’

Om daartegen iets te doen, lijkt tolheffing een aangewezen maatregel. Toch is veel te zeggen voor ontmoediging door middel van prijs. ‘Tolheffing samen met ruime voertuigen is beter. We verplaatsen containers met bronwater voor Canada, terwijl ze dat zelf ook hebben.’ Voor containers is de binnenvaart een goed alternatief, maar bier bijvoorbeeld niet. Dat moet just in time.

Bolk Transport heeft 200 chauffeurs in dienst, van wie 15% buitenlands. Als chauffeur ben je soms weekenden van huis weg en ‘een Nederlandse chauffeur wil dat niet’. In Europa is vervoer een vrije markt. Je mag met Bulgaarse chauffeurs tegen Bulgaarse loonkosten werken.Als Nederlandse speler heb je ook niet veel keus: of je raakt je klant kwijt of je gaat het zelf doen. ‘Chauffeurs- en kantoorbanen gaan zó het land uit.’


Ton Golstein (links) begon ooit als stagiair bij De Karelskamp

De medewerkers van de penitentiaire inrichting Almelo, beter bekend als De Karelskamp, verkeerden de afgelopen jaren geregeld in het ongewisse omtrent haar voortbestaan. Steeds werden boze voornemens onder druk van de politiek teruggedraaid. De Karelskamp is inmiddels afgevoerd van het lijstje van de Dienst Justitiële Inrichtingen. Sluiting in 2021 is van de baan en als het aan directeur Ton Golstein ligt, blijft de gevangenis in Almelo – waar hij ooit als stagiair begon – nog jaren langer open.

Zelf is hij al 22 jaar werkzaam in het gevangeniswezen. Eerder bestierde hij gevangenissen in Zwolle, Leeuwarden en Hoogeveen en de Sentro di Detenshon i Korekshon Korsou op Curaçao. ‘In die gevangenis was de temperatuur behoorlijk hoger dan die in Nederland.’


Ton Golstein: ‘De kans op recidive is kleiner als je gedetineerden goed behandelt.’

En inrichtingen in Nederland en het buitenland, dat is een wereld van verschil. Maar, ‘ook een gouden kooi blijft een kooi. Je zit nergens goed’. De Karelskamp staat in Nederland hoog aangeschreven om de gedetineerdenzorg en arbeid. Het is de kleinste penitentiaire inrichting in Nederland, maar er is wel het grootste arbeidsbedrijf aan verbonden: De Fabriek. Dat is uniek.

Veertig procent van de gedetineerden gaat nadien weer in de fout. Investeren in leefklimaat en educatie werpt wel degelijk zijn vruchten af en voorkomt ‘detentieschade. Ik ben geen rechter, ik krijg de mensen aangereikt. Als ik ze als hond behandel, komen ze als een hond op straat. ‘De kans op recidive is kleiner als je hen goed begeleidt. Van alle gedetineerden zit 80% overigens maar drie maanden’.

Of Ton Golstein vertrouwen heeft in een langdurig voortbestaan van De Karelskamp? ‘Als je al 22 jaar in het gevangeniswezen werkt, geloof je niet zoveel meer. De politiek is niet altijd even betrouwbaar en het is niet eenvoudig om uit te leggen dat als mensen goed zijn in hun werk we toch weer op een lijstje komen.’

Zoveel is wel duidelijk: in Almelo wordt een goed kwalitatief product geleverd. ‘Het leefklimaat in Almelo is het beste. Dat komt ook door de opstelling van de Twent. Er gebeurt niet zoveel in zo’n inrichting, maar bij een kleine inrichting is de celplaats duur. Als je duidelijk maakt dat je kwaliteit hebt en die kunt kapitaliseren, heb je een punt.’

‘Kijk je naar het aantal incidenten en geweldplegingen onderling, dan gebeurt hier niet zoveel. Als je praat met gedetineerden, hoor je dat mensen graag in Almelo zijn gedetineerd. Men zit er goed, het personeel kent weinig verloop. Dat kostenaspect nekt me dan ook. Hoe ouder mensen worden, des te duurder. Dan loop ik uit de kosten.’

Ook tijdens de jaarlijkse benchmark blijkt Almelo een van de betere inrichtingen. Qua incidenten en recidivegevallen laat De Karelskamp heel goede resultaten zien, maar de  plaats per cel is duurder. Ik heb toch wel hoop dat men oog en oor heeft voor het kwalitatieve aspect.

Ook al gaat in Almelo zelden iets mis, mensen hebben wel ‘allerlei natuurlijke openingen’ om dingen mee te voeren. Visiteren mag niet, maar er wordt hard aan gewerkt om contrabande te traceren.

Men gaat er in Nederland steeds meer toe over gedetineerden in hun regio van herkomst te plaatsen en niet in de regio van het misdrijf. Hoe verder de gedetineerde van de gemeente is verwijderd, des te minder een gemeente investeert in nazorg, leert de praktijk. Er zijn meer positieve ontwikkelingen: je kunt doelgroepen waarmee we problemen hebben in kaart brengen. Samen met de GGD, GGZ en Jeugdzorg kun je bespreken wat de problemen zijn en hoe die zijn op te lossen.  ‘Een groepje moeilijk handelbare jongeren kun je in De Karelskamp opvangen en opvoeden. Ik heb aantoonbare resultaten met mensen in de open fabriek. Mensen met een beperkte productiecapaciteit die werken tussen gedetineerden en hen begeleiden. Daar komt productie uit.’

 

Foto’s met dank aan Marinus Blaak. Zowel hij als Coen Mulder besteedt aandacht aan deze bijeenkomst van Zakelijk Almelo.

You may also like