13 april 2015

Gasten: Carel Horstman en Charlotte Mink. Martin Steenbeeke stelde de vragen. Columnist was Wim van der Elst.

 

 

Na de glorietijd in de jaren zeventig van de vorige eeuw verkeert de drukkerijwereld in zwaar weer. Sinsdien is 70% van alle drukkerijen verdwenen. Carel Horstman, directeur van drukkerij Lulof, ziet die neergaande lijn in de markt eerder als uitdaging dan als dreiging. Kwestie van met je tijd meegaan. Durven ondernemen en investeren. Dat deed hij een aantal jaren geleden al na de overname van het bedrijf door aanzienlijk te investeren in een nieuw machinepark. Dit jaar wordt een platform voor digitale media uitgerold. Vorig jaar introduceerde Lulof een web-to-printoplossing, waarbij de klant online kan inloggen en met templates zijn eigen opmaak kan verzorgen. ‘Internet brengt ook heel veel.’ Waarna hij spreekt over drukwerk dat meetbaar wordt met layer en over augmented reality.

Is de pay-off van het bedrijf nu nog ‘experts in gedrukte communicatie’, eens wil hij expert in communicatie zijn.

‘Ik wil naar een eigen communicatieplatform, voor de klanten het liefst een aanspreekpunt zijn voor alles, een communicatieloket. Er was al overlap tussen een drukkerij en reclamebureau.’

Carel Horstman: ‘Het is een mooi vak. Het is mooi met klanten om te gaan en hen helpen te communiceren, ook met onlinediensten.’

Of drukwerk ooit verdwijnt? Geen sprake van, volgens Carel Horstman. ‘Het drukwerk van over vijf jaar zal belangrijk drukwerk zijn, met een boodschap’.

Klanten van Lulof zitten overal: in Almelo, de regio, Nederland en daarbuiten. De oplages zijn wel kleiner geworden. En Lulof mag dan zo’n 10% duurder zijn dan een  internetdrukker, maar ‘dat is het ook waard. Wij voeren controles uit, denken mee. De schifting ontstaat tussen snel en expertise.’

Wij zijn gefocust op kwaliteit.’ En er is nog steeds te veel capaciteit. Enschede bijvoorbeeld telt nog liefst veertien drukkerijen. ‘Het is een lastige branche, maar er is plaats voor bedrijven die kwaliteit leveren.’

Het octrooibureau onder aanvoering van Charlotte Mink richt zich op het beschermen van innovaties, bijvoorbeeld tegen merkinbreuk en plagiaat. Zoals PatentForward zijn er ‘slechts’ 500 bedrijven in Nederland. ‘Het gaat over innovatie, recht en talenkennis, recherche doen. Het is een uitdaging de octrooiaanvraag zo te schrijven dat de uitvinder of ondernemer zegt: ‘Ja, dat is mijn uitvinding’.

In Nederland worden per jaar duizend octrooien aangevraagd. Van alle octrooien wordt zo’n 30% ingediend door het MKB. Zij nemen doorgaans een octrooigerechtige in de arm. Grote bedrijven beschikken vaak over een dergelijke functionaris, al blijkt op dat niveau niet immer de juiste expertise aanwezig.

Behalve een vestiging in Almelo (‘er is hier veel innovatieve maakindustrie’) en Amersfoort kunnen Charlotte Mink en haar drie collega’s ‘voor het geval dat’ een beroep doen op een collega-octrooigemachtige in Beijing.

‘We kunnen iedereen van dienst zijn, ook bedrijven uit China en de VS die in Europa iets op de markt willen brengen.’

Er werden Charlotte Mink opmerkelijk veel vragen gesteld over het aanvragen en verkrijgen van een octrooi voor een product of idee. Zij wist ze stuk voor stuk eenvoudig te beantwoorden of pareren.

Wanneer je iets registreert? Als je veel geinvesteerd hebt en die investering wilt terugverdienen. Dat kan doorgaans op langere termijn. Octrooiliteratuur is openbaar; die biedt veel inzicht in het vakgebied en kun je raadplegen als je een probleem wilt oplossen – al gebeurt dat vaak niet. Iedere stap kost geld bij het opbouwen van een octrooiportefeuille.

Blijkt een vinding gekopieerd en is er al een octrooi verleend, dan kun je dat andere bedrijf aanschrijven. Het registreren van een octrooi vraagt wel om een investering. Iedere stap kost geld bij het opbouwen van een octrooiportefeuille.

Het beheer van licht en geluid waren bij Dick de Rijter opnieuw in goede handen. Aan het alarm dat afging tijdens het onderdeel De Zeepkist had hij part noch deel.

Henk Nij Bijvank betrad de zeepkist. HIj wees op de voordelen van de nieuwbouw en met name de rol van de overheid bij bedrijvigheid en ondernemen.

Het gesproken intermezzo werd verzorgd door Wim van der Elst, directeur Elicit B.V. Hij brak een lans voor community service – dienstbaar zijn aan de samenleving.

Foto’s met dank aan Marinus Blaak. Zie ook de website van fotograaf Coen Mulder.