3 juni 2019

Bij haar 78e editie op maandag 3 juni ontving Zakelijk Almelo Jeroen Looms (Aermast) en Gerard Haarhuis & Martijn te Wierik (AutoHaarhuis). Linda Hilberink nam de gesproken column voor haar rekening. Circa 100 belangstellenden waren er bij Ledeboer getuige van.

 

Een vlaggemast is ogenschijnlijk een weinig tot de verbeelding sprekend en prozaïsch product. Aermast, een internationaal opererend bedrijf in met name vlaggenmasten en frames, maakt en levert er op jaarbasis 3.000 tot 3.500 vlaggenmasten. Ze staan en wapperen overal: van Nederland tot Dubai en Nigeria. Het is een overwegend business-to-businessactiviteit; een klein deel wordt besteld door particulieren. Vlaggen leveren is niet de kernactiviteit.

‘Natuurlijk valt het mij op welke vlaggemast van ons is’, stelt directeur Jeroen Looms desgevraagd. ‘Ze hebben een bepaalde voet. Onze concullega’s hebben eenzelfde type masten, maar die van ons zijn beter.’

Aermast komt voort uit Aerpac, ooit producent van windmolenwieken. Jeroen Looms (foto, links) gaf er leiding aan het magazijn en zag zijn kans schoon toen Aerpac failliet ging. Dat was een wending in zijn leven. Zijn gevoel zei dat het goed was: ‘Ik doe veel op buikgevoel. Als iets niet goed voelt, gaat het niet door. Mijn gevoel heeft me nog nooit in de steek gelaten.’

Vlaggemasten op basis van polyester en aluminium zijn er in soorten en maten en dus prijzen. Ze moeten hijsbaar en makkelijk bedienbaar zijn, eventueel verlichtbaar en sommige kunnen zelfstandig energie opwekken. Ze moeten in zowel in het warme Dubai kunnen staan als bij – 20° op de bergen in Zwitserland. Zo makkelijk is het dus niet. Het is ook niet echt een duur product, maar wel een goede manier om reclame te maken: ‘Een vlag wappert altijd’.

Aermast is op haar gebied de nummer 2 van ons land en een van de weinige zelfstandige vlaggenbedrijven. Jeroen Looms streeft naar meer producten, meer klanten en mogelijk overnames. Niet naar productie in Dubai, bijvoorbeeld: het basismateriaal is daar niet beschikbaar en men importeert alles.

Hij is overigens ook mede-eigenaar van twee andere bedrijven: een ervan levert badslippers, waarbij onder meer PSV en Heracles tot de klantenkring horen. ‘Het is een geintje en het begint aardig uit de hand te lopen.’ Het tweede bedrijf is actief met een fietsparkeersysteem.

Martin Steenbeeke in gesprek met Gerard Haarhuis (midden) en Martijn te Wierik (links)

AutoHaarhuis is gespecialiseerd in de verkoop en leasing van jonge personen- en bedrijfsauto’s. Vorig jaar werd het bedrijf door de BOVAG verkozen tot onafhankelijk autobedrijf van het jaar. Er dongen in totaal 3.300 bedrijven mee – ‘dat brengt veel vertrouwen, dat is een bekroning’.


Drie maanden geleden opende men aan de Twentepoort in Almelo een tweede vestiging. Hoofdreden voor de uitbreiding is dat we in Geesteren uit ons jasje waren gegroeid, aldus algemeen directeur Gerard Haarhuis. Hij was in het gezelschap van Martijn te Wierik, assistent-bedrijfsleider Lease. Het bedrijf heeft 700 leaseauto’s in het wagenpark, alsmede een eigen spuiterij voor industrieel spuitwerk en een schadeherstelbedrijf – inmiddels een zelfstandige tak.

AutoHaarhuis is geen merkdealer. Geen nadeel, vinden beiden. ‘Monteurs werken graag bij ons, want wij investeren graag in technologie en apparatuur. We kunnen elke auto inlezen en herstellen. Waar je ook in Europa terechtkomt, je kunt het onderhoud zien.’

Men zoekt dagelijks naar passende auto’s en heeft een eigen netwerk van leveranciers. Soms gaat het per stuk, soms worden ze per truck aangeboden. Verkoop geschiedt via de showroom en een deel wordt doorverkocht. De komst van internet heeft volgens Gerard Haarhuis voor de handel als grootste nadeel dat je ‘het stukje gezelligheid’ mist. ‘Klanten denken nu van alles te weten’, vult Martijn te Wierik aan.

AutoHaarhuis is importeur geworden van e.Go, een Duitse elektrische stadsauto. Prijs: 16.000 euro. Het was een vraag van een zorgaanbieder. ‘Je rijdt 150 kilometer op een volle accu, dat is dus ideaal voor bijvoorbeeld wijkverplegers en als tweede auto.’ De auto is eerdaags in de showroom te bewonderen. Vanaf januari wordt het voertuig uitgeleverd. Daarvoor gaan ze een netwerk van dealers opzetten.

Daarnaast zijn ze betrokken bij carsharing, een autodeelplatform: Share2Drive. Via een app op je mobiele telefoon kun je een auto boeken en afrekenen. Het is een platform voor particulieren en bedrijven met eigen auto’s. Toepassing ervan (met deelauto’s) op bijvoorbeeld het Indiëterrein in Almelo betekent minder parkeerplekken zodat je dus grotere of juist meer kavels kunt realiseren.

Wat zelfrijdende auto’s betreft: zij verwachten dat het nog wel 20 jaar duurt voor die massaal op de weg zijn. Ondertussen zijn er ook ontwikkelingen gaande met waterstof, die wordt omgezet in elektriciteit. Wat er, ‘naast de komst van de Chinezen’, ook in hun branche verandert, een showroom zal nodig blijven. ‘Mensen willen nog het vertrouwen krijgen bij het bedrijf en de verkoper, het gaat om het menselijk contact.’

Tussen beide vraaggesprekken door sprak Linda Hilberink, redactiechef Almelo & Reggestreek De Twentsche Courant Tubantia, haar column uit.

Thema: huisartsen. De column was kort en krachtig.

Bovenstaande en overige foto’s van Joost van Baars van deze bijeenkomst vindt u op de desbetreffende pagina.

You may also like